Twee op een rij

Boswilg of grauwe wilg? Zo zie je het verschil

Salix caprea · Salix cinerea

Een boswilg herken je aan het brede, ovale blad met een grijsviltige onderkant en aan de twijgen die al snel kaal worden; een grauwe wilg heeft smaller blad, twijgen die ook in het tweede jaar viltig behaard blijven en duidelijke richels op het hout onder de schors.

Pel een stukje schors van een twijg van twee of drie jaar oud: bij de grauwe wilg zie je op het hout duidelijke lengterichels, bij de boswilg is het hout glad. Voel ook aan de twijgen: viltig behaard bij de grauwe wilg, al snel kaal bij de boswilg. Het blad van de boswilg is breed-ovaal, dat van de grauwe wilg smaller, omgekeerd eirond tot lancetvormig.

Boswilg (Salix caprea)

Foto: Willow, CC BY-SA 2.5 · bron

Boswilg Salix caprea

Grauwe wilg (Salix cinerea)

Foto: AnRo0002, CC0 · bron

Grauwe wilg Salix cinerea

Boswilg en grauwe wilg naast elkaar
BoswilgGrauwe wilg
BladVerspreid, breed ovaal, 5–10 cm, met korte, vaak scheef omgebogen top; rand golvend en onregelmatig getand. Onderzijde grijsviltig, bovenzijde dof en wat rimpelig.Verspreid, 4–10 cm, omgekeerd eirond tot lancetvormig met een korte, vaak omgebogen top en een golvende, onregelmatig getande rand; bovenzijde dof grijsgroen, onderzijde grijs viltig, soms met roestbruine haartjes.
BloeiDikke, zilverachtige katjes in maart; bij mannelijke bomen worden ze goudgeel.Katjes in maart–april, vóór het blad; de mannelijke worden goudgeel.
VruchtPluizige zaadjes in mei.Pluizige zaadjes in mei.
SchorsGrijs, lang glad, later ruitvormig gescheurd. Knoppen groot en roodbruin.Twijgen grijs viltig behaard, ook in het tweede jaar; onder de schors van oudere twijgen duidelijke lengterichels op het hout.
Vorm en hoogteLoofboom, 3–10 mStruik, 3–6 m
StandplaatsZon of halfschaduw, elke tuingrond, vochtig tot natZon of halfschaduw, elke tuingrond, vochtig tot nat
Inheems in BelgiëJaJa
Goed voor bijen, vlinders en vogelsJa, voor bijen, vlinders en vogels–
Giftig voor mens en huisdierNiet als giftig bekendNiet als giftig bekend
SnoeimaandenApril–meiApril–mei

Het beste kenmerk per seizoen

Lente
Beide bloeien in maart–april, vóór het blad, met zilverachtige katjes die bij mannelijke struiken goudgeel kleuren van het stuifmeel. De dikke katjes van de boswilg zijn een van de vroegste voedselbronnen voor bijen en hommels.
Zomer
De boswilg heeft breed-ovaal blad van 5–10 cm met een korte, scheef omgebogen top; de grauwe wilg heeft smaller, dof grijsgroen blad, onderaan grijs viltig en soms met roestbruine haartjes.
Herfst
De vorm van de plant helpt: de boswilg wordt vaak een kleine boom met een brede, ronde kroon; de grauwe wilg blijft een brede struik met veel stammen vanaf de voet.
Winter
De knoppen van de boswilg zijn groot en roodbruin, op twijgen die kaal zijn; bij de grauwe wilg zijn de twijgen grijs viltig. Bij twijfel geven de richels onder de schors de doorslag.

Waar groeien ze?

Beide zijn inheems. De boswilg is een pionier van bosranden, braakliggende grond en open plekken, ook op drogere grond. De grauwe wilg groeit op natte plekken: langs sloten, in moerassen, broekbossen en verlande vijvers. Ze kruisen makkelijk met elkaar, en dan zie je tussenvormen.

Welke kies je voor je tuin?

  • De boswilg past in een gewone tuin, in een natuurlijke haag of aan een bosrand: zet hem om de paar jaar laag af en hij blijft klein. Zijn katjes zijn in maart een van de belangrijkste voedselbronnen voor bijen en hommels.
  • De grauwe wilg is voor een kleine, droge tuin te groot en te breed; op natte grond, langs een gracht of poel, is hij een topper, met veel nestplaatsen voor vogels. Wil je de goudgele katjes, kies dan bij allebei een mannelijke plant.

Wist je dat? De zachte, zilvergrijze ‘wilgenkatjes’ die mensen in maart in een vaas zetten, komen van mannelijke boswilgen; de vrouwelijke katjes zijn groen en onopvallend en geven in mei pluizige zaadjes.

Verder lezen

Lijkt ook op

Herkennen per kenmerk

Alle soorten die op elkaar lijken

Laden…