Grauwe wilg (Salix cinerea)

Foto: AnRo0002, CC0 · bron

Struik · Wilgenfamilie (Salicaceae)

Grauwe wilg

Salix cinerea

De grauwe wilg is een brede, grijsgroene struikwilg van 3–6 m, thuis langs sloten, in moerassen, broekbossen en verlande vijvers. Zijn twijgen zijn viltig behaard en zijn bladeren onderaan grijsviltig. In maart–april zit hij vol katjes; de mannelijke kleuren goudgeel van het stuifmeel, een feest voor vroege bijen en hommels. Hij groeit snel, verdraagt zware snoei en vormt een dichte struik waarin vogels nestelen. Voor een kleine, droge tuin is hij te groot; op natte grond, langs een gracht of poel, is hij een topper.

  • Licht

    Zon of halfschaduw

    liefst wat zon

  • Vocht

    Vochtig tot nat

    mag niet uitdrogen

  • Grond

    Elke tuingrond

    elke zuurtegraad

  • Winterhard

    In heel België

    geen bescherming nodig

  • Grootte

    3–6 m

    hoog

  • Bloei

    maart–april

Feiten op een rij
Snoeimaandenapril–mei
Hoogte3–6 m
Inheems in BelgiëJa
Giftig voor mens en huisdierNiet als giftig bekend
Bloeimaart–april

Herkennen

Hoe herken je een grauwe wilg?

Groeivorm
Brede struik van 3–6 m hoog en zo’n 5 m breed, vaak met veel stammen vanaf de voet.
Blad
Verspreid, 4–10 cm, omgekeerd eirond tot lancetvormig met een korte, vaak omgebogen top en een golvende, onregelmatig getande rand; bovenzijde dof grijsgroen, onderzijde grijs viltig, soms met roestbruine haartjes.
Twijgen
Twijgen grijs viltig behaard, ook in het tweede jaar; onder de schors van oudere twijgen duidelijke lengterichels op het hout.
Bloem
Katjes in maart–april, vóór het blad; de mannelijke worden goudgeel.
Vrucht
Pluizige zaadjes in mei.
Verschil met boswilg en geoorde wilg
De boswilg heeft breder blad, kale twijgen en geen richels onder de schors; de geoorde wilg heeft kleiner, sterk gerimpeld blad met grote oortjes en kale, roodbruine twijgen.

Bloei: maart–april · Snoeien: april–mei

Herkennen per kenmerk: Witte of zilveren onderkant

Lijkt op, maar is het niet

In je tuin

Waarom in je tuin?

  • Een van de vroegste stuifmeelbronnen voor bijen en hommels.
  • Waardplant voor veel rupsen, en een dichte struik waarin vogels nestelen.
  • Groeit snel op natte grond waar weinig andere struiken willen groeien.
  • Verdraagt zware snoei: je kan hem om de paar jaar laag afzetten.

Waar staat een grauwe wilg graag?

  • Zon tot halfschaduw.
  • Vochtige tot natte grond, langs een sloot, gracht of poel; elk grondtype, en hij verdraagt overstroming.
  • Reken op 3–6 m hoog en zo’n 5 m breed; door hem af te zetten houd je hem kleiner.
  • Een goede plek is de rand van een natte tuin, een houtkant of een oever, niet een kleine border.
Licht
Zon of halfschaduw
Grond
Elke tuingrond
Vocht
Vochtig tot nat
Grootte
5 m hoog, 5 m breed
Winterhard
In heel België, geen bescherming nodig

Mooi samen met

  • Zwarte els: De klassieke boom van natte grond: samen een rijke, inheemse oever of houtkant.
  • Sporkehout: Een inheemse struik voor natte grond, met bloemen tot in de herfst voor bijen en bessen voor vogels.
  • Gelderse roos: Witte schermen in mei en rode bessen in de herfst, op dezelfde natte grond.
  • Boswilg: Bloeit rond dezelfde tijd: samen een vroege stuifmeelbron voor bijen.

Onderhoud

Hoe en wanneer plant je een grauwe wilg?

  1. Plant van november tot maart, als de grond niet bevroren is.
  2. Kies een jonge plant of wortelgoed bij een kwekerij met inheems plantgoed; een stek uit een struik in de buurt kan ook.
  3. De mannelijke struiken hebben de mooiste, goudgele katjes; vrouwelijke geven in mei pluis.
  4. Geef water na het planten; op natte grond hoeft dat daarna niet meer.

Verzorgen

Water
Op natte grond nooit nodig; jonge planten op drogere grond het eerste jaar bij droogte.
Bemesten
Niet nodig.
Afzetten
Zet hem om de paar jaar na de bloei laag af om hem compact te houden.
Zaailingen
Op natte, open grond zaait hij zich makkelijk uit: trek ongewenste zaailingen jong uit.

Tip: Stapel de takken van het afzetten tot een takkenril langs de rand van de tuin: een schuilplaats voor egels, winterkoninkjes en insecten.

Wanneer snoei je een grauwe wilg?

Snoeimaanden: april–mei.

Wanneer: Na de bloei (april–mei), zodat de bijen de katjes kunnen gebruiken.

Hoe:

  • Hij verdraagt zware snoei: je kan hem om de paar jaar tot laag bij de grond afzetten.
  • Zet niet de hele struik in één keer af als hij in een haag of houtkant staat: doe telkens een deel, dan blijft er beschutting.
  • Haal tussendoor dode en gebroken takken weg.

Let op: Kijk in het voorjaar eerst of er geen vogels in de struik broeden.

Snoeien: wanneer en hoe · Snoeikalender en basisregels

Vermeerderen

Stekken
Steek in de winter twijgen van 20–30 cm in vochtige grond: ze wortelen meestal goed.
Zaailingen
Rond een vrouwelijke struik verschijnen vaak zaailingen; verplant ze in de herfst of winter.

Hoe komt een grauwe wilg de winter door?

Winterhard in heel België: geen bescherming nodig.

  • Volledig winterhard, en hij verdraagt overstroming in de winter goed.
  • Eind februari zwellen de knoppen al; een paar takken lopen binnen in een vaas snel uit tot katjes.

Ziektes en plagen

  • Wilgenroosje: Een rozetje van kleine blaadjes aan de top van een twijg: het werk van een galmugje. Onschuldig, en mooi om te zien.
  • Wilgenroest: Gele tot oranje puistjes op de bladeren in de zomer; vooral lelijk, niet schadelijk.
  • Wilgenhaantjes: Kleine blauwe of groene kevertjes en hun larven vreten aan het blad. Een gezonde struik groeit er makkelijk doorheen.
  • Te groot geworden: Een oude struik wordt breed en valt open. Zet hem na de bloei laag af: hij loopt krachtig opnieuw uit.

Het jaar rond

  • Maart: Bloei: katjes voor bijen en hommels; laatste plantmaand.
  • April: Na de bloei snoeien of afzetten.
  • Mei: Laatste snoeimaand; pluizige zaden waaien rond.
  • Juni: Rupsen en haantjes op het blad: voedsel voor vogels.
  • Juli: Jonge planten op drogere grond water geven.
  • November: Plantseizoen begint.
  • December: Stekken en planten bij open weer.

Gebruiken

Wat kan je ermee?

Voor de natuur
Vroege katjes voor bijen en hommels, waardplant voor veel rupsen en een dichte struik voor nestelende vogels.
Tuin en landschap
Snelle, inheemse struik voor natte grond, langs een gracht of poel.

Jij en deze soort

Wist je dat?

  • Schil een stukje schors van een tweejarig twijgje: de lengterichels op het hout verraden de grauwe wilg.
  • Op veel plaatsen, vooral in het westen, groeit een vorm met roestbruine haartjes op de bladonderkant: de rossige wilg.
  • Hij kruist vlot met de boswilg en de geoorde wilg, waardoor veel struiken moeilijk precies te benoemen zijn.

Alle soorten · Determinatietabel · Snoeikalender

Laden…