Geel nagelkruid (Geum urbanum)

Foto: Didier Descouens, CC BY-SA 4.0 · bron

Kruidachtige plant · Rozenfamilie (Rosaceae)

Geel nagelkruid

Geum urbanum

In andere talen: Benoîte commune (Français) · Wood avens (English)

Komt in België in het wild voor.

Geel nagelkruid is een vaste plant uit de rozenfamilie die je bijna overal in België tegenkomt: in loofbossen, langs heggen en bosranden, in parken en in schaduwrijke hoeken van de tuin. Het is een losse plant van 20–60 cm met kleine, gele bloemetjes van 1–1,5 cm met vijf uitstaande kroonblaadjes. Je herkent hem aan de gevinde bladeren met een grote, ronde eindslip en aan de bolletjes vol haakjes die na de bloei aan je kleren en aan de vacht van dieren blijven hangen. De wortelstok ruikt naar kruidnagel, vandaar de naam. Voor zweefvliegen, kleine bijen en vliegen is het een bescheiden maar betrouwbare nectarbron in de schaduw.

  • Licht

    Halfschaduw of schaduw

    verdraagt weinig zon

  • Vocht

    Normaal

    geen natte voeten

  • Winterhard

    Volledig winterhard

    tot -30 °C

  • Grootte

    0,5 m

    hoog, 0,3 m breed

  • Bloei

    mei–augustus

Feiten op een rij
Snoeimaandenaugustus
Hoogte0,5 m
Inheems in BelgiëJa
Bloeimei–augustus

Herkennen

Zo herken je hem

Groeivorm
Losse, vaste plant van 20–60 cm met een bladrozet aan de voet en vertakte, behaarde bloeistengels.
Blad
Rozetbladeren gevind, met een paar kleine zijslippen en een grote, ronde tot drielobbige eindslip. Stengelbladeren drietallig, met opvallend grote, bladachtige steunblaadjes aan de voet.
Bloem
Klein en geel, 1–1,5 cm, met vijf uitstaande kroonblaadjes en groene kelkblaadjes die na de bloei naar beneden klappen. De bloemen staan rechtop.
Vrucht/Zaad
Een bolletje van ongeveer 1,5 cm vol harige nootjes, elk met een gebogen haakje aan de top: een echte klit.
Wortels
Korte, dikke wortelstok die bij het breken naar kruidnagel ruikt.
Verwarring met
Knikkend nagelkruid heeft hangende, oranjeroze klokjes en groeit op nattere plekken; de twee kruisen soms. Boterbloemen hebben glanzende kroonblaadjes, geen grote steunblaadjes en geen haakjesvruchten.

Bloei: mei–augustus · Snoeien: augustus

In je tuin

Waarom in je tuin?

  • Bloeit van mei tot in augustus op schaduwrijke plekken waar weinig andere wilde bloemen het volhouden.
  • Kleine bijen, zweefvliegen en vliegen halen er nectar en stuifmeel.
  • De zaadbolletjes met haakjes reizen mee in de vacht van vossen, reeën en honden: een mooi voorbeeld van verspreiding door dieren.
  • Blijft in de winter als een groen bladrozet staan en bedekt zo de grond onder heesters en hagen.
  • De naar kruidnagel geurende wortel werd vroeger gebruikt om bier en wijn op smaak te brengen en om linnen te parfumeren.
  • Een makkelijke, inheemse vuller voor een schaduwrijke natuurtuin of een heggenrand.

Waar staat een geel nagelkruid graag?

  • In het wild: loofbossen, bosranden, heggen, houtwallen, parken en ruigtes, vaak op voedselrijke grond.
  • In de tuin: halfschaduw tot schaduw, onder heesters, langs een heg of aan de noordkant van het huis.
  • Frisse tot vochtige, humusrijke grond; zand, leem of klei is allemaal goed.
  • In volle zon groeit hij ook, maar dan heeft hij meer water nodig en blijft hij kleiner.

Mooi samen met

  • Dagkoekoeksbloem: Roze bloemen in mei–juni op dezelfde halfschaduwrijke plekken.
  • Robertskruid: Klein roze bloempje dat ook in de schaduw uitzaait en lang bloeit.
  • Look-zonder-look: Witte bloemen in april en waardplant van het oranjetipje, ideaal voor een heggenrand.
  • Mannetjesvaren: Groen, stevig blad als achtergrond in de schaduw.
  • Bosanemoon: Bloeit in maart–april, voor het nagelkruid op gang komt.

Onderhoud

Hoe en wanneer plant je een geel nagelkruid?

  1. Koop planten of zaad bij een kwekerij voor inheemse planten. Graaf nooit planten uit in het wild.
  2. Zaai in september–oktober buiten in potjes of rechtstreeks op een open plek en druk het zaad licht aan; de winterkou helpt bij de kieming.
  3. Plant potplanten in maart–april of in oktober, op 30–40 cm van elkaar.
  4. Geef bij het planten een flinke gieter water en hou de grond de eerste weken vochtig.
  5. Laat daarna de natuur haar werk doen: na een jaar of twee zaait hij zichzelf uit en vind je zaailingen in de buurt.

Verzorgen

Water
Alleen het eerste jaar bij droogte. Daarna redt hij zich, ook in droge zomers in de schaduw.
Bemesten
Niet nodig. Op rijke grond wordt hij groot en slap; wat bladcompost in de herfst is genoeg.
Zaad laten vallen
Laat een deel van de bolletjes rijpen als je wilt dat hij zich uitbreidt.
Woekeren
Wil je minder zaailingen, knip de uitgebloeide stengels dan in juli–augustus af, voor de klitten rijp zijn.
Wieden
Ongewenste zaailingen trek je best uit als ze nog klein zijn; oudere planten hebben een stevige wortelstok.

Tip: Wil je geel nagelkruid zonder klitten in de vacht van je hond, knip de uitgebloeide stengels dan in augustus af en laat er alleen achteraan in de heggenrand een paar staan.

Snoeien en maaien

Snoeimaanden: augustus.

Wanneer: Na de bloei, in augustus, als je het uitzaaien wilt beperken; anders pas in het vroege voorjaar.

Hoe:

  • Knip de bloeistengels af tot net boven het bladrozet.
  • Laat in een natuurtuin een paar stengels met zaad staan voor nieuwe planten.
  • Het rozet zelf hoef je niet te snoeien: dat blijft in de winter groen.
  • Haal in maart oude, bruine bladeren weg als je dat netter vindt.

Let op: Draag geen wollen trui als je de rijpe zaadbollen afknipt: de haakjes blijven erin hangen en krijg je er moeilijk uit.

Snoeien: wanneer en hoe · Snoeikalender en basisregels

Vermeerderen

Zaad
Zaai rijp zaad in september–oktober in een pot met zaaigrond en laat die buiten overwinteren. In het voorjaar kiemen de zaden.
Scheuren
Steek in maart of oktober een plant uit en verdeel de wortelstok met een spade in stukken met elk een paar bladeren.

Hoe komt een geel nagelkruid de winter door?

Winterhard tot −30 °C.

  • Het bladrozet blijft meestal groen en bedekt de grond onder heggen en struiken.
  • Volledig winterhard: strenge vorst doet hem niets.
  • Samen met afgevallen blad vormt het rozet een beschutte strooisellaag voor kleine bodemdiertjes.

Ziektes en plagen

  • Te veel zaailingen: Hij zaait zich makkelijk uit in borders en tussen tegels. Knip de stengels na de bloei af en trek jonge zaailingen meteen uit.
  • Klitten: De haakjesvruchten blijven in de vacht van honden en katten hangen. Knip ze af langs paden waar je huisdieren lopen.
  • Meeldauw: Wit poeder op het blad in droge zomers. Onschuldig; knip de ergste bladeren weg en geef wat water.
  • Moeilijk uit te trekken: Oudere planten breken af boven de wortelstok en lopen weer uit. Steek ze uit met een smalle schop of een onkruidsteker.

Het jaar rond

  • Maart: Nieuwe bladeren. Planten of scheuren.
  • April: Planten. De rozetten worden voller.
  • Mei: Eerste gele bloemetjes.
  • Juni: Volle bloei. Zweefvliegen en kleine bijen op bezoek.
  • Juli: Bloei en eerste klitten.
  • Augustus: Laatste bloemen. Uitgebloeide stengels afknippen als je minder zaailingen wilt.
  • September: Rijp zaad oogsten en meteen zaaien.
  • Oktober: Zaaien, planten of scheuren.
  • November: Bladcompost rond de planten. Het rozet blijft groen.
  • December: Rust. Groen rozet in de winter.

Jij en deze soort

Wist je dat?

  • De naam nagelkruid verwijst naar de geur van de wortel: die ruikt naar kruidnagel door eugenol, dezelfde geurstof als in echte kruidnagel.
  • De oude Latijnse naam herba benedicta, ‘gezegend kruid’, leeft voort in het Franse benoîte: men geloofde vroeger dat de plant boze geesten weghield.
  • Urbanum betekent ‘van de stad’: de plant groeit graag dicht bij mensen, in parken, tuinen en langs wegen.

Meer soorten uit Europa · Alle soorten

Laden…