Twee op een rij
Zomereik of wintereik? Zo zie je het verschil
Quercus robur · Quercus petraea
Een zomereik herken je aan de eikels op lange steeltjes en de bladeren op heel korte steeltjes met twee oortjes aan de voet; bij de wintereik is het omgekeerd: eikels zonder steel en bladeren op een duidelijke steel.
Kijk naar de steeltjes. De zomereik heeft zijn steel aan de eikels (3–8 cm) en bijna niets aan het blad; de wintereik heeft een bladsteel van 1–2,5 cm en eikels die direct op de twijg zitten. Het blad van de wintereik is ook regelmatiger gelobd, met een wigvormige voet zonder oortjes.
| Zomereik | Wintereik | |
|---|---|---|
| Blad | Verspreid, 7–14 cm, met 4–7 paar afgeronde lobben. Bladsteel zeer kort (onder 1 cm); de bladvoet heeft twee kleine oortjes. | Verspreid, 7–14 cm, regelmatig gelobd met 5–8 paar ondiepe lobben. Bladsteel 1–2,5 cm; bladvoet wigvormig, zonder oortjes. |
| Bloei | April–mei | Mei |
| Vrucht | Eikels met 1–3 samen aan een lange steel (3–8 cm). | Eikels in groepjes, (bijna) zonder steel direct op de twijg. |
| Schors | Grijs en diep, grof gegroefd. | Grijs, fijner en regelmatiger gegroefd dan bij de zomereik. |
| Vorm en hoogte | Loofboom, 25–40 m | Loofboom, 20–40 m |
| Standplaats | Volle zon, elke tuingrond, normaal | Volle zon, zure grond, droog |
| Inheems in België | Ja | Ja |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor vlinders en vogels | Ja, voor vlinders en vogels |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend | Niet als giftig bekend |
| Snoeimaanden | Juli–augustus en november–februari | Juli–augustus en november–februari |
Het beste kenmerk per seizoen
- Lente
- Beide lopen uit in april–mei. Het jonge blad toont het verschil al: een heel korte steel met oortjes bij de zomereik, een duidelijke steel en een wigvormige voet bij de wintereik.
- Zomer
- Draai een tak om: bij de zomereik hangen de jonge eikels aan lange steeltjes, bij de wintereik zitten ze in groepjes tegen de twijg. Het blad van de wintereik is egaler groen en vlakker.
- Herfst
- De beste tijd om te kijken: raap de eikels op. Hangen ze aan een lange steel, dan is het een zomereik; zitten ze zonder steel in een trosje, dan is het een wintereik.
- Winter
- Zonder blad kijk je naar de knoppen en de schors. De wintereik heeft slankere, spitsere knoppen en een fijner, regelmatiger gegroefde schors; de zomereik is grover gegroefd. Afgevallen blad onder de boom helpt het meest.
Waar groeien ze?
Beide zijn inheems. De zomereik groeit op bijna elke grond, ook op zware klei en in natte valleien: je ziet hem in weiden, houtkanten en lanen in heel België en Nederland. De wintereik houdt van drogere, zure grond en hellingen; hij is algemeen in de Ardennen en op de hogere zandgronden. Kruisingen tussen beide komen geregeld voor.
Welke kies je voor je tuin?
- Beide worden 20–40 m hoog en zijn te groot voor een gewone tuin. In een ruime tuin, een weide, een houtkant of een bomenrij zijn ze onvervangbaar: geen boom draagt bij ons zoveel leven.
- Kies de zomereik op vochtige of zware grond, de wintereik op droge, zure zand- of leemgrond. Eikels en jong blad zijn in grote hoeveelheden giftig voor paarden en runderen: plant ze niet midden in een paardenweide.
Wist je dat? De Latijnse namen vertellen het ook: robur betekent kracht, en petraea verwijst naar de steenachtige grond waar de wintereik graag groeit.
Verder lezen
- Fiche: Zomereik
- Fiche: Wintereik
- Zomereik snoeien: wanneer en hoe
- Wintereik snoeien: wanneer en hoe
- Determinatietabel: de vraag waar ze uit elkaar gaan

