Foto: Wikimedia Commons, Copyrighted free use · bron
Kruidachtige plant · Kruisbloemenfamilie (Brassicaceae)
Kleine veldkers
Cardamine hirsuta
In andere talen: Cardamine hérissée (Français) · Hairy bitter-cress (English)
Komt in België in het wild voor.
Kleine veldkers is een klein, eenjarig kruisbloempje dat je bijna overal tegenkomt: in moestuinen, borders, bloempotten, tussen tegels en op muren. In het wild groeit het op open, verstoorde of zandige grond, op muren en rotsachtige plekken, en in België is het zeer algemeen. Het is een van de eerste bloeiers van het jaar en bloeit vaak al in februari, met minuscule witte bloempjes boven een platte rozet van geveerde blaadjes. Je herkent het aan de rechtopstaande hauwtjes die boven de bloemen uitsteken en die bij aanraking openspringen en de zaadjes wegschieten. Het is vooral een onkruid dat je in toom moet houden, maar de jonge blaadjes zijn een fijn, pittig slakruid en voor kleine insecten is het een vroege bloem.
Licht
Zon of halfschaduw
liefst wat zon
Vocht
Normaal
geen natte voeten
Winterhard
Volledig winterhard
tot -20 °C
Grootte
0,2 m
hoog, 0,15 m breed
Bloei
februari–juni
| Hoogte | 0,2 m |
|---|---|
| Inheems in België | Ja |
| Bloei | februari–juni |
Herkennen
Zo herken je hem
- Groeivorm
- Eenjarig plantje van 5–30 cm, met een vlakke rozet van bladeren aan de voet en een of meer rechtopstaande, bijna kale bloeistengels.
- Blad
- Geveerd, met 2–7 paar kleine, ronde tot niervormige deelblaadjes en een groter, rond eindblaadje. Op de bovenkant en de bladsteel staan verspreide korte haartjes. Aan de stengel maar weinig bladeren.
- Bloem
- Minuscule witte bloempjes van 3–4 mm met vier kroonblaadjes en meestal vier meeldraden, in een kleine tros; vooral van februari tot juni, maar ook later in het jaar.
- Vrucht/Zaad
- Smalle, rechtopstaande hauwtjes van 1,5–2,5 cm die boven de bloemen uitsteken. Rijp springen ze bij de minste aanraking open en schieten ze de zaadjes tot bijna een meter ver weg.
- Wortels
- Een korte, dunne penwortel: makkelijk uit te trekken zolang de plant klein is.
- Verwarring met
- Bosveldkers heeft een zigzag gebogen, behaarde stengel, meer stengelbladeren en meestal zes meeldraden; ze groeit op vochtige, schaduwrijke plekken. Herderstasje heeft driehoekige, hartvormige vruchtjes in plaats van smalle hauwtjes.
Bloei: februari–juni
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Een van de eerste bloeiers van het jaar, soms al in februari. Het bestuift zichzelf vooral, maar kleine bijtjes en vliegjes bezoeken de bloempjes.
- De jonge blaadjes zijn eetbaar en smaken mild naar tuinkers: lekker in een salade of op een boterham.
- De rozetten blijven de hele winter groen: vers groen uit de tuin als er bijna niets anders te oogsten valt.
- Een boeiend plantje om kinderen te tonen: raak een rijp hauwtje aan en de zaadjes springen weg.
- Het bedekt kale grond snel, wat je eraan herinnert dat open grond in de natuur zelden lang open blijft.
Waar staat een kleine veldkers graag?
- In het wild op open, verstoorde of zandige grond, op muren, rotsachtige plekken en langs paden.
- In tuinen in moestuinbedden, borders, bloempotten, tussen tegels en in grind: overal waar de grond open en wat vochtig is.
- Zon tot halfschaduw; in de volle zomerzon droogt het snel uit en sterft het af.
- Elke grondsoort, liefst los en wat vochtig, zoals verse potgrond.
Mooi samen met
- Veldsla: Ook een wintersalade die je in september zaait en tot in maart plukt.
- Vogelmuur: Nog een eetbaar, wintergroen onkruidje voor een gemengde wilde salade.
- Hondsdraf: Vroeg bloeiende, kruipende bodembedekker voor bijen in dezelfde hoeken.
- Madeliefje: Bloeit even vroeg, in het gras of langs het pad ernaast.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een kleine veldkers?
- Meestal hoef je niets te zaaien: kleine veldkers komt vanzelf, vaak mee met potgrond of gekochte potplanten.
- Wil je het als eetbaar kruid: laat een paar planten zaad zetten in een hoekje van de moestuin of in een bak, dan zaait het zich elk jaar uit.
- Zaai eventueel in september of in februari–maart op open, vochtige grond; druk het fijne zaad alleen aan.
- Laat 5–10 cm tussen de plantjes, zodat de rozetten groot en mals worden.
- Oogst de blaadjes van de rozet voor de bloei, van de herfst tot in het voorjaar.
- Graaf nooit planten uit in het wild; voor dit algemene plantje is dat ook niet nodig.
Verzorgen
- Water
- Niet nodig, behalve voor een oogstbak in een droog voorjaar.
- Bemesten
- Niet nodig.
- Woekeren
- Wied of schoffel de rozetten voor ze bloeien: zodra de hauwtjes rijp zijn, is het te laat. Schoffelen op een droge dag werkt het best.
- Potplanten
- Controleer nieuwe potplanten en trek de zaailingen eruit voor je plant. Een laagje grind op de pot houdt nieuwe kiemplanten tegen.
- Mulchen
- Een laag houtsnippers of bladcompost op de border houdt het licht weg en remt de kieming.
- Oogsten
- Knip de blaadjes met een schaar en gebruik ze vers, want ze verwelken snel.
Tip: Schoffel kleine veldkers op een droge, zonnige dag in maart, voor de eerste hauwtjes rijp zijn: zo voorkom je een volgende generatie en verdorren de plantjes meteen.
Snoeien en maaien
Wanneer: Niet nodig: het is eenjarig. Wil je de verspreiding beperken, trek het dan uit voor de zaadzetting.
Hoe:
- Trek of schoffel de plantjes weg zodra je de eerste bloempjes ziet.
- Trek uitgebloeide planten voorzichtig uit met een zak eronder, want rijpe hauwtjes springen bij aanraking open.
- Laat in een eetbaar hoekje een paar planten staan, zodat ze zich uitzaaien.
Let op: Trek rijpe planten niet uit boven de border of de composthoop: de zaadjes springen weg en kiemen overal.
Vermeerderen
- Zaad
- Het verspreidt zich alleen met zaad: de hauwtjes schieten de zaadjes weg. Het zaad kiemt vooral in de herfst en het vroege voorjaar, vaak kort na het vallen.
- Met potgrond en potplanten
- Zaadjes en kiemplantjes reizen mee met potplanten uit een kwekerij; zo komt het in nieuwe tuinen terecht.
Hoe komt een kleine veldkers de winter door?
Winterhard tot −20 °C.
- Kiemplanten van de herfst overwinteren als een groene rozet, die zelfs onder sneeuw groen blijft.
- Winterhard tot ongeveer −20 °C; bij zacht weer bloeit het soms al in januari of februari.
- De winter is de beste tijd om de malse rozetjes te oogsten of ze te wieden, voor ze bloeien.
Ziektes en plagen
- Snelle verspreiding: Eén plant geeft honderden zaden en in een gunstig jaar volgen meerdere generaties. Wied voor de bloei en mulch de grond.
- In potten: Het groeit in bijna elke pot. Trek het eruit voor de bloei en dek de potgrond af met grind.
- Tussen tegels: Krab of borstel de voegen vroeg in het voorjaar uit; op kleine plekken werkt kokend water ook.
- Scherp of taai blad: Oudere, bloeiende planten smaken scherper. Oogst de rozetten voor de bloei.
Het jaar rond
- Januari: Rozetten oogsten voor salade, of wieden.
- Februari: Eerste bloempjes bij zacht weer.
- Maart: Bloei. Wieden voor de hauwtjes rijp zijn.
- April: Volle bloei; rijpe hauwtjes springen open. Planten uittrekken met een zak eronder.
- Mei: Laatste voorjaarsbloei. Grond mulchen tegen nieuwe kieming.
- Juni: Laatste bloei en zaadzetting; bij droog weer sterven de planten af.
- September: Nieuwe kiemplanten na de eerste regen. Zaaien voor een oogstbak.
- Oktober: De rozetten groeien. Wieden of laten staan om te oogsten.
- November: Rozetten oogsten.
- December: Groene rozetten overwinteren.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Een rijp hauwtje rolt in een fractie van een seconde op en schiet de zaadjes weg. Wetenschappers gebruiken kleine veldkers als modelplant om te begrijpen hoe dat werkt.
- Hirsuta betekent behaard, al heeft de plant maar weinig haartjes, vooral op de bladeren.
- Het is een verwant van de zandraket, de bekendste proefplant van de plantenwetenschap.