Herkennen per kenmerk
Naalden in bundeltjes of toefjes: den, lork of ceder?
Staan de naalden per twee of vijf in een bundeltje, dan is het een den (grove den, zwarte den of weymouthden); staan ze in dichte toefjes, dan is het een lork of een ceder.
9 soorten met dit kenmerk
-
Grove den Pinus sylvestris
Naaldboom
Naalden per 2 in een schedetje, 3–7 cm lang, blauwgroen, stijf en vaak wat gedraaid.
Inheems
-
Zwarte den Pinus nigra
Naaldboom
Naalden per 2, 8–16 cm, donkergroen, stevig. Bij de Corsicaanse vorm zijn ze wat soepeler en gedraaid.
-
Weymouthden Pinus strobus
Naaldboom
Naalden per 5, 6–12 cm, dun en zacht, met witte streepjes aan de binnenkant.
-
Europese lork Larix decidua
Naaldboom
Naalden 2–4 cm, zacht en helder lichtgroen; in toefjes van 20–40 op korte stompjes, aan jonge loten los.
-
Japanse lork Larix kaempferi
Naaldboom
Naalden 2–4 cm, iets blauwgroener dan bij de Europese lork, in toefjes; vallen af in de herfst.
-
Ceder Cedrus
Naaldboom
Naalden 1,5–3,5 cm (Himalayaceder tot 5 cm), stijf en spits; in toefjes op kortloten, aan jonge loten los. Groenblijvend.
-
Atlasceder Cedrus atlantica
Naaldboom
Naalden 1,5–2,5 cm, stijf en spits, in toefjes op kortloten en los aan jonge loten; groen tot zilverig blauwgrijs (‘Glauca’). Groenblijvend.
-
Libanonceder Cedrus libani
Naaldboom
Naalden 2–3 cm, stijf en spits, donker- tot grijsgroen; in toefjes op kortloten en los aan jonge loten. Groenblijvend.
-
Himalayaceder Cedrus deodara
Naaldboom
Naalden 2,5–5 cm, de langste van de ceders, vrij zacht, groen tot grijsgroen; in toefjes op kortloten en los aan jonge loten. Groenblijvend.
Tip: Tel de naalden in een bundeltje: twee bij grove en zwarte den, vijf bij de weymouthden. Toefjes die in de herfst afvallen zijn van een lork; stijve, groenblijvende toefjes van een ceder.


