Twee op een rij
Grove den of zwarte den? Zo zie je het verschil
Pinus sylvestris · Pinus nigra
Een grove den herken je aan de korte, blauwgroene naalden per twee (3–7 cm) en de oranjerode schors hoog in de stam; een zwarte den heeft lange, donkergroene naalden van 8–16 cm en een schors die tot bovenin grijs blijft.
Kijk omhoog naar de stam: oranjerood en schilferig in de kroon is altijd een grove den. Meet dan een naald: korter dan je pink en blauwgroen bij de grove den, bijna een handbreed lang en donkergroen bij de zwarte den.
| Grove den | Zwarte den | |
|---|---|---|
| Naalden | Naalden per 2 in een schedetje, 3–7 cm lang, blauwgroen, stijf en vaak wat gedraaid. | Naalden per 2, 8–16 cm, donkergroen, stevig. Bij de Corsicaanse vorm zijn ze wat soepeler en gedraaid. |
| Bloei | – | – |
| Kegels en zaden | Kegels 3–7 cm, eivormig met een spitse top, grijsbruin; ze rijpen pas in hun tweede jaar. | Kegels 5–8 cm, geelbruin en glanzend, vrij symmetrisch. |
| Schors | Onderaan grijsbruin en diep gegroefd, in de kroon opvallend oranjerood en in dunne plaatjes afschilferend. | Donkergrijs tot zwartachtig, in lange platen gegroefd, ook hoog in de stam. |
| Vorm en hoogte | Naaldboom, 20–35 m | Naaldboom, 20–40 m |
| Standplaats | Volle zon, zure grond, droog | Volle zon, elke tuingrond, droog |
| Inheems in België | Ja | Nee, ingeburgerd |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor vlinders en vogels | Ja, voor vogels |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend | Niet als giftig bekend |
| Snoeimaanden | Mei–juni | Mei–juni |
Het beste kenmerk per seizoen
- Lente
- In mei–juni strekken de nieuwe scheuten zich als kaarsjes. Bij beide hangt dan geel stuifmeel in de lucht, en aan de top van de nieuwe scheuten zitten kleine roodachtige vrouwelijke kegeltjes.
- Zomer
- De kroon helpt: een oude grove den heeft een hoge, afgeplatte kroon op een lange kale stam, een zwarte den een dichte, donkere, eerder ronde kroon met zware takken.
- Herfst
- Raap een kegel op: bij de grove den 3–7 cm, grijsbruin en dof met een spitse top; bij de zwarte den 5–8 cm, geelbruin, glanzend en vrij symmetrisch.
- Winter
- Beide zijn wintergroen, dus de naalden en de schors blijven je beste kenmerk. Een zwarte den oogt in de winter bijna zwartgroen; een grove den heeft een blauwgrijze kroon met een oranje gloed in de stam.
Waar groeien ze?
De grove den is de den van onze zandgronden: de Kempen, de Veluwe, heideranden en oude dennenbossen. De zwarte den komt uit Zuid- en Midden-Europa en is ingeburgerd; hij werd veel aangeplant in de duinen, langs de kust en als windscherm, omdat hij zeewind, zout, droogte en kalk verdraagt.
Welke kies je voor je tuin?
- Beide worden 20–40 m hoog: te groot voor een gewone tuin. In een ruime tuin op zandgrond of aan een heiderand is de inheemse grove den de beste keuze; op een winderig, kalkrijk of zilt perceel aan de kust is de zwarte den een goede windbreker.
- Snoei weinig: in het oude, kale hout lopen dennen niet meer uit. Voor een kleine tuin bestaan er trage, compacte dennen, zoals de bergden.
Wist je dat? In de Kempen werd de grove den massaal aangeplant als mijnhout: de stammen stutten de gangen van de Limburgse steenkoolmijnen.
Verder lezen
- Fiche: Grove den
- Fiche: Zwarte den
- Grove den snoeien: wanneer en hoe
- Zwarte den snoeien: wanneer en hoe
- Determinatietabel: de vraag waar ze uit elkaar gaan

