
Foto: Wikimedia Commons, CC BY-SA 3.0 · bron
Kruidachtige plant · Schermbloemenfamilie (Apiaceae)
Zevenblad
Aegopodium podagraria
In andere talen: Égopode podagraire (Français) · Ground-elder (English)
Komt in België in het wild voor.
Zevenblad is een vaste schermbloem die in heel België algemeen is in loofbossen, langs bosranden, in parken, hagen en oude tuinen. Veel tuiniers kennen het vooral als een hardnekkig onkruid: met witte, kruipende wortelstokken vormt het snel een dicht tapijt, en elk stukje wortel groeit opnieuw uit. Je herkent het aan het blad, dat in drie keer drie brede, gezaagde blaadjes is verdeeld, en aan de witte bloemschermen van mei tot juli. Toch heeft het ook goede kanten: de bloemen trekken heel wat zweefvliegen, kevers en vliegen aan, en de jonge blaadjes zijn een oude groente met een frisse, peterselieachtige smaak.
Let op: Pluk zevenblad om te eten alleen als je de plant met zekerheid herkent: een verwisseling met giftige schermbloemen zoals gevlekte scheerling of hondspeterselie kan levensgevaarlijk zijn.
Licht
Zon tot schaduw
niet kieskeurig
Vocht
Normaal tot nat
mag niet uitdrogen
Winterhard
Volledig winterhard
tot -30 °C
Grootte
0,6 m
hoog, 1 m breed
Bloei
mei–juli
| Snoeimaanden | juni–juli |
|---|---|
| Hoogte | 0,6 m |
| Inheems in België | Ja |
| Bloei | mei–juli |
Herkennen
Zo herken je hem
- Groeivorm
- Vaste plant met witte, vlezige, kruipende wortelstokken; bladeren tot 30 cm hoog, bloeistengels tot 60–100 cm.
- Blad
- Lang gesteeld en tweemaal drietallig: meestal negen eironde, gezaagde blaadjes, glanzend groen en kaal. Ruikt kruidig als je het kneust.
- Bloem
- Kleine witte bloemetjes in platte schermen met veel stralen, zonder omwindselblaadjes eronder. Van mei tot juli.
- Stengel
- Hol, gegroefd en kaal, zonder vlekken.
- Vrucht/Zaad
- Kleine, eironde, geribde splitvruchtjes van 3–4 mm. De plant verspreidt zich vooral via de wortelstokken, minder via zaad.
- Verwarring met
- Giftige schermbloemen zoals gevlekte scheerling en hondspeterselie hebben fijn verdeelde, varenachtige bladeren; zevenblad heeft brede, gezaagde blaadjes in groepjes van drie. Pluk het om te eten alleen als je het zeker herkent.
Bloei: mei–juli · Snoeien: juni–juli
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Een goede nectarplant: op de platte schermen zie je in juni veel zweefvliegen, kevers, vliegen en kleine wespen.
- Een dichte, groene bodembedekker voor plekken in de schaduw waar weinig anders wil groeien, zoals onder bomen of in een verwilderde hoek.
- De jonge, glanzende blaadjes zijn eetbaar en werden vroeger als groente of soepkruid gebruikt.
- De bonte vorm ‘Variegatum’ groeit trager en geeft een lichte toets in een schaduwhoek, al woekert ook die.
- Houdt de grond onder bomen bedekt, wat uitdroging en erosie tegengaat.
Waar staat een zevenblad graag?
- In het wild: vochtige loofbossen, bosranden, hagen, parken en oude tuinen op voedselrijke, humusrijke grond.
- Groeit in zon, halfschaduw en schaduw, het weelderigst in halfschaduw.
- Vochtige tot normale grond; in droge zandgrond blijft het kleiner.
- Zet het alleen waar het mag woekeren, bijvoorbeeld onder grote bomen of in een afgesloten bak, nooit in een border met vaste planten.
Mooi samen met
- Gewone vlier: Een struik voor de halfschaduw, waaronder zevenblad een groen tapijt mag vormen.
- Grote brandnetel: Voor een wilde hoek, met waardplanten voor de rupsen van dagpauwoog en atalanta; net zo sterk als zevenblad.
- Daslook: Bloeit in april, voor het zevenblad volgroeid is, in dezelfde vochtige bosgrond.
- Hulst: Groenblijvend in de winter, als het zevenblad is ingetrokken.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een zevenblad?
- Bedenk eerst of je het echt wilt: eenmaal in de tuin raak je zevenblad bijna niet meer kwijt. Vaak is het er al vanzelf.
- Kies een plek waar het mag woekeren, of plant het in een grote pot of binnen een wortelbegrenzing die minstens 30 cm diep gaat.
- Plant in maart–april of in oktober potplanten of stukken wortelstok op 40–50 cm afstand; ze vullen de ruimte snel.
- Geef na het planten water; daarna redt het zich zelf.
- Graaf nooit planten uit in de natuur; een stuk uit de tuin van een buur mag uiteraard wel.
- Gooi uitgestoken wortels nooit in de natuur of in een berm: ze groeien er gewoon verder.
Verzorgen
- Water
- Alleen na het planten. Bij droogte laat het blad hangen, maar het herstelt na regen.
- Bemesten
- Niet nodig; het groeit al meer dan genoeg.
- Maaien
- Maai of knip het tapijt in juni na de bloei: dan komt er nieuw, fris blad en zaait het niet uit.
- Woekeren
- Steek elk voorjaar de randen af met een scherpe spade en haal de witte wortelstokken uit de border.
- Bestrijden
- Wil je ervan af, graaf dan alle wortelstokken uit en zeef de grond, of dek de plek een volledig groeiseizoen af met karton en een dikke laag mulch. Ook het blad om de paar weken afmaaien put de wortels na een paar jaar uit.
Tip: Wil je zevenblad kwijt, maai of pluk het dan een paar jaar lang elke twee à drie weken kort: zonder blad raken de wortelstokken uitgeput. Eén keer uitgraven is zelden genoeg.
Snoeien en maaien
Snoeimaanden: juni–juli.
Wanneer: In juni–juli, na de bloei; verder is snoeien niet nodig.
Hoe:
- Maai of knip de uitgebloeide schermen af voor de zaden rijp zijn.
- Maai het blad meteen kort mee: na een paar weken komt er fris, jong blad terug.
- Laat in een natuurtuin een paar schermen staan voor insecten, maar alleen waar zaailingen geen kwaad kunnen.
Let op: Gooi uitgestoken wortelstokken niet op een composthoop die niet heet wordt: ook kleine stukjes lopen weer uit. Laat ze eerst verdrogen in de zon of breng ze naar het groenafval.
Vermeerderen
- Wortelstokken
- Elk stukje witte wortelstok met een knop groeit uit tot een nieuwe plant, op elk moment van het groeiseizoen.
- Zaad
- Zaait zich ook uit als je de schermen laat rijpen. Knip ze na de bloei af om dat te voorkomen.
Hoe komt een zevenblad de winter door?
Winterhard tot −30 °C.
- Het blad sterft in de late herfst af; de wortelstokken overwinteren in de grond.
- Volledig winterhard, tot ongeveer −30 °C.
- Vroeg in het voorjaar, vanaf maart, verschijnen de eerste jonge blaadjes: dan zijn ze het lekkerst.
Ziektes en plagen
- Woekeren: Het grootste probleem: het overgroeit lage vaste planten. Afsteken, uitgraven en afdekken helpen; chemische middelen zijn niet nodig en schaden het bodemleven.
- Wortels tussen vaste planten: Zit het in een pol vaste planten, graaf dan de hele pol uit, pluis alle witte wortels eruit en plant hem terug.
- Roest: Soms roestpuistjes op het blad; onschuldig. Maai het aangetaste blad af.
- Verwarring bij het plukken: Jonge bladeren kunnen lijken op die van andere schermbloemen. Pluk alleen als je het zeker herkent, liefst in je eigen tuin.
Het jaar rond
- Maart: Eerste jonge blaadjes. Randen afsteken.
- April: Jonge blaadjes oogsten voor soep of salade. Woekerende wortels uit de border graven.
- Mei: Begin van de bloei.
- Juni: Volle bloei: veel zweefvliegen. Daarna maaien voor fris blad.
- Juli: Laatste schermen afknippen voor de zaden rijp zijn.
- September: Randen opnieuw afsteken.
- Oktober: Planten in een pot of binnen een wortelbegrenzing.
- November: Het blad sterft af.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De naam podagraria verwijst naar podagra, jicht in de voet: vroeger werd de plant tegen jicht gebruikt. Aegopodium betekent geitenvoetje, naar de vorm van het blad.
- Zevenblad groeit opvallend vaak rond oude kastelen, kloosters en boerderijen, waar het vroeger waarschijnlijk als groente en geneeskruid werd geteeld.
- Een grote vlek zevenblad is vaak één enkele plant, die ondergronds met zijn wortelstokken verbonden is.