Herkennen per kenmerk

Boom of struik met een witte onderkant van het blad: welke is het?

Een boom met bladeren die van onder wit of zilverig zijn, is meestal een witte of grauwe abeel, een witte esdoorn, een meelbes of een wilg zoals de schietwilg; bij struiken denk je aan olijfwilg, framboos of vlinderstruik.

18 soorten met dit kenmerk

  1. Witte abeel Populus alba

    Loofboom

    Verspreid; op lange loten handvormig met 3–5 lobben, op korte loten eirond en golvend getand. Onderzijde en jonge twijgen wit viltig.

  2. Grauwe abeel Populus × canescens

    Loofboom

    Verspreid; op korte loten rondachtig tot eivormig, 4–8 cm, onregelmatig grof getand; op lange loten groter en wat gelobd. Onderzijde grijs viltig, later vaak bijna kaal.

    Inheems

  3. Witte esdoorn Acer saccharinum

    Loofboom

    Tegenoverstaand, 10–15 cm, met 5 zeer diep ingesneden, fijn getande lobben; onderzijde zilverwit. Geen melksap.

  4. Meelbes Sorbus aria

    Loofboom

    Verspreid, 6–12 cm, ovaal, onregelmatig dubbel gezaagd, met 10–14 paar evenwijdige nerven. Boven donkergroen, onder witviltig: in de wind lijkt de boom zilverig.

    Inheems

  5. Zweedse lijsterbes Sorbus intermedia

    Loofboom

    Verspreid, 7–12 cm, eivormig; de onderste helft ondiep gelobd, bovenaan gezaagd. Onderzijde grijsgeel viltig.

  6. Zilverlinde Tilia tomentosa

    Loofboom

    Verspreid, 8–12 cm, rond-hartvormig met korte spitse top, scherp gezaagd; boven donkergroen, onder zilverwit viltig door stervormige haartjes. Bladsteel korter dan de helft van de bladschijf.

  7. Schietwilg Salix alba

    Loofboom

    Verspreid, lancetvormig, 5–10 cm, fijn gezaagd; beide zijden (vooral de onderzijde) zijdeachtig zilverig behaard.

    Inheems

  8. Boswilg Salix caprea

    Loofboom

    Verspreid, breed ovaal, 5–10 cm, met korte, vaak scheef omgebogen top; rand golvend en onregelmatig getand. Onderzijde grijsviltig, bovenzijde dof en wat rimpelig.

    Inheems

  9. Katwilg Salix viminalis

    Struik

    Verspreid, 10–20 cm lang en 1–2 cm breed, gaaf met een licht omgerolde rand; onderkant zijdeachtig zilvergrijs behaard.

    Inheems

  10. Grauwe wilg Salix cinerea

    Struik

    Verspreid, 4–10 cm, omgekeerd eirond tot lancetvormig met een korte, vaak omgebogen top en een golvende, onregelmatig getande rand; bovenzijde dof grijsgroen, onderzijde grijs viltig, soms met roestbruine haartjes.

    Inheems

  11. Olijfwilg Elaeagnus

    Struik

    Verspreid, ovaal, 5–10 cm, gaafrandig; bovenaan donkergroen, onderaan zilverwit met roestbruine schubjes.

  12. Kweepeer Cydonia oblonga

    Fruitboom

    Verspreid, 5–10 cm, eirond, gaaf; boven donkergroen, onder grijs- tot witviltig.

  13. Appel Malus

    Fruitboom

    Verspreid, eivormig, 5–10 cm, gekarteld; onderzijde grijs viltig (bij de wilde appel bijna kaal).

  14. Framboos Rubus idaeus

    Struik

    Verspreid, geveerd met 3–5 (7) gezaagde blaadjes; onderzijde witviltig.

    Inheems

  15. Vlinderstruik Buddleja davidii

    Struik

    Tegenoverstaand, lancetvormig, 10–25 cm, fijn gezaagd; onderzijde wit viltig.

  16. Wollige sneeuwbal Viburnum lantana

    Struik

    Tegenoverstaand, 5–10 cm, eirond, fijn gezaagd, dik en gerimpeld; onderzijde grijs viltig door stervormige haartjes.

    InheemsGiftig

  17. Rode esdoorn Acer rubrum

    Loofboom

    Tegenoverstaand, 6–10 cm, met 3 (soms 5) ondiepe, onregelmatig gezaagde lobben; boven groen, onder blauwwit. Bladsteel vaak rood, zonder melksap.

  18. Olijfboom Olea europaea

    Fruitboom

    Tegenoverstaand, 4–8 cm, smal lancetvormig, gaaf en leerachtig; boven grijsgroen, onder zilverig door kleine schubjes.

Tip: Kijk of het wit uit vilt bestaat (wrijf erover) of uit fijne zilveren haartjes. Op een winderige dag zie je zulke bomen van ver: de kroon glinstert als de bladeren omdraaien.

Verder in de determinatietabel

Twijfel je tussen twee?

Verder zoeken

Ook herkennen aan

Laden…