Wintereik (Quercus petraea)

Foto: Wikimedia Commons, CC BY-SA 2.5 · bron

Loofboom · Napjesdragersfamilie (Fagaceae)

Wintereik

Quercus petraea

De wintereik is, naast de zomereik, onze tweede inheemse eik. Hij wordt 20–40 m hoog en kan honderden jaren oud worden. Je herkent hem aan het eikenblad met een duidelijke steel van 1–2,5 cm en een wigvormige voet zonder oortjes, en aan de eikels die zonder steel direct op de twijg zitten. Hij houdt van drogere, zure grond en is algemeen in de Ardennen. Net als de zomereik draagt hij enorm veel leven, en net als de zomereik is hij te groot voor een kleine tuin.

Let op: Ook op de wintereik kan de eikenprocessierups voorkomen: vermijd contact met de nesten en hun brandharen. Eikels en jong blad zijn in grote hoeveelheden giftig voor paarden en runderen.

  • Licht

    Volle zon

    warm en licht

  • Vocht

    Droog

    verdraagt droogte

  • Grond

    Zure grond

    zuur

  • Winterhard

    In heel België

    geen bescherming nodig

  • Grootte

    20–40 m

    hoog

  • Bloei

    mei

Feiten op een rij
Snoeimaandenjuli–augustus en november–februari
Hoogte20–40 m
Inheems in BelgiëJa
Goed voor bijen, vlinders en vogelsJa, voor vlinders en vogels
Giftig voor mens en huisdierDeels: zie Let op bovenaan
Bloeimei

Herkennen

Hoe herken je een wintereik?

Groeivorm
Grote boom van 20–40 m met een rechte stam die vaak tot in de kroon doorloopt, en een regelmatiger kroon dan de zomereik.
Blad
Verspreid, 7–14 cm, regelmatig gelobd met 5–8 paar ondiepe lobben. Bladsteel 1–2,5 cm; bladvoet wigvormig, zonder oortjes.
Schors
Grijs, fijner en regelmatiger gegroefd dan bij de zomereik.
Bloem
Hangende, geelgroene katjes (mannelijk) en onopvallende vrouwelijke bloempjes, in april–mei met het jonge blad.
Vrucht
Eikels in groepjes, (bijna) zonder steel direct op de twijg, rijp in september–oktober.
Verschil met de zomereik
De zomereik heeft een zeer korte bladsteel (onder 1 cm) met twee oortjes aan de bladvoet, en eikels aan een lange steel (3–8 cm).

Bloei: mei · Oogst en vruchten: mei–juni en september–oktober · Snoeien: juli–augustus en november–februari

Herkennen per kenmerk: Gelobd blad (zoals een eik) · Noten, eikels en kastanjes

Lijkt op, maar is het niet

In je tuin

Waarom in je tuin?

  • Net zo rijk voor de natuur als de zomereik: honderden soorten insecten, zwammen, vogels en vleermuizen leven ervan.
  • Een inheemse eik voor drogere, zure zand- en leemgrond, waar hij het beter doet dan de zomereik.
  • Eikels in de herfst voor gaaien, eekhoorns, spechten en muizen.
  • Een rechte, statige boom voor generaties.

Waar staat een wintereik graag?

  • Volle zon.
  • Droge tot normale, zure, goed doorlatende grond: zand, leem of stenige grond. Geen natte voeten of hoog grondwater; daar doet de zomereik het beter.
  • Diepe wortels: geef hem een plek op minstens 15 m van gebouwen, riolering en leidingen.
  • Reken op een kroon van 15–20 m breed: enkel voor een ruime tuin, een park, een weide of een bomenrij.
Licht
Volle zon
Grond
Zure grond
Vocht
Droog
Grootte
35 m hoog, 18 m breed
Winterhard
In heel België, geen bescherming nodig

Mooi samen met

  • Hulst: Groeit graag in de schaduw onder eiken: wintergroen in de onderlaag.
  • Ruwe berk: Houdt net als de wintereik van droge, zure grond; samen een licht bos.
  • Blauwe bosbes: Een lage struik voor de zure grond onder eiken, zoals in de Ardennen.
  • Wilde kamperfoelie: Klimt in de onderste takken en geurt ’s avonds voor nachtvlinders.

Past goed bij, en liever niet bij

Past goed bij

Onderhoud

Hoe en wanneer plant je een wintereik?

  1. Plant van november tot maart, als de grond niet bevroren is; jonge, kleine bomen (wortelgoed van 60–120 cm) slaan het best aan.
  2. Graaf een plantgat dat ruim genoeg is voor de penwortel, zonder die te knikken.
  3. Zet een steunpaal aan de windkant en bind de stam losjes vast; haal paal en band na 2–3 jaar weg.
  4. Bescherm de stam tegen konijnen en reeën met een korf of boomkoker.
  5. Geef ruim water na het planten en het eerste jaar bij droogte.

Verzorgen

Water
Het eerste en tweede jaar bij droogte; daarna redt hij zich met zijn diepe wortels, ook op droge grond.
Bemesten
Niet nodig. Laat het blad liggen onder de boom: dat wordt vanzelf humus.
Onder de boom
Maai of spit niet tot tegen de stam; laat een strook ruigte of strooisel liggen voor de wortels en de bodemdieren.
Oude bomen
Laat dood hout staan waar dat veilig kan: het is waardevol voor kevers, spechten en zwammen.
Eikenprocessierups
Kijk in mei–juli of er nesten op de stam of dikke takken zitten, zeker bij een speelplaats of terras.

Tip: Twijfel je tussen zomereik en wintereik? Kijk naar je grond: op droge, zure zand- of leemgrond kies je de wintereik, op vochtige klei de zomereik.

Wanneer snoei je een wintereik?

Snoeimaanden: juli–augustus en november–februari.

Wanneer: Dode, zieke en gebroken takken kan je het hele jaar verwijderen. Vormsnoei in de winter of in de zomer.

Hoe:

  • Zoals bij de zomereik: snoei zo weinig mogelijk.
  • Geef een jonge boom vorm met één doorgaande stam; haal concurrerende toppen en te laag hangende takken geleidelijk weg.
  • Zaag grote takken in drie stappen, net buiten de takkraag.

Let op: Zie je nesten van de eikenprocessierups? Snoei dan niet zelf, maar laat ze professioneel verwijderen.

Snoeien: wanneer en hoe · Snoeikalender en basisregels

Vermeerderen

Zaaien
Raap in oktober verse, zware eikels zonder gaatje en zaai ze meteen, 3–5 cm diep, in een pot of op de plek. Laat ze niet uitdrogen: dan kiemen ze niet meer.
Zaailing verplanten
Een opgeschoten zaailing verplant je het eerste of tweede jaar; later wordt de penwortel te lang.

Hoe komt een wintereik de winter door?

Winterhard in heel België: geen bescherming nodig.

  • Volledig winterhard, ook in strenge winters.
  • Jonge bomen in de winter beschermen tegen vraat door konijnen en reeën met een korf of koker.

Ziektes en plagen

  • Eikenprocessierups: Rupsen in groepen met brandharen, in nesten op de stam (mei–juli). Niet aanraken; laat de nesten door een vakman verwijderen. Mezen eten de rupsen: hang nestkastjes op.
  • Eikenmeeldauw: Witte schimmellaag op jong blad, vooral op de tweede uitloop in de zomer. Onschuldig voor een oude boom; bij jonge eiken geeft het wat groeiachterstand.
  • Galwespen: Bolletjes of knoppen op blad en twijgen. Onschuldig: laat ze zitten.
  • Natte grond: Op natte, slecht doorlatende grond kwijnt de wintereik weg. Plant daar een zomereik.

Het jaar rond

  • Januari: Dode en gebroken takken weg. Wortelgoed planten bij zacht weer.
  • Februari: Laatste maand om te planten en voor vormsnoei in de winter.
  • Maart: Plantseizoen loopt af; jonge bomen water geven bij droogte.
  • April: Bladuitloop en bloei (katjes): niet snoeien.
  • Mei: Let op nesten van de eikenprocessierups.
  • Juli: Zomersnoei van jonge bomen; processierupsen blijven een aandachtspunt.
  • Augustus: Zomersnoei kan nog; jonge bomen water bij droogte.
  • Oktober: Eikels rapen om te zaaien; herfstkleur.
  • November: Plantseizoen begint; vormsnoei in de winter kan.
  • December: Dode takken weghalen; jonge bomen beschermen tegen vraat.

Gebruiken

Wat kan je ermee?

Hout
Topkwaliteit eikenhout; geliefd voor wijn- en whiskyvaten.
Voor de natuur
Net zo soortenrijk als de zomereik.

Let op: Ook hier kan de eikenprocessierups voorkomen.

Eetbaar en bruikbaar

Noten (september–oktober)
Eikels raap je in september en oktober. Rauw zijn ze bitter en zwaar verteerbaar door de looistoffen; na grondig uitlogen in water worden ze een voedzame grondstof voor meel, pap of een koffievervanger. Neem alleen gave, zware eikels zonder gaatje; drijvers in een emmer water gooi je weg.
Blad (mei–juni)
Jonge, zachte bladeren in mei en juni, voor eikenbladwijn: een oud aperitief uit het zuiden van Frankrijk.
Bewaring
Laat eikels een paar weken drogen in een open kist op een luchtige plaats; in de dop houden ze dan maanden. Uitgeloogd, goed gedroogd meel bewaar je in een gesloten pot, koel en donker, een paar maanden, of langer in de diepvries.

Let op: Eet eikels nooit rauw of onvoldoende uitgeloogd: de looistoffen geven maagklachten en een wrange smaak. Verwar ze niet met paardenkastanjes, die giftig zijn. Van mei tot augustus kan de eikenprocessierups in de boom zitten: blijf weg van de nesten en pluk of raap niets onder een boom met nesten, want de brandharen blijven lang actief. Pluk ver van drukke wegen en bespoten velden, en eet nooit iets wat je niet met zekerheid herkend hebt.

Eten en gebruiken doe je op eigen risico: zie de gebruiksvoorwaarden.

Recepten

Goed voor dieren

Rupsen
Waardplant: rupsen van vlinders of nachtvlinders eten van het blad.
Vogels
Bessen, zaden of insecten als voedsel, of een plek om te nestelen.
Vleermuizen
Trekt ’s avonds insecten aan waar vleermuizen op jagen.
Egels
Beschutting en een strooisellaag vol insecten.

Jij en deze soort

Wist je dat?

  • Houdt van drogere, zure grond; algemeen in de Ardennen. Kruisingen met de zomereik zijn niet zeldzaam.
  • Wintereikenhout is van topkwaliteit en geliefd voor wijn- en whiskyvaten.
  • De Latijnse naam petraea betekent ‘van de rotsen’: hij groeit ook op stenige hellingen.
  • De soortnaam petraea komt van het Griekse petra, ‘rots’: de wintereik groeit graag op stenige hellingen.
  • Hij verdraagt droogte beter dan de zomereik en geldt daarom als een eik met toekomst in een warmer klimaat.

Alle soorten · Determinatietabel · Snoeikalender

Laden…