
Foto: Kurt Stüber [1], CC BY-SA 3.0 · bron
Kruidachtige plant · Ooievaarsbekfamilie (Geraniaceae)
Bermooievaarsbek
Geranium pyrenaicum
In andere talen: Géranium des Pyrénées (Français) · Hedgerow crane’s-bill (English)
Komt in België in het wild voor.
De bermooievaarsbek is een inheemse, overblijvende ooievaarsbek van grazige bermen, dijken, haagkanten, bosranden en ruige hoekjes in dorpen en parken, vooral op vrij voedselrijke, lemige of kalkhoudende grond. In België is hij vrij algemeen, vooral langs wegen en in de leemstreek; op arm, zuur zand is hij zeldzamer. Je herkent hem aan de ronde, zacht behaarde, handvormig ingesneden bladeren en aan de paarsroze bloemen van ongeveer 1,5 cm breed, met diep ingesneden kroonblaadjes, die per twee bij elkaar staan. Hij bloeit uitzonderlijk lang, van mei tot in oktober, en voedt al die tijd bijen en zweefvliegen. Na de bloei verschijnen de typische snavelvormige vruchten, die hun zaden wegslingeren.
Licht
Zon of halfschaduw
liefst wat zon
Vocht
Normaal
geen natte voeten
Winterhard
Volledig winterhard
tot -25 °C
Grootte
0,5 m
hoog, 0,4 m breed
Bloei
mei–oktober
| Snoeimaanden | juli en september |
|---|---|
| Hoogte | 0,5 m |
| Inheems in België | Ja |
| Bloei | mei–oktober |
Herkennen
Zo herken je hem
- Groeivorm
- Overblijvende plant met een rozet van langgesteelde bladeren en losse, vertakte, opstijgende stengels van 25–60 cm. Onder de grond zit een stevige wortelstok met een diepe wortel.
- Blad
- Rond in omtrek, 3–8 cm breed, tot ongeveer twee derde handvormig ingesneden in 5–9 lobben met stompe tanden; zacht behaard. De stengelbladen zijn kleiner en staan tegenover elkaar.
- Bloem
- Paarsroze tot lila, 14–18 mm breed, met vijf kroonblaadjes die aan de top diep ingesneden zijn en ongeveer twee keer zo lang als de kelk. De bloemen staan per twee op een gemeenschappelijke steel.
- Vrucht/Zaad
- Een snavelvormige splitvrucht van ongeveer 2 cm, met onderaan vijf gladde, fijn behaarde deelvruchtjes. Bij rijpheid krullen de kleppen plots op en worden de zaden weggeslingerd.
- Stengel
- Rond, vertakt en dicht bezet met korte, zachte haren en langere klierharen; vaak wat roodachtig.
- Verwarring met
- Zachte ooievaarsbek is eenjarig, lager en heeft kleinere bloemen (7–10 mm) met kale, dwars gerimpelde deelvruchtjes. Kleine ooievaarsbek heeft piepkleine, bleeklila bloempjes. Beemdooievaarsbek heeft veel grotere, blauwviolette bloemen en diep ingesneden bladeren. Robertskruid heeft fijn verdeelde, sterk ruikende bladeren en kroonblaadjes zonder inkeping.
Bloei: mei–oktober · Snoeien: juli en september
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Een van de langst bloeiende wilde planten: van mei tot in oktober, met een tweede bloeigolf als je hem in de zomer terugknipt.
- De bloemen leveren nectar en stuifmeel voor honingbijen, wilde bijen en zweefvliegen, ook laat in het seizoen als er minder te halen valt.
- Een sterke, makkelijke plant voor een bloemrijke berm, een haagzoom of de rand van een border die wat ruiger mag zijn.
- Hij verdraagt maaien en een vrij voedselrijke grond, waar veel andere wilde bloemen het moeilijk hebben.
- De snavelvormige vruchten die hun zaden wegschieten, zijn ook voor kinderen leuk om te ontdekken.
Waar staat een bermooievaarsbek graag?
- In het wild: grazige bermen, dijken, haagkanten, bosranden, ruigtes, kerkhoven en verwaarloosde hoekjes in dorpen en steden.
- Hij houdt van vrij voedselrijke, goed doorlatende grond: leem, zavel of klei, liefst wat kalkhoudend; op arm, zuur zand groeit hij minder goed.
- In de tuin: zon tot halfschaduw, op gewone tuingrond die niet te nat is.
- Mooi in een bloemrijke berm, een kruidenrijke haagzoom, onder een fruitboom of aan de rand van een natuurlijke border.
Mooi samen met
- Fluitenkruid: Witte schermen in mei, als de ooievaarsbek begint te bloeien; samen typisch voor een voedselrijke berm.
- Look-zonder-look: Een vroege bloeier voor dezelfde halfschaduw aan de haagkant, en waardplant voor het oranjetipje.
- Grote muur: Witte sterbloemen tegen de haag in het voorjaar.
- Vogelwikke: Blauwpaarse trossen in de zomer, die tussen de ooievaarsbek omhoog klimmen.
- Knoopkruid: Paarse hoofdjes in de zomer in dezelfde maaiberm, druk bezocht door vlinders.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een bermooievaarsbek?
- Koop zaad of jonge planten bij een kwekerij voor inheemse planten. Haal nooit planten of zaad weg uit het wild.
- Zaai in september–oktober of in maart–april in potjes of ter plaatse op open grond. Bedek het zaad met een dun laagje grond; het kiemt vaak ongelijk, soms pas na de winter.
- Plant jonge planten in het voorjaar of in de herfst, in groepjes van 3–5, met 30–40 cm tussenruimte.
- Zet ze even diep als in de pot, druk de grond goed aan en geef meteen water.
- Geef de eerste weken water bij droogte; daarna redt hij zich zonder hulp.
- In een bestaande grasberm plant je beter potplanten dan te zaaien: in dicht gras slaan zaailingen moeilijk aan.
Verzorgen
- Water
- Alleen na het planten en in het eerste jaar bij lange droogte. Gevestigde planten kunnen met hun diepe wortel tegen een droge zomer.
- Bemesten
- Niet nodig. Op te rijke grond wordt hij slap en valt hij uit elkaar; gewone tuingrond is ruim voldoende.
- Maaien
- In een berm maai je twee keer per jaar: begin juli en in september, telkens met afvoer van het maaisel. Hij loopt na het maaien snel weer uit.
- Terugknippen
- In een border knip je hem begin juli, na de eerste bloeigolf, terug tot net boven de bladrozet. Zo krijg je fris blad en een tweede bloei tot in de herfst.
- Uitzaaien
- Hij zaait zich vlot uit. Wil je dat beperken, knip dan de uitgebloeide stengels weg voor de vruchten rijp zijn, of wied ongewenste zaailingen in het voorjaar.
Tip: Knip hem begin juli na de eerste bloeigolf flink terug: binnen een paar weken heb je een frisse, compacte plant die tot in oktober opnieuw bloeit.
Snoeien en maaien
Snoeimaanden: juli en september.
Wanneer: Begin juli, na de eerste bloeigolf, en opnieuw in september; in een berm valt dat samen met de gewone maaibeurten.
Hoe:
- Knip of maai de lange, uitgezakte stengels terug tot net boven de bladrozet; binnen enkele weken loopt hij opnieuw uit.
- Laat bij de tweede beurt een deel van de stengels met vruchten staan als je wilt dat hij zich uitzaait.
- Voer het maaisel af, zodat de grond niet te rijk wordt.
- Laat de bladrozet in de winter staan: die blijft in zachte winters vaak groen en beschermt het hart van de plant.
Let op: Maai niet te diep: als je de rozet en de kop van de wortel beschadigt, loopt hij slechter uit.
Vermeerderen
- Zaad
- Zaai vers zaad in september–oktober in een pot met zaaigrond en laat die buiten overwinteren, of zaai in maart–april. Verspeen de zaailingen zodra ze een paar echte bladeren hebben.
- Zelf uitzaaien
- Op open grond zaait hij zich gemakkelijk uit. Verplant jonge rozetten in de herfst of het vroege voorjaar met een flinke kluit.
- Scheuren
- Oudere planten kun je in maart–april voorzichtig delen, telkens met een stuk wortelstok en een paar knoppen. Zaaien gaat meestal makkelijker.
Hoe komt een bermooievaarsbek de winter door?
Winterhard tot −25 °C.
- De bloeistengels sterven in de late herfst af; de bladrozet blijft in zachte winters vaak groen.
- Winterhard tot ongeveer −25 °C: de stevige wortelstok overleeft ook strenge vorst zonder bescherming.
- De lage rozet en de oude stengels aan de voet van een haag zijn een schuilplek voor kleine insecten en spinnen.
- Al vroeg in het voorjaar loopt hij opnieuw uit.
Ziektes en plagen
- Te veel zaailingen: In een border kan hij zich flink uitzaaien. Knip uitgebloeide stengels weg voor de vruchten rijp zijn en wied zaailingen zolang ze klein zijn.
- Uitgezakte planten: Midden in de zomer vallen de stengels open en ziet de plant er rommelig uit. Terugknippen begin juli lost dat op.
- Meeldauw: Wit poeder op de bladeren bij droog, warm weer. Knip terug en voer aangetaste bladeren af; het nieuwe blad is meestal gezond.
- Slakken: Vreten soms aan zaailingen en jonge planten. Plant liefst stevige potplanten en laat egels, padden en loopkevers hun werk doen.
Het jaar rond
- Maart: Nieuwe bladeren lopen uit. Zaaien of planten kan.
- April: Jonge planten uitplanten. Ongewenste zaailingen wieden.
- Mei: Eerste bloemen. Bijen en zweefvliegen komen erop af.
- Juni: Volle bloei.
- Juli: Na de eerste bloeigolf terugknippen of maaien; maaisel afvoeren.
- Augustus: Nieuwe bloei. Jonge planten water geven bij droogte.
- September: Tweede maaibeurt in de berm. Rijp zaad verzamelen en zaaien.
- Oktober: Laatste bloemen. Planten en verplanten kan.
- November: De bladrozet blijft staan. Rust.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De naam ooievaarsbek en de geslachtsnaam Geranium (van het Griekse geranos, kraanvogel) verwijzen allebei naar de lange, snavelvormige vrucht.
- De ‘geraniums’ in bloembakken zijn geen echte ooievaarsbekken maar pelargoniums, een verwant geslacht dat vooral uit zuidelijk Afrika komt.
- De soortnaam pyrenaicum betekent ‘van de Pyreneeën’, al groeit de plant in een groot deel van Europa.