Twee op een rij
Sleedoorn of kerspruim? Zo zie je het verschil
Prunus spinosa · Prunus cerasifera
Een sleedoorn herken je aan de kleine witte bloempjes op zwarte, doornige takken en de blauwe, wrange sleeën; een kerspruim bloeit nog wat vroeger, met grotere bloemen op groene twijgen, en draagt ronde gele of rode pruimpjes.
Beide staan in maart wit langs de wegen. Kijk naar de twijgen: zwart en vol doornige zijtakjes bij de sleedoorn, groen en glanzend, met hooguit een paar korte doornen, bij de kerspruim. De bloemen van de kerspruim zijn groter en staan alleen of per twee.
| Sleedoorn | Kerspruim | |
|---|---|---|
| Blad | Verspreid, klein (2–4 cm), ovaal en fijn gezaagd. | Verspreid, 3–7 cm, eivormig tot elliptisch, fijn gekarteld, glanzend en kaal behalve langs de nerven onderaan; bij de bloedpruim donker purperrood. |
| Bloei | Kleine witte bloemen, massaal op de kale takken in maart–april. | Witte (bij de bloedpruim lichtroze) bloemen, alleen of per twee, in maart, net vóór of met het blad. |
| Vrucht | Blauwe, berijpte sleeën; wrang, na vorst beter (sleedoornlikeur). | Ronde, kersachtige pruimpjes van 2–3 cm aan een lange steel, geel of rood, zoet tot zurig; rijp in juli–augustus. |
| Schors | Donker, bijna zwart, met scherpe doornige zijtakjes. | Donker grijsbruin; jonge twijgen groen en glanzend, soms met korte doornen. |
| Vorm en hoogte | Struik, 1–4 m | Loofboom, 5–10 m |
| Standplaats | Volle zon, elke tuingrond, droog tot nat | Volle zon, elke tuingrond, normaal |
| Inheems in België | Ja | Nee, ingeburgerd |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor bijen, vlinders en vogels | – |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend | Niet als giftig bekend |
| Snoeimaanden | Juni–augustus en november–februari | Juni–augustus |
Het beste kenmerk per seizoen
- Lente
- De kerspruim is de eerste Prunus die bloeit, al vanaf begin maart; de sleedoorn volgt eind maart–april, als een witte waas op zwarte takken. De bloedpruim, de vorm met purperrood blad, bloeit lichtroze.
- Zomer
- De kerspruim draagt in juli–augustus ronde, gele of rode pruimpjes van 2–3 cm aan een lange steel; de sleedoorn kleine blauwe sleeën die pas in de herfst rijp zijn.
- Herfst
- Proef niet zomaar: sleeën zijn wrang tot na de vorst. Het blad van de sleedoorn is klein (2–4 cm) en dof, dat van de kerspruim groter (3–7 cm) en glanzend.
- Winter
- De sleedoorn blijft een lage, doornige struik van 1–4 m met bijna zwarte takken; de kerspruim wordt een boompje van 5–10 m met een donker grijsbruine schors en groene jonge twijgen.
Waar groeien ze?
De sleedoorn is inheems en groeit in hagen, houtkanten en struwelen. De kerspruim komt uit Zuidoost-Europa en West-Azië; hij is bij ons ingeburgerd en verwildert in hagen en houtkanten.
Welke kies je voor je tuin?
- Kies voor een natuurlijke haag de inheemse sleedoorn: vroege bloei voor bijen, sleeën voor vogels, en waardplant van de sleedoornpage. Houd zijn worteluitlopers in toom.
- De kerspruim is een goede kleine boom of haag voor een gewone tuin, met eetbare pruimpjes, maar hij is niet inheems en verwildert: plant hem niet naast een natuurgebied en trek zaailingen jong uit. Snoei hem enkel in de zomer, tegen loodglans.
Wist je dat? De bloedpruim werd rond 1880 naar Frankrijk gebracht door Pissard, de tuinman van de sjah van Perzië: vandaar de rasnaam ‘Pissardii’.
Verder lezen
- Fiche: Sleedoorn
- Fiche: Kerspruim
- Sleedoorn snoeien: wanneer en hoe
- Kerspruim snoeien: wanneer en hoe
- Determinatietabel

