
Foto: Pyd32, CC BY-SA 4.0 · bron
Dwergstruik · Maagdenpalmfamilie (Apocynaceae)
Kleine maagdenpalm
Vinca minor · ook: Maagdenpalm
Kleine maagdenpalm is een groenblijvende bodembedekker van 10–20 cm voor halfschaduw en schaduw. Met lange, liggende stengels die op de knopen wortelen, vormt hij een dicht tapijt van glanzend, donkergroen blad waar weinig onkruid door komt. Van maart tot mei verschijnen blauwviolette bloemen, vroege nectar voor hommels en bijen. Hij groeit op bijna elke grond die niet uitdroogt, onder bomen en struiken, in oude bossen en kasteelparken. Let op: alle delen van de plant zijn giftig.
Let op: Alle delen zijn giftig. Wie ervan eet, kan klachten krijgen zoals braken en diarree. Leer kinderen er niet van te eten, en houd huisdieren en vee (zoals konijnen, cavia’s, paarden en geiten) weg van de plant en het snoeisel.
Licht
Halfschaduw of schaduw
verdraagt weinig zon
Vocht
Normaal
geen natte voeten
Grond
Elke tuingrond
elke zuurtegraad
Winterhard
In heel België
geen bescherming nodig
Grootte
10–20 cm
hoog
Bloei
maart–mei
| Snoeimaanden | maart en juni |
|---|---|
| Hoogte | 10–20 cm |
| Inheems in België | Ja |
| Giftig voor mens en huisdier | Ja, let op met kinderen en huisdieren |
| Bloei | maart–mei |
Herkennen
Hoe herken je een kleine maagdenpalm?
- Groeivorm
- Groenblijvende bodembedekker van 10–20 cm met kruipende stengels.
- Blad
- Tegenoverstaand, elliptisch, 2–4 cm, leerachtig, glanzend donkergroen, gaafrandig en kaal, met een korte steel.
- Stengels
- Lange, liggende stengels die op de knopen wortelen, en korte, opgerichte bloeistengels.
- Bloem
- Blauwviolette (soms witte of paarse) bloemen (2–3 cm) met 5 scheef afgeknotte slippen, alleen in de bladoksels, maart–mei.
- Vrucht
- Zet zelden vrucht: twee smalle kokervruchtjes.
- Verschil met de grote maagdenpalm
- De grote maagdenpalm (Vinca major) heeft groter, eirond blad met een fijn behaarde rand, grotere bloemen (4–5 cm) en eerst opgerichte stengels.
- Verschil met klimop
- Klimop heeft verspreid, gelobd blad en hechtwortels.
Bloei: maart–mei · Snoeien: maart en juni
Herkennen per kenmerk: Paarse of blauwe bloemen
Lijkt op, maar is het niet
- Grote maagdenpalm (Vinca major): groter, eirond blad met een fijn behaarde rand, grotere bloemen (4–5 cm) en eerst opgerichte stengels.
- Klimop Hedera helix: verspreid, gelobd blad en hechtwortels. Verschil met klimop
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Een groenblijvend tapijt voor schaduw onder bomen en struiken, waar gras het opgeeft.
- Blauwviolette bloemen in maart–mei, vroege nectar voor hommels en bijen.
- Houdt onkruid tegen en vraagt weinig werk.
- Winterhard en weinig kieskeurig wat de grond betreft.
Waar staat een kleine maagdenpalm graag?
- Halfschaduw tot schaduw, onder bomen en struiken; in volle zon en droogte kwijnt hij.
- Bijna elke humusrijke grond die matig vochtig blijft; geen natte voeten.
- In diepe, droge schaduw groeit hij trager en bloeit hij minder.
- Reken na een paar jaar op zo’n 1 m breed per plant.
- Licht
- Halfschaduw of schaduw
- Grond
- Elke tuingrond
- Vocht
- Normaal
- Grootte
- 0,2 m hoog, 1 m breed
- Winterhard
- In heel België, geen bescherming nodig
Mooi samen met
- Hazelaar: Geeft lichte schaduw, en zijn katjes bloeien vroeg in het jaar, net voor de maagdenpalm.
- Hulst: Een groenblijvende, inheemse struik voor dezelfde schaduwrijke plek; samen ook in de winter groen.
- Taxus: Groenblijvend en schaduwverdragend: een donkere achtergrond voor de blauwe bloemen.
- Sneeuwklokje: Steekt in februari door het groene tapijt heen.
Past goed bij, en liever niet bij
Past goed bij
- Verdraagt schaduw en past onder grote bomen zoals: ginkgo, vederesdoorn, es, valse christusdoorn, spaanse aak, witte esdoorn
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een kleine maagdenpalm?
- Plant in de herfst (september–oktober) of in het voorjaar (maart–april).
- Zet 8–10 planten per m² voor een tapijt dat na twee jaar gesloten is.
- Werk wat bladcompost door de grond en verwijder eerst wortelonkruid zoals zevenblad en haagwinde: later krijg je dat er moeilijk nog uit.
- Plant even diep als in de pot en giet goed aan; leg de lange stengels uit over de grond, dan wortelen ze sneller.
Verzorgen
- Water
- Het eerste jaar bij droogte water geven; daarna alleen bij lange droogte.
- Wieden
- Wied de eerste twee jaar tussen de planten, tot het tapijt gesloten is.
- Bemesten
- Een laagje bladcompost in het voorjaar is genoeg.
- Bladeren
- Laat afgevallen boombladeren gerust liggen: ze verteren tussen de stengels en voeden de grond. Hark alleen dikke lagen weg.
- Inperken
- Steek uitlopers weg die in borders of het gazon kruipen.
Tip: Plant voorjaarsbolletjes zoals sneeuwklokjes, krokussen of boshyacinten tussen de maagdenpalm: ze steken door het tapijt heen, en na de bloei verdwijnt hun blad eronder.
Wanneer snoei je een kleine maagdenpalm?
Snoeimaanden: maart en juni.
Wanneer: In maart, vóór de bloei, of meteen na de bloei in juni.
Hoe:
- Knip een oud, ijl geworden tapijt eens kort af met de heggenschaar of een hoog afgestelde maaier: het groeit dichter terug.
- Steek uitlopers weg waar ze niet mogen komen.
Let op: Knip niet tijdens de bloei in april–mei. Geef het snoeisel niet aan konijnen, cavia’s of andere dieren: de plant is giftig.
Vermeerderen
- Scheuren
- Steek in het voorjaar of de herfst een stuk van het tapijt met wortels af en plant het opnieuw.
- Afleggen
- De stengels wortelen vanzelf op de knopen: knip een gewortelde stengel los en plant hem.
Hoe komt een kleine maagdenpalm de winter door?
Winterhard in heel België: geen bescherming nodig.
- Volledig winterhard en groenblijvend.
- Onder bladverliezende bomen krijgt hij in de winter meer licht: dan valt het groene tapijt het meest op.
- Bij strenge vorst zonder sneeuw kan het blad bruin worden; in het voorjaar loopt hij opnieuw uit.
Ziektes en plagen
- IJl tapijt: Na jaren wordt het tapijt open en houtig. Knip het in maart kort af; het groeit dichter terug.
- Stengelsterfte: Stengels die zwart worden en afsterven, vooral in een natte zomer: een schimmel. Knip ze weg en zorg voor meer lucht.
- Woekeren: Kruipt in borders en gazon. Steek de uitlopers langs de rand af.
- Weinig bloemen: In diepe schaduw bloeit hij minder. Geef wat meer licht, bijvoorbeeld door bomen op te snoeien.
Het jaar rond
- Maart: Snoeien vóór de bloei: oud tapijt kort afknippen; planten.
- April: Bloei: blauwviolette bloemen voor hommels.
- Mei: Laatste bloemen; wieden tussen jonge planten.
- Juni: Snoeien na de bloei, als je dat in maart niet deed; uitlopers wegsteken.
- Augustus: Water geven bij lange droogte, zeker aan jonge planten.
- September: Planten en scheuren.
- Oktober: Planten; afgevallen bladeren laten liggen.
Gebruiken
Wat kan je ermee?
- Tuin en landschap
- Groenblijvende bodembedekker voor schaduw onder bomen en struiken; houdt onkruid tegen.
- Voor de natuur
- Vroege bloemen voor hommels en bijen.
Let op: Alle delen zijn giftig.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Hij zet bijna nooit zaad en verspreidt zich met wortelende stengels: een groot tapijt in een oud bos of kasteelpark kan uit één plant gegroeid zijn.
- De kankermedicijnen vincristine en vinblastine komen niet uit deze plant, maar uit de verwante Madagaskarmaagdenpalm (Catharanthus roseus).
- In Noord-Amerika, waar hij als bodembedekker werd ingevoerd, is hij invasief in bossen.