Gewone zilverspar (Abies alba)

Foto: Thomas Dreger, Suhl, CC BY-SA 3.0 · bron

Naaldboom · Dennenfamilie (Pinaceae)

Gewone zilverspar

Abies alba

De gewone zilverspar is de spar van de middengebergtes, zoals de Vogezen en het Zwarte Woud. Hij heeft platte, zachte naalden in een kam, met twee witte strepen aan de onderkant, en rechtopstaande kegels die op de boom uiteenvallen. De stam is lang glad en zilvergrijs. Hij wordt 30–50 m hoog, verdraagt veel schaduw en houdt van een koel, vochtig klimaat. Bij ons wordt hij weinig aangeplant: hij heeft het moeilijk met droogte en late nachtvorst. Voor een tuin is hij te groot; in een ruim park of bos kan hij wel.

  • Licht

    Halfschaduw of schaduw

    verdraagt weinig zon

  • Vocht

    Normaal

    geen natte voeten

  • Grond

    Elke tuingrond

    elke zuurtegraad

  • Winterhard

    In heel België

    geen bescherming nodig

  • Grootte

    30–50 m

    hoog

Feiten op een rij
Snoeimaandenaugustus–september
Hoogte30–50 m
Inheems in BelgiëNee, aangeplant
Goed voor bijen, vlinders en vogelsWeinig
Giftig voor mens en huisdierNiet als giftig bekend

Herkennen

Hoe herken je een gewone zilverspar?

Groeivorm
Boom van 30–50 m met een rechte stam en een regelmatige, kegelvormige kroon van zo’n 8 m breed; oude bomen krijgen een afgeplatte top.
Naalden
1,5–3 cm, plat en zacht met een stompe of ingekeepte top; onderaan twee witte strepen. Ze staan in twee zijdelingse rijen (kamvormig). De voet is verbreed als een zuignapje en laat een rond litteken na op een gladde twijg.
Schors
Glad en zilvergrijs, bij oude bomen in kleine platen.
Kegels
Rechtopstaand, 10–15 cm, bovenin de kroon; ze vallen op de boom uiteen, alleen de spil blijft staan.
Verschil met de Kaukasische zilverspar
Die heeft dichter opeen staande, glanzende naalden die de bovenkant van de twijg bedekken.
Verschil met de douglasspar
Die heeft spitse bruine knoppen, een citrusgeur en hangende kegels.

Oogst en vruchten: januari–december · Snoeien: augustus–september

Herkennen per kenmerk: Zachte naalden

Lijkt op, maar is het niet

In je tuin

Waarom in je tuin?

  • Verdraagt veel schaduw: een van de weinige naaldbomen die onder andere bomen opgroeit.
  • Zachte naalden die niet steken, met twee zilverwitte strepen aan de onderkant.
  • Een gladde, zilvergrijze stam en een statige, regelmatige vorm.
  • Rechtopstaande kegels als kaarsjes bovenin de kroon.

Waar staat een gewone zilverspar graag?

  • Halfschaduw tot schaduw; jonge bomen groeien graag op onder andere bomen.
  • Vochthoudende, diepe grond, zuur of kalkrijk; geen droge zandgrond en geen natte voeten.
  • Een koele, beschutte plek met vochtige lucht, uit de wind en niet in een laagte waar late nachtvorst blijft hangen.
  • Reken op 30–50 m hoog en een kroon van zo’n 8 m: alleen voor een park, een bos of een heel ruime tuin.
Licht
Halfschaduw of schaduw
Grond
Elke tuingrond
Vocht
Normaal
Grootte
40 m hoog, 8 m breed
Winterhard
In heel België, geen bescherming nodig

Mooi samen met

  • Beuk: In de bergbossen van de Vogezen groeien beuk en zilverspar samen; ook in een park een mooi koppel.
  • Hulst: Wintergroen en schaduwverdragend, voor de onderlaag.
  • Fijnspar: Samen met beuk en zilverspar de klassieke bomen van het Europese bergbos.
  • Hazelaar: Een inheemse struik voor de lichte rand.

Past goed bij, en liever niet bij

Past goed bij

Liever niet bij

Onderhoud

Hoe en wanneer plant je een gewone zilverspar?

  1. Plant in oktober–november of in maart–april, als de grond niet bevroren is.
  2. Kies een jonge plant en zet hem liefst in de halfschaduw van andere bomen.
  3. Zet de plant even diep als hij stond en leg een laag bladcompost of houtsnippers op de grond.
  4. Bescherm jonge zilversparren tegen reeën: die eten de knoppen en toppen graag op.
  5. Geef water na het planten en in elke droge zomer van de eerste jaren.

Verzorgen

Water
De eerste jaren bij elke droogte; hij verdraagt geen uitdroging.
Bemesten
Niet nodig; een laag bladcompost houdt de grond vochtig.
Bescherming
Een korf of boomkoker tegen reeën, tot de top buiten hun bereik is.
Schaduw
Laat beschuttende bomen rond een jonge zilverspar staan: in hun schaduw groeit hij het best op.

Tip: Plant een zilverspar onder de lichte schaduw van bestaande bomen: daar groeit hij beter dan in de volle zon.

Wanneer snoei je een gewone zilverspar?

Snoeimaanden: augustus–september.

Wanneer: Dode, zieke en gebroken takken kan je het hele jaar verwijderen. Moet er toch gesnoeid worden, doe het dan in augustus–september.

Hoe:

  • Niet snoeien; een verloren top wordt nooit meer mooi.
  • Takken alleen helemaal tegen de stam wegnemen, net buiten de takkraag.
  • Is de top afgebroken, laat dan één zijtak van de bovenste krans de nieuwe top worden: bind hem rechtop aan een stokje.

Let op: Zet een zilverspar nooit terug tot in het kale hout: daar komen geen nieuwe knoppen.

Snoeien: wanneer en hoe · Snoeikalender en basisregels

Vermeerderen

Zaaien
De kegels vallen op de boom uiteen: pluk ze in september net voor ze openvallen. Zaai de zaden in het voorjaar, nadat ze 1–2 maanden koel en vochtig bewaard zijn; ze verliezen snel hun kiemkracht.
Zaailingen
Zaailingen groeien de eerste jaren heel traag en willen schaduw.

Hoe komt een gewone zilverspar de winter door?

Winterhard in heel België: geen bescherming nodig.

  • Winterhard; enkel de jonge scheuten zijn gevoelig voor late nachtvorst in het voorjaar.
  • Natte sneeuw kan takken breken; schud jonge bomen af.

Ziektes en plagen

  • Late nachtvorst: Jonge scheuten die in het voorjaar bruin worden en verschrompelen. Kies een plek buiten vorstgevoelige laagtes; de boom loopt meestal opnieuw uit.
  • Wolluis: Witte wolplukjes op schors en twijgen, soms met misvormde scheuten. Spuit ze bij jonge bomen eventueel weg met water.
  • Droogte: Verbruinende naalden en een dunne kroon in droge zomers. Geef jonge bomen water en leg mulch.
  • Wildvraat: Reeën vreten knoppen en toppen van jonge zilversparren af. Bescherm ze met een korf of koker.

Het jaar rond

  • Maart: Plantseizoen; jonge bomen beschermen tegen reeën.
  • April: Laatste maand om te planten.
  • Mei: Uitloop: let op late nachtvorst.
  • Juli: Water geven bij droogte.
  • Augustus: Takken die toch weg moeten, tegen de stam wegnemen.
  • September: Laatste maand voor snoei; kegels plukken voor ze uiteenvallen.
  • Oktober: Plantseizoen begint.
  • November: Planten; mulch op de grond leggen.

Gebruiken

Wat kan je ermee?

Hout
Licht, harsarm timmerhout.
Ook gebruikt voor
Ook als kerstboom.

Eetbaar en bruikbaar

Jonge scheuten (mei–juni)
De jonge, zachte scheuten in mei en begin juni. Ze zijn milder en zoeter dan die van de fijnspar. In de Vogezen en het Zwarte Woud maakt men er van oudsher siroop en likeur van.
Naalden (januari–december)
Naalden en twijgjes het hele jaar voor thee of een geurig bad.
Bewaring
Scheuten blijven een paar dagen goed in de koelkast, of maanden in de diepvries. Gedroogde naalden houden een paar maanden in een gesloten pot.

Let op: De zilverspar heeft platte naalden en lijkt daardoor op taxus, die dodelijk giftig is. Zilverspar herken je aan de twee witte strepen aan de onderkant van elke naald, de rechtopstaande kegels en een harsige, citrusachtige geur als je een naald kneust; taxus heeft een egaal lichtgroene onderkant zonder witte strepen en rode besjes. Twijfel je, pluk dan niet. Pluk per tak maar een paar scheuten en nooit de topscheut. Stop met het bad bij huidirritatie. Pluk ver van drukke wegen en bespoten velden, en eet nooit iets wat je niet met zekerheid herkend hebt.

Eten en gebruiken doe je op eigen risico: zie de gebruiksvoorwaarden.

Recepten

Jij en deze soort

Wist je dat?

  • Van nature een boom van middelgebergtes zoals de Vogezen en het Zwarte Woud.
  • Hele zilversparkegels vind je bijna nooit op de grond, want ze vallen op de boom uiteen. Een hele kegel op de grond komt meestal van een fijnspar of een den.
  • Het lichte, harsarme hout werd veel gebruikt als timmerhout.
  • De zilverspar verdraagt veel schaduw: jonge boompjes kunnen tientallen jaren onder oudere bomen wachten tot er een open plek valt.
  • In de jaren 1970–80 stierven in Midden-Europa opvallend veel zilversparren af. Luchtvervuiling met zwaveldioxide, waarvoor de soort erg gevoelig is, speelde daarbij een grote rol.

Alle soorten · Determinatietabel · Snoeikalender

Laden…