
Foto: gterez at Flickr, CC BY-SA 2.0 · bron
Boom · Dennenfamilie (Pinaceae)
Griekse zilverspar
Abies cephalonica
In andere talen: Sapin de Céphalonie (Français) · Greek fir (English)
Komt in het wild voor in Europa, maar niet in België.
De Griekse zilverspar is een grote, altijdgroene naaldboom uit de bergen van Griekenland, waar hij op ongeveer 700–1700 m hoogte uitgestrekte bossen vormt, onder meer op het eiland Kefalonia en op de Peloponnesos. In België groeit hij niet in het wild: je ziet hem vooral als solitaire boom in parken, kasteeldomeinen en arboreta. Je herkent hem aan de stijve, scherp gepunte naalden die als een flessenborstel rondom de twijg staan, en aan de rechtopstaande kegels hoog in de kroon. Hij verdraagt droogte en kalkrijke grond beter dan de meeste andere zilversparren. In een grote tuin is het een indrukwekkende, statige boom die het hele jaar groen blijft.
Licht
Zon of halfschaduw
liefst wat zon
Vocht
Droog tot normaal
geen natte voeten
Winterhard
Volledig winterhard
tot -22 °C
Grootte
20 m
hoog, 8 m breed
Bloei
april–mei
| Snoeimaanden | februari–maart |
|---|---|
| Hoogte | 20 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Bloei | april–mei |
Herkennen
Zo herken je hem
- Groeivorm
- Grote naaldboom van 20–30 m, bij ons meestal 15–25 m; eerst smal kegelvormig, later breder, met een afgeplatte top.
- Naalden
- Stijf, 1,5–3 cm lang, met een scherpe punt die prikt; ze staan rondom de twijg als een flessenborstel. Bovenkant glanzend donkergroen, onderkant met twee witte strepen.
- Bloei
- In april–mei: kleine, gele mannelijke kegeltjes onder de twijgen en rechtopstaande vrouwelijke kegeltjes bovenaan in de kroon.
- Kegels
- Rechtopstaand op de bovenste takken, cilindrisch, 12–16 cm lang, met uitstekende, omgebogen schutbladen. Ze vallen in de herfst op de boom uit elkaar; alleen de spil blijft staan.
- Schors
- Bij jonge bomen glad en grijs, met harsblazen; bij oude bomen donkerder en gebarsten in schubben of platen.
- Verwarring met
- De Spaanse zilverspar (Abies pinsapo) heeft ook naalden rondom de twijg, maar die zijn kort, dik en stomp. De gewone zilverspar heeft zachte naalden in twee rijen, met een ingekeepte top. Fijnsparren hebben hangende kegels die in hun geheel op de grond vallen.
Bloei: april–mei · Snoeien: februari–maart
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Verdraagt droogte en kalk beter dan de meeste zilversparren: een goede keuze voor een warme, droge plek.
- Altijdgroen: de dichte kroon biedt beschutting en slaapplaatsen aan vogels zoals het goudhaantje, mezen en de houtduif.
- De zaden uit de uiteenvallende kegels zijn in de herfst voedsel voor eekhoorns en zaadetende vogels.
- Een statige parkboom met een regelmatige kegelvorm, die heel oud kan worden.
- Een stukje Griekse berggeschiedenis: op Kefalonia zijn de sparrenbossen van de berg Ainos beschermd als nationaal park.
Waar staat een Griekse zilverspar graag?
- In het wild in bergbossen van Griekenland, op ongeveer 700–1700 m, vaak op kalksteen, in een klimaat met natte winters en droge, hete zomers.
- In de tuin: volle zon tot lichte halfschaduw. Jonge bomen verdragen wat schaduw.
- Goed doorlatende grond, van zand tot leem; kalkrijke grond is geen probleem. Vermijd natte, zware klei waar water blijft staan.
- Hij loopt vroeg uit: kies geen koude laagte, waar late nachtvorst de jonge scheuten beschadigt.
- Reken op een kroon van 8–10 m breed: plant minstens 10 m van gebouwen en leidingen.
Mooi samen met
- Zwarte den: Groeit in Griekenland in dezelfde bergen en houdt net zo goed van een droge, kalkrijke plek.
- Ruwe berk: Licht, luchtig loof en een witte stam als contrast bij de donkere spar.
- Hulst: Altijdgroene onderbeplanting die schaduw verdraagt en bessen geeft voor vogels.
- Bosanemoon: Een wit tapijt in maart–april aan de rand van de kroon, voor de bomen in blad komen.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een Griekse zilverspar?
- Koop een jonge boom van 60–150 cm in een pot of met kluit bij een boomkwekerij: jonge sparren slaan beter aan dan grote.
- Plant in oktober–november of in maart–april, als de grond niet bevroren of drijfnat is.
- Graaf een plantgat dat twee keer zo breed is als de kluit, maak de bodem los en zet de boom even diep als hij in de pot stond.
- Druk de grond goed aan, geef meteen 20–30 liter water en leg een laag mulch van houtsnippers of schors rond de voet, niet tegen de stam.
- Is de boom groter dan 1,5 m, zet dan de eerste twee à drie jaar een schuine paal aan de windkant.
- Graaf nooit jonge boompjes uit in de natuur of in een bos: koop ze bij een kwekerij.
Verzorgen
- Water
- De eerste twee zomers bij droogte wekelijks een flinke gieter. Daarna redt hij zich: hij verdraagt droogte goed.
- Bemesten
- Niet nodig. Een laag bladcompost of het eigen naaldstrooisel onder de kroon is genoeg.
- Topscheut
- Laat de rechte topscheut altijd staan. Krijgt hij twee toppen, knip dan de zwakste weg.
- Onderste takken
- Laat ze bij een vrijstaande boom tot op de grond hangen: zo is hij het mooist en blijft de grond eronder koel.
- Ruimte
- Plant niets groots te dichtbij: een zilverspar die aan één kant in de schaduw staat, verliest daar zijn takken.
Tip: Kies voor een droge, warme plek een Griekse zilverspar in plaats van een gewone zilverspar of een nordmannspar: hij heeft minder last van droge zomers. Plant hem wel niet in een koude laagte, want daar bevriezen de jonge scheuten.
Snoeien en maaien
Snoeimaanden: februari–maart.
Wanneer: Zelden nodig. Kleine correcties doe je in februari–maart, voor de knoppen uitlopen.
Hoe:
- Haal dode, gebroken of zieke takken weg, tot vlak bij de stam of een gezonde zijtak.
- Heeft hij twee concurrerende toppen, knip dan de zwakste weg, zodat er één rechte topscheut overblijft.
- Wil je onder de boom kunnen lopen, verwijder dan geleidelijk de onderste takken, een paar per jaar, tegen de stam.
- Knip niet in de top en snoei de boom niet in vorm: zilversparren lopen niet uit op kaal hout.
Let op: Snoei nooit de topscheut weg: een zilverspar vormt maar moeizaam een nieuwe top en verliest zijn mooie vorm.
Vermeerderen
- Zaad
- Pluk in september–oktober kegels voor ze uit elkaar vallen, of raap de gevleugelde zaden op. Zaai in het voorjaar na 4–6 weken koud en vochtig bewaren in de koelkast, of zaai in de herfst buiten in een bak. Veel zaden zijn hol: zaai ruim.
- Enten
- Rassen worden geënt op een onderstam van een andere zilverspar; dat is werk voor een kwekerij.
Hoe komt een Griekse zilverspar de winter door?
Winterhard tot −22 °C.
- Altijdgroen: de donkere kroon geeft in de winter beschutting aan vogels.
- Winterhard tot ongeveer −20 à −25 °C; de boom zelf lijdt zelden onder een Belgische winter.
- Het zwakke punt is het voorjaar: de nieuwe scheuten lopen vroeg uit en kunnen bevriezen bij nachtvorst in april. De boom herstelt meestal, maar groeit dat jaar minder.
- Zware, natte sneeuw kan takken breken: schud ze bij jonge bomen voorzichtig af.
Ziektes en plagen
- Bevroren scheuten: Bruine, slappe jonge scheuten na een late nachtvorst. Knip ze in juni weg en plant voortaan niet in een koude laagte.
- Wolluis: Witte, wollige pluisjes op naalden en twijgen. Meestal onschuldig; spuit jonge bomen af met een harde waterstraal.
- Wortelrot: In natte, verdichte grond sterven de wortels af en verkleuren de naalden. Plant alleen op goed doorlatende grond.
- Kale onderkant: Te veel schaduw of concurrentie van andere bomen. Geef de boom rondom ruimte en licht.
Het jaar rond
- Februari: Dode of gebroken takken wegknippen. Kegelresten opruimen.
- Maart: Planten. Eventueel een tweede top wegnemen.
- April: De knoppen lopen uit en de bloei begint. Bij nachtvorst jonge bomen afdekken met vliesdoek.
- Mei: Bloei: gele mannelijke kegeltjes geven stuifmeel, jonge kegels bovenaan in de kroon.
- Juni: Bevroren scheuten wegknippen. Jonge bomen water geven bij droogte.
- Juli: Water geven bij droogte, vooral de eerste twee jaar.
- September: De kegels rijpen en vallen uit elkaar. Zaad verzamelen.
- Oktober: Planten. Zaad buiten zaaien in een bak.
- November: Planten. Mulch rond jonge bomen aanbrengen.
- December: Rust. Natte sneeuw van jonge bomen schudden.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De wetenschappelijke naam verwijst naar Kefalonia, het Griekse eiland waar de boom op de berg Ainos grote bossen vormt; die bossen zijn beschermd als nationaal park.
- Zoals alle zilversparren laat hij zijn kegels niet vallen: ze vallen op de boom uiteen, schub per schub, en alleen een kale spil blijft rechtop op de tak staan.
- In het noorden van Griekenland gaat hij geleidelijk over in de gewone zilverspar; de bomen daartussen heten Abies borisii-regis, naar koning Boris III van Bulgarije.