
Foto: 日:Jnn, CC BY 2.1 jp · bron
Vaste plant · Apocynaceae
Grote maagdenpalm
Vinca major
In andere talen: Grande pervenche (Français) · Greater periwinkle (English)
De grote maagdenpalm komt uit Zuid-Europa en Noord-Afrika, rond de Middellandse Zee. Het is een groenblijvende plant met lange stengels die eerst opgaan, dan overbuigen en wortelen waar ze de grond raken. Het glanzend donkergroene blad is groter dan dat van de kleine maagdenpalm, en van maart tot juni verschijnen er violetblauwe bloemen van 4–5 cm breed. Tuiniers gebruiken hem als snelle, makkelijke bodembedekker in de schaduw, onder struiken en op hellingen. Er is ook een bonte vorm, ‘Variegata’, met roomwit gerand blad.
Let op: Alle delen zijn giftig bij inname, voor mensen en huisdieren. Hij kan ook flink woekeren: plant hem niet naast natuurgebieden en gooi snoeiafval nooit in de natuur.
Licht
Halfschaduw of schaduw
verdraagt weinig zon
Vocht
Droog tot normaal
geen natte voeten
Grond
Zand, leem of klei
elke zuurtegraad
Winterhard
tot -15 °C
jonge planten beschermen
Grootte
0,4 m
hoog, 1,5 m breed
Bloei
maart–juni
| Snoeimaanden | maart |
|---|---|
| Hoogte | 0,4 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor bijen |
| Giftig voor mens en huisdier | Ja, let op met kinderen en huisdieren |
| Bloei | maart–juni |
Herkennen
Hoe herken je een grote maagdenpalm?
- Groeivorm
- Kruipend, 30–45 cm hoog; lange stengels van meer dan een meter die aan de top wortelen.
- Blad
- Eirond tot hartvormig, 4–9 cm, glanzend donkergroen, tegenoverstaand, met fijne haartjes langs de rand.
- Bloem
- Vijf schuin afgesneden kroonslippen als een propellertje, 4–5 cm breed, alleenstaand in de bladoksels.
- Kleur
- Violetblauw; zelden wit.
- Wortels
- De stengels wortelen waar ze de grond raken; zo verspreidt hij zich snel.
Bloei: maart–juni · Planten: maart–april en september–oktober · Snoeien: maart
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Groenblijvend: ook in de winter een gesloten, glanzend tapijt.
- Groeit in schaduw en in droge grond onder bomen, waar weinig anders wil groeien.
- Houdt hellingen en taluds vast met zijn wortelende stengels.
- Grote blauwe bloemen in het voorjaar, vroeg voedsel voor bijen en hommels.
- Weinig werk: één keer per jaar kort knippen volstaat.
Waar staat een grote maagdenpalm graag?
- Halfschaduw tot schaduw, bijvoorbeeld onder bomen of aan de noordkant van een haag.
- Bijna elke grond: zand, leem of klei, zuur tot kalkrijk.
- Droog tot gewoon vochtig; eenmaal gevestigd verdraagt hij droogte onder bomen.
- Plant op 40–50 cm uit elkaar; hij sluit snel.
- Houd hem weg van kleine, zwakke planten en van natuurgebieden: hij woekert.
- Licht
- Halfschaduw en schaduw
- Grondsoort
- Zand, leem of klei
- Zuurtegraad
- Niet kieskeurig
- Vocht
- Droog of normaal
- Grootte
- 0,4 m hoog, 1,5 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -15 °C)
Mooi samen met
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een grote maagdenpalm?
Planten in maart–april en september–oktober.
- Plant in maart–april of in september–oktober.
- Maak de grond los en meng er wat compost door, zeker onder bomen.
- Zet de plant even diep als in de pot; lange stengels kun je met een haakje op de grond vastpinnen.
- Plant op 40–50 cm afstand.
- Geef goed water en houd de grond het eerste jaar vochtig.
- Mulch met bladcompost of houtsnippers tot het tapijt gesloten is.
Verzorgen
- Water
- Het eerste jaar bij droogte; daarna alleen in lange, droge zomers.
- Bemesten
- Een laagje compost in het voorjaar is genoeg.
- Inperken
- Knip of steek uitlopers weg die te ver gaan, vooral bij kleine planten en paden.
- Kort knippen
- In maart kort knippen houdt het tapijt dicht en bloeirijk.
- Wieden
- Wied het eerste jaar goed tot de planten sluiten.
Tip: Knip het tapijt elk jaar in maart kort met de heggenschaar of de grasmaaier op de hoogste stand: zo blijft het dicht en houdt het onkruid buiten.
Wanneer snoei je een grote maagdenpalm?
Snoeimaanden: maart.
Wanneer: In maart, voor de nieuwe groei begint, kort knippen. De rest van het jaar alleen uitlopers die te ver gaan.
Hoe:
- Knip het hele tapijt in maart terug tot 10–15 cm met een heggenschaar of de grasmaaier op de hoogste stand; zo blijft het dicht en vertakt.
- Haal oude, kale of beschadigde stengels weg.
- Knip in het seizoen lange uitlopers terug die over paden of andere planten groeien.
Let op: Gooi snoeiafval op de composthoop en nooit in de natuur: afgeknipte stengels wortelen makkelijk.
Vermeerderen
- Afleggen
- De stengels wortelen vanzelf. Knip een bewortelde stengel los en plant hem, het best in maart–april of september.
- Scheuren
- In het voorjaar of de herfst pollen met wortels afsteken en elders planten.
- Stekken
- In de zomer stukken stengel van 10 cm in vochtige stekgrond zetten; ze wortelen snel.
Hoe komt een grote maagdenpalm de winter door?
Winterhard tot −15 °C: jonge planten beschermen.
- Winterhard tot ongeveer −15 °C: in de meeste Belgische winters geen probleem.
- In een strenge winter kan het blad bruin worden of afvallen; in het voorjaar loopt hij weer uit.
- Groenblijvend: in een gewone winter blijft het tapijt groen en beschermt het de grond.
Ziektes en plagen
- Woekeren: Hij overgroeit buren. Steek elk jaar de randen af en plant hem niet in de buurt van natuurgebieden.
- Roest: Bleke, rechtopstaande scheuten met bruine sporen onder het blad. Knip aangetaste stengels weg en voer ze af.
- Kale plekken: Door te diepe schaduw of uitputting. Knip kort in maart en geef wat compost.
- Bladvlekken: Bruine vlekken en afstervende stengels bij vochtig weer. Knip de aangetaste delen weg en geef meer lucht.
Het jaar rond
- Maart: Kort knippen tot 10–15 cm. Planten. Begin van de bloei.
- April: Volle bloei. Planten. Compost geven.
- Mei: Bloei. Uitlopers inperken.
- Juni: Laatste bloemen. Uitlopers inperken.
- Juli: Stekken nemen. Water geven bij lange droogte.
- September: Planten. Bewortelde stengels verplanten.
- Oktober: Planten. Pollen scheuren.
Gebruiken
Eetbaar en bruikbaar
Niet eetbaar. Alle delen van de grote maagdenpalm zijn giftig: ze bevatten alkaloïden (zoals vincamine), die bij opeten braken, buikpijn en diarree geven en bij grotere hoeveelheden op bloeddruk en hart kunnen werken. Het is een familielid van de roze maagdenpalm, maar een andere plant. Maak er geen thee of middeltjes van. Laat kinderen geen blad of bloemen eten, houd honden, katten en grazende dieren weg en gooi snoeiafval niet in een weide of hok, en ook niet in de natuur, want hij woekert. Bij inslikken: bel meteen het Antigifcentrum (in België 070 245 245) of je huisarts.
Goed voor dieren
- Bijen
- Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Je herkent hem aan de fijne haartjes langs de bladrand; de kleine maagdenpalm heeft een kale bladrand.
- Hij hoort bij dezelfde familie als de oleander.
- In het Frans en het Engels is ‘pervenche’ of ‘periwinkle’ ook de naam van een lichte blauwpaarse kleur, naar de bloem.