
Foto: Wikimedia Commons, Public domain · bron
Kruidachtige plant · Schermbloemenfamilie (Apiaceae)
Dolle kervel
Chaerophyllum temulum
In andere talen: Cerfeuil penché (Français) · Rough chervil (English)
Komt in België in het wild voor.
Dolle kervel is een tweejarige schermbloem van heggen, bosranden en beschaduwde bermen. In België is ze vrij algemeen, vooral op voedselrijke leem- en kleigrond, waar ze in juni langs hagen en houtkanten bloeit, net na het fluitenkruid. Je herkent ze aan de ruw behaarde stengel met paarse vlekken, die onder elke knoop wat verdikt is, aan de dofgroene, vaak paars aangelopen bladeren en aan de bloemschermen die in de knop knikken. De witte schermen trekken veel vliegen, zweefvliegen en kevers aan. De plant is giftig, en de naam dolle verwijst naar de bedwelmende werking die men haar vroeger toeschreef: ze is dus niets om te plukken voor de keuken.
Let op: Giftig: alle delen van dolle kervel zijn giftig bij inslikken, voor mensen en voor dieren. Kinderen, huisdieren en grazend vee lopen het meeste risico. Eet nooit wilde schermbloemen als je niet zeker weet welke soort het is: dolle kervel lijkt op eetbare kervel en op fluitenkruid, en groeit soms naast de zeer giftige gevlekte scheerling. Draag handschoenen bij het wieden en was daarna je handen. Bij vermoeden van vergiftiging: bel meteen een arts of het Antigifcentrum.
Licht
Halfschaduw of schaduw
verdraagt weinig zon
Vocht
Normaal
geen natte voeten
Winterhard
Volledig winterhard
tot -25 °C
Grootte
0,8 m
hoog, 0,4 m breed
Bloei
mei–juli
| Snoeimaanden | september |
|---|---|
| Hoogte | 0,8 m |
| Inheems in België | Ja |
| Bloei | mei–juli |
Herkennen
Zo herken je hem
- Groeivorm
- Tweejarige plant: het eerste jaar een rozet van bladeren, het tweede jaar een vertakte bloeistengel van 30–100 cm.
- Blad
- Twee- tot driemaal geveerd, met stompe, gelobde slipjes; dofgroen, aan beide kanten behaard en vaak paars aangelopen.
- Bloem
- Witte bloempjes in schermen met 6–12 stralen, van mei tot juli. In de knop knikken de schermen; omwindselblaadjes ontbreken of er zijn er maar een of twee.
- Vrucht/Zaad
- Smalle, langwerpige, kale vruchtjes van 4–7 mm met duidelijke ribben, die naar de top versmallen.
- Stengel
- Massief, ruw behaard, paars gevlekt of helemaal paars, en onder de knopen opvallend verdikt.
- Verwarring met
- Fluitenkruid bloeit vroeger (april–juni), heeft frisgroene, fijner verdeelde bladeren en een groene, gegroefde stengel zonder vlekken die bovenaan bijna kaal is. Gevlekte scheerling heeft een kale, blauw berijpte stengel met paarse vlekken, een onaangename muizengeur en is zeer giftig. Heggendoornzaad bloeit later, in juli–augustus, en heeft vruchtjes met haakstekels.
Bloei: mei–juli · Snoeien: september
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Witte schermen in juni–juli vol vliegen, zweefvliegen, kevers en kleine wespen: een drukke ontmoetingsplek voor insecten.
- Bloeit tussen het fluitenkruid en het heggendoornzaad in: zo blijft er van april tot augustus wit in de heg.
- Een typische plant van de bloemrijke heg en houtkant, waar ze zich als tweejarige vanzelf uitzaait.
- De droge stengels en schermen bieden in de winter schuilplaats aan kleine insecten en spinnen.
- Een goede oefenplant om schermbloemen te leren onderscheiden, en zo giftige en eetbare soorten uit elkaar te houden.
Waar staat een dolle kervel graag?
- In het wild langs heggen, houtkanten, bosranden, holle wegen en beschaduwde bermen.
- Halfschaduw tot lichte schaduw; in volle zon zie je ze minder.
- Voedselrijke, niet te droge grond, vooral leem en klei.
- In de tuin aan de rand van een heg of struweel, in een wilde hoek waar ze zich mag uitzaaien, ver van de moestuin.
Mooi samen met
- Look-zonder-look: Bloeit in april–mei in dezelfde heg en is een waardplant van het oranjetipje.
- Dagkoekoeksbloem: Roze bloemen van mei tot juli, een mooi contrast met de witte schermen.
- Robertskruid: Klein, roze, lang bloeiend kruid voor de schaduwrand eronder.
- Geel nagelkruid: Gele bloempjes en haakvruchtjes in dezelfde schaduwrijke zoom.
- Eenstijlige meidoorn: De heg zelf: bloesem in mei en bessen voor vogels in de herfst.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een dolle kervel?
- Graaf nooit planten uit in het wild: koop zaad bij een zaadhandel voor inheemse planten.
- Kies een plek aan de rand van een heg of houtkant, ver van de moestuin en van plekken waar jonge kinderen spelen.
- Zaai in september–oktober, kort na de rijping: het zaad heeft een koude periode nodig en kiemt pas in het voorjaar.
- Strooi het zaad op losgemaakte, open grond en hark het licht in; dun later uit tot 30–40 cm.
- Het eerste jaar zie je alleen een bladrozet; de bloei komt in het tweede jaar. Water geven is niet nodig.
- Draag handschoenen als je zaad oogst of planten weghaalt, en was daarna je handen.
Verzorgen
- Water
- Niet nodig.
- Bemesten
- Niet nodig; de voedselrijke grond aan een heg volstaat.
- Zaad laten vallen
- Laat elk jaar een deel van de planten zaad zetten, anders verdwijnt deze tweejarige.
- Woekeren
- Ze kan zich flink uitzaaien. Trek te veel rozetten in het voorjaar uit, met handschoenen, of knip de schermen af voor het zaad rijp is.
- Maaien
- Maai een heg- of bermzoom één keer per jaar, in september na de zaadval, en voer het maaisel af.
Tip: Leer dolle kervel herkennen aan de paars gevlekte, ruw behaarde stengel met verdikte knopen: zo onderscheid je ze in juni meteen van het eerder bloeiende fluitenkruid.
Snoeien en maaien
Snoeimaanden: september.
Wanneer: In september, als het zaad gevallen is. Een deel van de stengels mag tot het voorjaar blijven staan.
Hoe:
- Maai of knip de afgestorven planten af na de zaadval en voer ze af.
- Laat een deel van de droge stengels staan als schuilplaats voor insecten in de winter.
- Wil je minder zaailingen, knip dan de schermen af kort na de bloei, voor de vruchtjes rijp zijn.
- Werk met handschoenen en was je handen achteraf.
Let op: Geef het maaisel niet aan konijnen, cavia’s of ander vee en leg het niet in een weide.
Vermeerderen
- Zaad
- De enige manier: zaai vers zaad in september–oktober buiten. Het kiemt na de winter, vormt een rozet en bloeit het jaar daarop.
- Zelf uitzaaien
- Op een geschikte plek houdt ze zich zelf in stand door uitzaaien; laat daarvoor wat open plekjes in de zoom.
Hoe komt een dolle kervel de winter door?
Winterhard tot −25 °C.
- Jonge rozetten overwinteren tegen de grond; planten die gebloeid hebben, sterven na de zaadzetting af.
- Volledig winterhard, tot ongeveer −25 °C.
- De droge stengels en schermen blijven nog een tijd staan en bieden schuilplaats aan insecten.
Ziektes en plagen
- Giftigheid: Alle delen zijn giftig. Zaai ze niet waar kinderen spelen of waar je kruiden plukt.
- Verwarring bij het plukken: Wie wilde kervel of fluitenkruid plukt, kan zich vergissen. Pluk geen wilde schermbloemen voor de keuken als je ze niet zeker kent.
- Te veel zaailingen: Op voedselrijke grond kan ze talrijk worden. Knip de schermen af voor het zaad rijp is.
- Bladluis: Op jonge schermen in mei–juni. Lieveheersbeestjes en larven van zweefvliegen ruimen ze op.
- Verruiging: In een dichte brandnetelruigte verdwijnt ze. Maai jaarlijks en voer het maaisel af.
Het jaar rond
- Maart: De rozetten groeien. Te veel rozetten uittrekken, met handschoenen.
- April: De bloeistengels schieten omhoog.
- Mei: Eerste schermen; de knoppen knikken.
- Juni: Volle bloei. Vliegen, kevers en zweefvliegen op de schermen.
- Juli: Laatste bloei; de vruchtjes rijpen.
- Augustus: Het zaad is rijp en valt uit. Schermen afknippen als je minder zaailingen wil.
- September: Afgestorven planten maaien en afvoeren. Zaaien.
- Oktober: Zaaien op open grond.
- December: Rust. De droge stengels bieden schuilplaats.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Temulum komt van het Latijnse temulentus, dronken: de plant werd vroeger in verband gebracht met wankelen en duizeligheid na het eten ervan. Ook de Nederlandse naam dolle verwijst daarnaar.
- De geslachtsnaam Chaerophyllum komt van het Griekse chairephyllon, de oude naam voor kervel, wat aangenaam blad betekent.
- In de heg bloeien drie witte schermbloemen na elkaar: fluitenkruid in april–mei, dolle kervel in juni en heggendoornzaad in juli–augustus.