Twee op een rij
Sleedoorn of meidoorn? Zo zie je het verschil
Prunus spinosa · Crataegus monogyna
Een sleedoorn herken je aan de witte bloesem op kale, bijna zwarte takken in maart–april, het kleine, ongelobde blad en de blauwe sleeën; een meidoorn bloeit pas in mei, na het blad, heeft diep ingesneden blad en draagt rode besjes.
In de lente zie je het aan het moment van bloeien: wit op kale takken in maart–april is sleedoorn, wit tussen het jonge blad in mei is meidoorn. De rest van het jaar kijk je naar het blad: klein, ovaal en gezaagd bij de sleedoorn, gelobd bij de meidoorn.
| Sleedoorn | Meidoorn | |
|---|---|---|
| Blad | Verspreid, klein (2–4 cm), ovaal en fijn gezaagd. | Verspreid, klein (2–5 cm), diep ingesneden met 3–7 lobben. |
| Bloei | Kleine witte bloemen, massaal op de kale takken in maart–april. | Schermen witte, sterk geurende bloemen in mei. |
| Vrucht | Blauwe, berijpte sleeën; wrang, na vorst beter (sleedoornlikeur). | Rode besjes met één pit (vandaar ‘eenstijlig’). |
| Schors | Donker, bijna zwart, met scherpe doornige zijtakjes. | Grijsbruin; twijgen met scherpe dorens van 1–2,5 cm. |
| Vorm en hoogte | Struik, 1–4 m | Loofboom, 4–10 m, vaak haag |
| Standplaats | Volle zon, elke tuingrond, droog tot nat | Zon of halfschaduw, elke tuingrond, normaal |
| Inheems in België | Ja | Ja |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor bijen, vlinders en vogels |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend | Niet als giftig bekend |
| Snoeimaanden | Juni–augustus en november–februari | Juni–september en november–maart |
Het beste kenmerk per seizoen
- Lente
- De sleedoorn bloeit als eerste, in maart–april, met kleine witte bloempjes vóór het blad; de meidoorn volgt in mei met schermen sterk geurende bloemen tussen het blad.
- Zomer
- Het blad beslist: ovaal en fijn gezaagd bij de sleedoorn, diep ingesneden met 3–7 lobben bij de meidoorn.
- Herfst
- Kijk naar de vruchten: blauwe, berijpte sleeën bij de sleedoorn, rode besjes met één pit bij de meidoorn.
- Winter
- De sleedoorn heeft donkere, bijna zwarte takken met doornige zijtakjes; de meidoorn grijsbruine twijgen met echte dorens van 1–2,5 cm. Sleeën hangen vaak nog na de eerste vorst.
Waar groeien ze?
Beide zijn inheems en groeien samen in hagen, houtkanten, bosranden en struwelen. De sleedoorn houdt van zon en vormt met zijn worteluitlopers dichte struwelen; de meidoorn groeit ook in halfschaduw en wordt een kleine boom.
Welke kies je voor je tuin?
- Samen vormen ze een ideale gemengde haag: de sleedoorn geeft vroege bloei voor bijen, de meidoorn bloei in mei en besjes voor vogels, en tussen de doornen broeden vogels veilig. Ze zijn waardplant voor tientallen vlinders, zoals de sleedoornpage.
- Houd bij de sleedoorn de worteluitlopers in toom: plant hem niet naast een gazon of border. Draag stevige handschoenen bij het snoeien, en plant geen meidoorn vlak naast fruitbomen, wegens bacterievuur.
Wist je dat? Sleeën zijn wrang, maar na de eerste vorst worden ze zachter en zoeter: dan zijn ze lekker in likeur of gelei.
Verder lezen
- Fiche: Sleedoorn
- Fiche: Meidoorn
- Sleedoorn snoeien: wanneer en hoe
- Meidoorn snoeien: wanneer en hoe
- Determinatietabel: de vraag waar ze uit elkaar gaan
Lijkt ook op
- Sleedoorn of kerspruim
- Eenstijlige meidoorn of tweestijlige meidoorn
- Pruim of sleedoorn
- Sleedoorn of wegedoorn
- Eenstijlige meidoorn of vuurdoorn

