
Foto: André Karwath aka Aka, CC BY-SA 2.5 · bron
Kruidachtige plant · Anjerfamilie (Caryophyllaceae)
Vogelmuur
Stellaria media
In andere talen: Mouron des oiseaux (Français) · Common chickweed (English)
Komt in België in het wild voor.
Vogelmuur is een kleine, eenjarige plant met slappe, liggende stengels, zachte, frisgroene blaadjes en piepkleine, witte stervormige bloempjes. Hij groeit in heel België op voedselrijke, losse grond: in moestuinen, borders en akkers, langs bosranden, op braakliggende grond en aan de voet van muren en hagen. Herken hem aan het ene lijntje haartjes dat langs de stengel loopt en bij elke knoop van kant wisselt, en aan de vijf kroonblaadjes die zo diep gespleten zijn dat het er tien lijken. Hij kiemt en bloeit bijna het hele jaar door, ook in zachte winters, en maakt meerdere generaties per jaar. Zaadetende vogels en kippen zijn er dol op, en ook voor mensen zijn de jonge toppen eetbaar.
Let op: Vogelmuur zelf is niet giftig, maar lijkt als hij niet bloeit op rood guichelheil, dat wel giftig is. Pluk alleen om te eten als je zeker bent van de soort: kijk naar het lijntje haartjes op de stengel.
Licht
Zon of halfschaduw
liefst wat zon
Vocht
Normaal
geen natte voeten
Winterhard
Volledig winterhard
tot -20 °C
Grootte
0,15 m
hoog, 0,3 m breed
Bloei
januari–december
| Hoogte | 0,15 m |
|---|---|
| Inheems in België | Ja |
| Bloei | januari–december |
Herkennen
Zo herken je hem
- Groeivorm
- Eenjarig, liggend tot opstijgend, 5–40 cm lang, vaak in losse matten; stengels slap, rond en sappig.
- Stengel
- Met één lijntje haartjes dat bij elke knoop naar de andere kant wisselt: het beste herkenningskenmerk.
- Blad
- Tegenoverstaand, eirond met een spitse top, 0,5–2,5 cm; de onderste gesteeld, de bovenste zittend. Glad en frisgroen.
- Bloem
- Wit, nauwelijks 1 cm breed, met vijf diep tweedelige kroonblaadjes die niet langer zijn dan de groene kelkbladen; drie stijlen. Bijna het hele jaar door.
- Vrucht/Zaad
- Langwerpig doosje aan een teruggebogen steeltje, dat met zes tandjes opengaat; kleine, roodbruine, wrattige zaadjes.
- Verwarring met
- Rood guichelheil heeft ook tegenoverstaande bladeren, maar een vierkantige, kale stengel, zwarte stipjes onder het blad en oranjerode bloemen; hij is giftig. Gewone hoornbloem is overal behaard en heeft donkerdere, viltige bladeren. Grote muur is veel groter, met smalle, stijve bladeren, en groeit in bossen.
Bloei: januari–december
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Bloeit bijna het hele jaar, ook in de winter: op zachte dagen vinden kleine vliegjes en zweefvliegen er stuifmeel.
- Vinken, mussen en kippen eten graag van het zaad en het groen; daar dankt hij zijn naam aan.
- Bedekt kale grond in de moestuin in herfst en winter en beschermt de bodem zo tegen uitspoelen en dichtslaan.
- Een wijzer voor goede, voedselrijke en losse tuingrond.
- De jonge, frisse toppen zijn eetbaar, rauw in een salade of op een boterham, met een zachte, frisse smaak.
- Rupsen van verschillende nachtvlinders eten van het blad.
Waar staat een vogelmuur graag?
- In het wild: akkers, bosranden, ruigten, braakliggende grond, mesthopen, rivieroevers en de voet van hagen en muren.
- Losse, vochtige en voedselrijke grond; op droge, arme grond blijft hij klein of ontbreekt hij.
- Zon tot halfschaduw; in de zomerhitte doet hij het het best in wat schaduw.
- In de tuin: als tijdelijke bodembedekker in moestuin en borders, onder struiken en hagen of in een kippenren.
Mooi samen met
- Paarse dovenetel: Bloeit net als vogelmuur al vroeg in het jaar en is een vroege voedselbron voor hommels.
- Herderstasje: Een andere eenjarige van open tuingrond, met zaad voor vinken.
- Hondsdraf: Lage bodembedekker onder struiken, met paarse bloemen in het voorjaar voor hommels.
- Akkerviooltje: Klein, roomwit en geel viooltje op dezelfde open grond.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een vogelmuur?
- Je hoeft hem zelden te zaaien: het zaad zit in bijna elke tuingrond en kiemt zodra de grond open ligt en vochtig is.
- Wil je hem bewust, voor de kippen, de vogels of de keuken, koop dan zaad bij een zaadhandel voor wilde planten of vraag wat zaad in een tuin waar hij groeit.
- Zaai in maart–mei of augustus–oktober op losgemaakte, vochtige grond en hark het zaad licht in.
- Houd de grond vochtig; na 1–2 weken verschijnen de kiemplanten. Uitdunnen is niet nodig.
- Zaai op een plek waar hij geen jonge groenten overwoekert, bijvoorbeeld onder struiken of in een aparte bak.
- Graaf nooit planten uit in de natuur, ook niet van een algemene soort: zaad is makkelijk te krijgen en slaat beter aan.
Verzorgen
- Water
- Alleen bij droogte als je hem wilt houden; in droge zomers verdort hij snel en kiemt hij opnieuw na regen.
- Bemesten
- Niet nodig: op voedselrijke tuingrond groeit hij vanzelf weelderig.
- Wieden
- In de moestuin schoffel je hem bij droog weer weg als kiemplant. Grotere matten trek je makkelijk uit: de wortels zitten ondiep.
- Zaad laten vallen
- Hij zet al enkele weken na het kiemen zaad. Wied voor de bloei als je niet wilt dat hij zich uitzaait.
- Bodembedekker
- Laat hem in herfst en winter op lege moestuinbedden staan en haal hem in het voorjaar weg voor de composthoop, nog voor hij zaad zet.
Tip: Gebruik vogelmuur als gratis groenbedekker: laat hem in de herfst lege moestuinbedden bedekken en haal hem in het voorjaar weg voor hij in zaad schiet.
Snoeien en maaien
Wanneer: Niet nodig: het is een eenjarige plant. Wied of oogst hem voor hij zaad zet als je hem wilt beperken.
Hoe:
- Oogst voor de keuken of de kippen de jonge toppen met een schaar; de plant loopt opnieuw uit.
- Haal grote matten weg voor ze vol rijp zaad zitten, en zet ze op de composthoop zolang ze nog geen zaad dragen.
Vermeerderen
- Zaad
- Vormt al enkele weken na het kiemen zaad, en dat meerdere generaties per jaar. Het zaad blijft jarenlang kiemkrachtig in de grond.
- Stengelstukken
- Stengels die op vochtige grond liggen, kunnen op de knopen opnieuw wortelen.
Hoe komt een vogelmuur de winter door?
Winterhard tot −20 °C.
- Een van de weinige planten die in zachte winters groen blijven én bloeien.
- Verdraagt lichte vorst; bij strenge vorst sterven de planten af, maar het zaad in de grond overleeft.
- Groene matten beschermen de grond, bieden schuilplek aan kleine bodemdiertjes en voedsel aan vogels.
Ziektes en plagen
- Overwoekeren: In de moestuin verstikken dichte matten jonge groenten. Schoffel vroeg en vaak, bij droog weer.
- Slakken: Slakken verschuilen zich graag onder dichte matten. Houd de grond rond slagevoelige groenten vrij van vogelmuur.
- Giftige dubbelganger: Rood guichelheil groeit op dezelfde plekken. Pluk voor de keuken alleen als je het lijntje haartjes op de stengel ziet.
- Verdwijnt in de zomer: Bij hitte en droogte verdort hij. Na de eerste regen in de nazomer komt hij vanzelf terug.
Het jaar rond
- Januari: Bloeit in zachte winters. Vogels zoeken tussen de matten naar zaad.
- Maart: Volop groei. Jonge toppen oogsten voor salade of kippen.
- April: Schoffelen in de moestuin voor hij zaad zet.
- Mei: Zaaien op een vaste plek voor kippen of vogels.
- Juli: Verdort bij droogte; het zaad valt uit.
- September: Nieuwe kiemplanten na de eerste regen. Zaaien kan.
- Oktober: Laten staan als bodembedekker op lege bedden.
- December: Groene matten beschermen de bodem; soms nog in bloei.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Vogelmuur, mouron des oiseaux en chickweed verwijzen allemaal naar vogels: kippen en kooivogels kregen de plant vroeger als voer.
- De bloempjes sluiten bij regen en ’s nachts en gaan open bij mooi weer.
- Omdat hij al enkele weken na het kiemen bloeit en zaad zet, kan één plant in een jaar meerdere generaties nakomelingen hebben.