
Foto: Didier Descouens, CC BY-SA 4.0 · bron
Bol- of knolgewas · Araceae
Gele calla
Zantedeschia elliottiana
In andere talen: Calla jaune (Français) · Golden calla (English)
De gele calla is een knolgewas uit zuidelijk Afrika, dat vooral bekend is uit de kwekerij. Boven pijlvormige, donkergroene bladeren met kleine, doorschijnend witte vlekjes verschijnen van juli tot september goudgele bloemen. Wat wij de bloem noemen, is eigenlijk een trompetvormig schutblad rond een geel kolfje met de echte, piepkleine bloempjes. Tuiniers houden van hem om de heldere kleur, het sierlijke blad en de lange houdbaarheid als snijbloem. Hij is een van de ouders van de vele gekleurde calla’s in geel, oranje, roze en rood die je in de handel ziet. In onze streken is hij niet winterhard: je laat de knol binnen starten, zet de plant in de zomer buiten en bewaart de knol in de winter droog en vorstvrij.
Let op: Alle delen zijn giftig: ze bevatten kristallen die bij inslikken een pijnlijk, branderig gevoel en zwelling in mond en keel geven. Houd kinderen, katten en honden uit de buurt, zeker als hij binnen staat. Het sap kan de huid irriteren: draag handschoenen.
Licht
Zon of halfschaduw
liefst wat zon
Vocht
Normaal
geen natte voeten
Grond
Zand of leem
zuur tot neutraal
Winterhard
tot 2 °C
beschermen in strenge winters
Grootte
0,6 m
hoog, 0,3 m breed
Bloei
juli–september
| Hoogte | 0,6 m |
|---|---|
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Giftig voor mens en huisdier | Ja, let op met kinderen en huisdieren |
| Bloei | juli–september |
Herkennen
Hoe herken je een gele calla?
- Groeivorm
- Rechtopgaande pol van ongeveer 60 cm hoog en 30 cm breed.
- Blad
- Pijl- tot hartvormig, glanzend donkergroen met kleine, doorschijnend witte vlekjes, op lange stelen.
- Bloem
- Een trompetvormig, goudgeel schutblad tot 15 cm lang rond een geel kolfje, op een stevige steel boven het blad.
- Knol
- Een platte, ronde knol met de ogen aan de bovenkant.
- Sap
- Bevat naaldvormige kristallen die huid en slijmvliezen irriteren.
Bloei: juli–september · Planten: mei–juni
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Heldere, goudgele bloemen van juli tot september, een zonnige blikvanger in pot of border.
- Mooi blad met witte vlekjes, ook sierlijk als de plant niet bloeit.
- Een uitstekende snijbloem die lang mooi blijft in de vaas.
- Ideaal in een pot op het terras, die je makkelijk verplaatst en binnen overwintert.
- Kan ook als kamerplant op een lichte plek staan.
Waar staat een gele calla graag?
- Zon tot lichte halfschaduw; in de volle middagzon droogt de grond snel uit.
- Humusrijke, goed doorlatende grond: zand of leem, licht zuur tot neutraal.
- Normaal vochtig tijdens groei en bloei, maar nooit natte voeten.
- Een warme, beschutte plek uit de wind. In een pot: één knol per pot van 20 cm of drie knollen in een pot van 30 cm.
- Plant in de border op 30 cm van elkaar.
- Licht
- Zon en halfschaduw
- Grondsoort
- Zand of leem
- Zuurtegraad
- Zuur of neutraal
- Vocht
- Normaal
- Grootte
- 0,6 m hoog, 0,3 m breed
- Winterhard
- Vorstgevoelig: haal de bollen of knollen voor de vorst binnen en bewaar ze vorstvrij
Mooi samen met
- Afrikaanse lelie: Blauwe bolschermen naast de gele calla: een mooi contrast in grote potten.
- Canna: Tropisch ogend blad en warme kleuren voor dezelfde zonnige plek.
- Dahlia: Bloeit tegelijk in oranje en rood en wordt ook in de herfst gerooid.
- Siergrassen: Fijn, bewegend blad als rustige achtergrond voor de stevige bloemen.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een gele calla?
Planten in mei–juni.
- Zet de knollen in april binnen op in een pot met potgrond, bij 15–20 °C op een lichte plek.
- Plant de knol 5–8 cm diep, met de ogen naar boven.
- Geef in het begin weinig water, tot het eerste blad verschijnt; geef daarna geleidelijk meer.
- Zet de pot na half mei buiten of plant in mei–juni in de border, als er geen nachtvorst meer komt.
- Houd in de border 30 cm tussen de planten en geef na het planten goed water.
- Een mulch van compost houdt de grond gelijkmatig vochtig.
Verzorgen
- Water
- Houd de grond tijdens groei en bloei gelijkmatig vochtig, maar niet nat. Controleer potten in de zomer regelmatig.
- Bemesten
- Van juni tot augustus om de twee weken vloeibare mest voor bloeiende planten.
- Uitgebloeide bloemen
- Snij uitgebloeide bloemstelen aan de voet af, zodat de plant nieuwe bloemen maakt.
- Afbouwen
- Geef vanaf eind september minder water, zodat het blad geel wordt en de knol in rust gaat.
- Snijden
- Snij de bloemen als het schutblad helemaal open en gekleurd is; ze blijven lang mooi in de vaas.
Tip: Geef de knol na het opzetten pas meer water als het eerste blad verschijnt: zo voorkom je rot. Drie knollen samen in een pot van 30 cm geven een vollere bloei.
Wanneer snoei je een gele calla?
Wanneer: De gele calla wordt niet gesnoeid. Je verwijdert alleen uitgebloeide bloemstelen en in de herfst het afgestorven blad.
Hoe:
- Snij uitgebloeide bloemstelen aan de voet af.
- Verwijder gele of beschadigde bladeren aan de voet.
- Knip in de herfst het afgestorven blad af tot net boven de knol voor je hem wegzet.
Let op: Draag handschoenen als je blad of stelen afsnijdt: het sap kan de huid irriteren.
Vermeerderen
- Delen
- Maak bij het opzetten in het voorjaar kleine dochterknollen los van de moederknol, of snij een grote knol met een scherp mes in stukken met elk minstens één oog. Laat de snijwonden een dag drogen voor je ze oppot.
- Zaad
- Mogelijk binnen of in een warme kas, maar traag: zaailingen bloeien pas na enkele jaren en kunnen afwijken van de moederplant.
Hoe komt een gele calla de winter door?
Winterhard tot 2 °C: beschermen in strenge winters.
- Niet winterhard: de knol verdraagt geen vorst. Haal hem in oktober uit de grond, voor de eerste nachtvorst.
- Laat de knol enkele dagen drogen op een vorstvrije, luchtige plek en verwijder dan aarde en dood blad.
- Bewaar de knollen droog, donker en vorstvrij bij 10–15 °C, in een kistje met droog zand of vermiculiet.
- Potten mogen met knol en al droog overwinteren in een vorstvrije kelder of garage.
Ziektes en plagen
- Knolrot: Zachte, stinkende knollen door te nat opzetten of bewaren. Geef pas meer water als er blad is, bewaar droog en gooi rotte knollen weg.
- Bladluis: Op jonge bladeren en bloemen. Spuit ze af met water of laat lieveheersbeestjes hun werk doen.
- Slakken: Ze vreten buiten gaten in jonge bladeren. Raap ze ’s avonds weg en zet potten wat hoger.
- Geen bloemen: Te weinig licht, een te kleine knol of te veel stikstof. Geef een lichtere plek en mest voor bloeiende planten.
- Spint: Binnen in droge lucht: fijne gele stippeltjes en spinsel op het blad. Zet de plant buiten of verhoog de luchtvochtigheid.
Het jaar rond
- Januari: Bewaarde knollen controleren op rot.
- Maart: Knollen nakijken en stevige knollen klaarleggen.
- April: Knollen binnen opzetten in potten bij 15–20 °C. Weinig water geven.
- Mei: Na half mei buiten zetten. Geleidelijk meer water geven.
- Juni: In de border planten. Om de twee weken bemesten.
- Juli: Bloei. Water geven en bemesten. Bloemen snijden.
- Augustus: Bloei. Uitgebloeide bloemstelen wegnemen.
- September: Laatste bloei. Minder water geven.
- Oktober: Knollen rooien voor de eerste vorst en laten drogen.
- November: Knollen schoonmaken en droog en vorstvrij bewaren.
Gebruiken
Eetbaar en bruikbaar
Niet eetbaar. Alle delen van de calla zijn giftig: net als bij de aronskelk, een familielid, zit het sap vol naaldvormige kristallen (calciumoxalaat), die bij kauwen meteen een brandende pijn en zwelling van lippen, mond en keel geven, met kwijlen en soms moeite met slikken. Kinderen, en katten en honden die aan blad of bloemen knabbelen, lopen het meeste risico; heeft je kat of hond eraan geknaagd en kwijlt hij of zwelt zijn bek op, bel dan je dierenarts. De calla is geen echte lelie: anders dan lelies geeft ze katten geen nierfalen, maar zet een vaas met calla’s en een calla in een pot binnen toch buiten hun bereik. Het sap kan de huid irriteren: draag handschoenen als je de wortelstok of de knollen deelt, en was daarna je handen. Bij inslikken: bel meteen het Antigifcentrum (in België 070 245 245) of je huisarts.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Wat eruitziet als één grote bloem, is een schutblad rond een kolf met talloze piepkleine bloempjes. Hij hoort bij de aronskelkfamilie, net als de gevlekte aronskelk uit onze bossen.
- Veel gekleurde calla’s uit de handel stammen af van kruisingen tussen deze gele soort en de roze Zantedeschia rehmannii.
- De geslachtsnaam eert de Italiaanse arts en botanicus Giovanni Zantedeschi.