
Foto: Ivar Leidus, CC BY-SA 3.0 · bron
Grasachtige plant · Russenfamilie (Juncaceae)
Pitrus
Juncus effusus
In andere talen: Jonc épars (Français) · Soft rush (English)
Komt in België in het wild voor.
Pitrus is de bekende, dichte pol van gladde, glanzend groene stengels die je in natte weilanden, langs sloten en op open plekken in vochtige bossen ziet. Hij wordt 40–100 cm hoog en is in heel België zeer algemeen, vooral op natte, wat zure en dichtgetrapte grond. Kenmerkend is het losse kluwen bruingroene bloempjes dat zijdelings uit de stengel lijkt te komen, omdat het schutblad de stengel boven de bloeiwijze gewoon voortzet. Knijp je een stengel plat, dan zie je het witte merg dat hem helemaal vult. Voor een natte tuinhoek of een wadi is het een sterke structuurplant die ook in de winter grotendeels groen blijft.
Licht
Zon of halfschaduw
liefst wat zon
Vocht
Vochtig tot nat
mag niet uitdrogen
Winterhard
Volledig winterhard
tot -30 °C
Grootte
0,8 m
hoog, 0,5 m breed
Bloei
juni–augustus
| Snoeimaanden | maart |
|---|---|
| Hoogte | 0,8 m |
| Inheems in België | Ja |
| Bloei | juni–augustus |
Herkennen
Zo herken je hem
- Groeivorm
- Dichte, rechtopstaande pol van 40–100 cm, met tientallen tot honderden stengels.
- Stengel
- Rond, glad en glanzend heldergroen, met heel fijne lengtestreepjes; gevuld met doorlopend wit merg. Zacht en buigzaam.
- Blad
- Geen echte bladeren: alleen bruine, glanzende bladscheden aan de voet van de stengels.
- Bloem
- Los of soms compact kluwen van kleine, bruingroene bloempjes met zes slippen, schijnbaar zijdelings aan de stengel, van juni tot augustus.
- Vrucht/Zaad
- Kleine, eivormige doosvruchtjes vol piepkleine zaadjes, die bij nat weer kleverig worden en zo aan dieren en schoenen meereizen.
- Verwarring met
- Zeegroene rus is blauwgroen en dof, met sterk geribde stengels en onderbroken merg, in vakjes. Biezenknoppen heeft een dicht, bolvormig bloemkluwen en een geribde stengel, vooral net onder de bloeiwijze.
Bloei: juni–augustus · Snoeien: maart
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Blijft in de winter grotendeels groen en geeft structuur aan een natte hoek of vijverrand.
- In de dichte pollen overwinteren insecten en spinnen, en in natte weiden zoeken vogels zoals de watersnip er dekking.
- Sterk en makkelijk: groeit op natte, arme of verdichte grond waar weinig anders wil groeien.
- Ideaal voor een wadi of regenwatertuin: verdraagt zowel natte voeten als korte droogte.
- Vroeger gebruikt om matten en manden te vlechten, en het merg diende als lampenpit.
Waar staat een pitrus graag?
- In het wild: natte en vochtige weilanden, slootkanten, greppels, natte heide, open plekken en paden in vochtige bossen.
- Zon tot halfschaduw.
- Natte tot vochtige, liefst wat zure grond; verdraagt verdichte klei en tijdelijk staand water.
- In de tuin: een vijverrand tot 10 cm diep water, een wadi, een natte greppel of een moerasbak.
Mooi samen met
- Echte koekoeksbloem: Roze, gerafelde bloemen in mei–juni in dezelfde natte grond.
- Moerasspirea: Romige, geurige pluimen in de zomer.
- Kale jonker: Paarse distelbloemen voor vlinders en bijen.
- Gele lis: Gele bloemen aan de vijverrand naast de groene pollen.
- Watermunt: Lage, geurige bodembedekker op natte grond.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een pitrus?
- Koop pitrus bij een kwekerij van water- of inheemse planten; steek nooit pollen uit in het wild.
- Plant van april tot september in natte grond of in ondiep water tot 10 cm diep.
- Zet de planten 40–50 cm uit elkaar als losse pollen, of 3–5 per m² voor een dichte begroeiing.
- Zaaien kan ook: strooi in het voorjaar het fijne zaad op natte, kale grond en druk het aan zonder het te bedekken, want het kiemt in het licht.
- Houd de grond het eerste jaar goed nat, ook in de zomer.
Verzorgen
- Water
- Nooit laten uitdrogen; een droge zomer overleeft hij wel, maar hij wordt dan bruin.
- Bemesten
- Niet nodig: hij groeit juist goed op arme grond.
- Opruimen
- In maart de dode, bruine stengels uit de pol trekken of de pol kort knippen.
- Zaailingen
- Hij zaait zich uit op natte, kale grond. Trek ongewenste zaailingen jong uit.
- Verjongen
- Oude pollen worden in het midden kaal: deel ze om de 3–4 jaar.
Tip: Zet pitrus in een wadi of een laag stuk van de tuin waar regenwater blijft staan: hij verdraagt zowel natte voeten als korte droogte, en zijn pollen houden de grond vast.
Snoeien en maaien
Snoeimaanden: maart.
Wanneer: In maart, voor de nieuwe stengels uitlopen.
Hoe:
- Knip de pol terug tot 5–10 cm boven de grond, of trek alleen de dode stengels eruit.
- Laat de pollen de hele winter staan: insecten en spinnen overwinteren erin.
- Gebruik een scherpe snoeischaar of heggenschaar: de taaie stengels plooien eerder dan dat ze breken.
Vermeerderen
- Delen
- In april–mei een pol met een spade in stukken steken en meteen in natte grond planten. Snel en betrouwbaar.
- Zaad
- Rijp in augustus–september. Zaai in het voorjaar op natte grond zonder te bedekken: het fijne zaad kiemt in het licht.
Hoe komt een pitrus de winter door?
Winterhard tot −30 °C.
- De stengels blijven grotendeels groen; alleen de oudste verkleuren bruin.
- Volledig winterhard, tot ongeveer −30 °C.
- De dichte pollen zijn een schuilplaats voor overwinterende insecten, spinnen en kleine dieren.
- Het zaad blijft tientallen jaren kiemkrachtig in de bodem.
Ziektes en plagen
- Uitzaaien: Op natte, kale grond kan hij zich sterk uitzaaien en een weide overnemen. Trek zaailingen uit en houd de grasmat gesloten.
- Kale pollen: Oude pollen sterven in het midden af. Delen en de jonge randstukken herplanten.
- Bruine stengels: Teken van droogte of van een pol vol dode stengels. Water geven en in maart opruimen.
- Schuimklodders: Schuim op de stengels in mei–juni komt van larven van schuimcicaden. Onschadelijk, laat ze met rust.
Het jaar rond
- Maart: Dode stengels opruimen of de pol terugknippen.
- April: Planten, delen of zaaien op natte grond.
- Mei: Nieuwe stengels groeien. Schuimklodders mogen blijven.
- Juni: Bloei begint: bruingroene kluwens aan de stengels.
- Juli: Bloei. Grond nat houden bij droogte.
- Augustus: Zaad rijpt. Ongewenste zaailingen uittrekken.
- September: Planten kan nog. Zaad verzamelen.
- November: Pollen laten staan als winterschuilplaats.
- December: Grotendeels groen in de winter.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Het witte merg werd vroeger gedroogd, in vet gedoopt en gebrand als eenvoudig lichtje of gebruikt als pit voor olielampjes; daar verwijst de naam pitrus naar.
- In Japan wordt een gekweekte vorm van deze rus gebruikt om de bovenlaag van tatamimatten te weven.
- Het zaad kan tientallen jaren in de bodem overleven en kiemt zodra er licht valt op natte, kale grond, bijvoorbeeld na het graven van een poel.