
Foto: Willow, CC BY-SA 2.5 · bron
Loofboom · Wilgenfamilie (Salicaceae)
Boswilg
Salix caprea
De boswilg is de wilg van de ‘wilgenkatjes’: in maart zit hij vol dikke, zilverachtige katjes, die bij mannelijke bomen goudgeel kleuren van het stuifmeel. Het is een inheemse kleine boom of grote struik van 3–10 m, met breed-ovale bladeren die onderaan grijsviltig zijn. Hij groeit snel, verdraagt zon en halfschaduw en duikt spontaan op in bosranden, op braakliggende grond en in tuinen. Voor bijen, hommels en vlinders is hij een van de belangrijkste planten van het vroege voorjaar. Omdat je hem om de paar jaar laag kunt afzetten, past hij ook in een gewone tuin, een natuurlijke haag of een bosrand.
Licht
Zon of halfschaduw
liefst wat zon
Vocht
Vochtig tot nat
mag niet uitdrogen
Grond
Elke tuingrond
elke zuurtegraad
Winterhard
In heel België
geen bescherming nodig
Grootte
3–10 m
hoog
Bloei
maart–april
| Snoeimaanden | april–mei |
|---|---|
| Hoogte | 3–10 m |
| Inheems in België | Ja |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor bijen, vlinders en vogels |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | maart–april |
Herkennen
Hoe herken je een boswilg?
- Groeivorm
- Kleine boom of grote struik van 3–10 m met een brede, ronde kroon van zo’n 6 m.
- Blad
- Verspreid, breed ovaal, 5–10 cm, met een korte, vaak scheef omgebogen top; rand golvend en onregelmatig getand. Onderzijde grijsviltig, bovenzijde dof en wat rimpelig.
- Schors
- Grijs, lang glad, later ruitvormig gescheurd. Knoppen groot en roodbruin.
- Bloem
- Dikke, zilverachtige katjes in maart, vóór het blad, met mannelijke en vrouwelijke bloemen op aparte bomen; bij mannelijke bomen worden ze goudgeel.
- Vrucht
- Pluizige zaadjes in mei, aan de vrouwelijke bomen.
- Verschil met de grauwe wilg
- De grauwe wilg heeft smallere bladeren, viltige twijgen en richels onder de schors.
Bloei: maart–april · Snoeien: april–mei
Herkennen per kenmerk: Witte of zilveren onderkant · Gele bloemen in het voorjaar
Lijkt op, maar is het niet
- Grauwe wilg (Salix cinerea): smallere bladeren, viltige twijgen en richels onder de schors.
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Een van de allerbelangrijkste vroege voedselbronnen voor bijen en hommels.
- Waardplant van de grote weerschijnvlinder en van veel andere vlinders en insecten.
- Zilveren katjes in maart: een van de eerste tekenen van de lente.
- Snel en sterk: je kan hem om de paar jaar afzetten, en hij loopt telkens opnieuw uit.
Waar staat een boswilg graag?
- Zon of halfschaduw; in de zon bloeit hij het rijkst.
- Bijna elke grond; vochtige grond is ideaal, maar als pionier groeit hij ook op open, drogere plekken.
- Reken op 3–10 m hoog en zo’n 6 m breed; door hem af te zetten houd je hem kleiner.
- Een goede plek is de rand van de tuin, een natuurlijke haag of een bosrand, waar de katjes in de voorjaarszon staan.
- Licht
- Zon of halfschaduw
- Grond
- Elke tuingrond
- Vocht
- Vochtig tot nat
- Grootte
- 8 m hoog, 6 m breed
- Winterhard
- In heel België, geen bescherming nodig
Mooi samen met
- Hazelaar: Bloeit nog vroeger: samen stuifmeel voor bijen van de winter tot in april.
- Gele kornoelje: Gele bloemetjes in februari–maart, net voor of samen met de katjes: een feest voor vroege bijen.
- Sleedoorn: Witte bloesem in maart–april, net na de wilgenkatjes; samen een rijke, inheemse bosrand of haag.
- Gelderse roos: Een inheemse struik voor vochtige grond, met witte bloemschermen in mei en rode bessen in de herfst.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een boswilg?
- Plant van november tot maart, als de grond niet bevroren is.
- Kies een jonge plant, in pot of als wortelgoed: boswilgen slaan jong het best aan.
- De mooiste, goudgele katjes hebben de mannelijke bomen; vrouwelijke bomen geven in mei pluis.
- Voor een kleine tuin is de treurvorm ‘Kilmarnock’ een optie: een geënt boompje van 1,5–2 m hoog.
- Geef water na het planten en het eerste jaar bij droogte.
Verzorgen
- Water
- Het eerste jaar bij droogte; daarna alleen op een droge plek in lange droge periodes.
- Bemesten
- Niet nodig.
- Afzetten
- Zet hem om de paar jaar na de bloei laag af om hem compact te houden; hij loopt krachtig opnieuw uit.
- Katjes plukken
- Pluk maar een paar katjestakken voor in een vaas: laat de rest voor de bijen.
Tip: Te weinig plaats voor een boswilg? Zet hem om de paar jaar na de bloei laag af, of kies de treurvorm ‘Kilmarnock’: zo heb je ook in een kleine tuin katjes voor de bijen.
Wanneer snoei je een boswilg?
Snoeimaanden: april–mei.
Wanneer: Na de bloei (april–mei), zodat de bijen de katjes kunnen gebruiken.
Hoe:
- Snoei weinig: haal dode takken weg en dun te dichte delen uit.
- Hij verdraagt zware snoei: je kan hem om de paar jaar tot laag bij de grond afzetten.
- Bij ‘Kilmarnock’: knip na de bloei de hangende takken wat in en haal scheuten weg die uit de stam of onder de entplaats groeien.
Let op: Snoei niet in de winter of vroege lente: dan haal je de katjes weg, net wanneer bijen en hommels ze het hardst nodig hebben.
Vermeerderen
- Zaaien
- Het zaad blijft maar kort kiemkrachtig: zaai het pluis in mei meteen op vochtige grond, zonder af te dekken.
- Zaailingen
- Rond een vrouwelijke boswilg verschijnen vaak zaailingen; verplant ze in de herfst of winter.
- Stekken
- Anders dan de meeste wilgen wortelt de boswilg slecht uit stek: met zaad of een zaailing lukt het beter. ‘Kilmarnock’ wordt geënt.
Hoe komt een boswilg de winter door?
Winterhard in heel België: geen bescherming nodig.
- Volledig winterhard.
- In februari zwellen de grote knoppen al; een paar takken in een vaas binnen lopen snel uit tot katjes.
Ziektes en plagen
- Wilgenroest: Gele tot oranje puistjes op de bladeren in de zomer; vooral lelijk, niet schadelijk. Ruim afgevallen blad op.
- Wilgenhaantjes: Kleine blauwe of groene kevertjes en hun larven vreten in de zomer aan het blad. Een gezonde boswilg groeit er makkelijk doorheen.
- Rupsen: Veel rupsen eten van wilgenblad: dat hoort bij een inheemse struik, en het is voedsel voor mezen en andere vogels.
- Uitgegroeide struik: Een oude boswilg wordt onderaan kaal en breekt makkelijk. Zet hem na de bloei laag af: hij loopt opnieuw uit.
Het jaar rond
- Februari: De knoppen zwellen; een paar takken kunnen binnen in een vaas.
- Maart: Bloei: katjes voor bijen en hommels; laatste plantmaand.
- April: Na de bloei snoeien of afzetten.
- Mei: Laatste snoeimaand; pluizige zaden: meteen zaaien.
- Juni: Wilgenroest en haantjes op het blad: meestal geen actie nodig.
- Juli: Jonge planten water geven bij droogte.
- November: Plantseizoen begint.
- December: Planten bij open weer.
Gebruiken
Wat kan je ermee?
- Voor de natuur
- De katjes zijn in maart een van de belangrijkste voedselbronnen voor bijen en hommels; waardplant van de grote weerschijnvlinder.
- Ook gebruikt voor
- Katjestakken als voorjaarsdecoratie, bijvoorbeeld voor Palmpasen.
Goed voor dieren
- Bijen
- Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
- Hommels
- Nectar en stuifmeel voor hommels, ook uit diepe bloemen en vroeg in de lente.
- Rupsen
- Waardplant: rupsen van vlinders of nachtvlinders eten van het blad.
- Nachtvlinders
- Nectar voor nachtvlinders, vaak uit bloemen die ’s avonds geuren.
- Vogels
- Bessen, zaden of insecten als voedsel, of een plek om te nestelen.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Een van de allerbelangrijkste vroege voedselbronnen voor bijen en hommels.
- De boswilg is waardplant van de grote weerschijnvlinder, een grote bosvlinder waarvan de mannetjes paarsblauw glanzen.
- Katjestakken zijn geliefd als voorjaarsdecoratie, bijvoorbeeld voor Palmpasen.
- De naam caprea (van het Latijnse woord voor geit) en de Engelse naam goat willow verwijzen naar geiten, die graag van de twijgen en het blad eten.
- Anders dan de meeste wilgen slaat een stek van boswilg maar moeilijk aan: je kan hem nauwelijks vermeerderen door een tak in de grond te steken.