Judaspenning (Lunaria annua)

Foto: Carl Axel Magnus Lindman, Public domain · bron

Kruidachtige plant · Kruisbloemenfamilie (Brassicaceae)

Judaspenning

Lunaria annua

In andere talen: Monnaie-du-pape (Français) · Honesty (English)

Komt in België in het wild voor.

De judaspenning is een tweejarige plant uit de kruisbloemenfamilie met paarse, licht geurende bloemen in april en mei. Hij komt oorspronkelijk uit Zuidoost-Europa, maar wordt al eeuwen in tuinen gekweekt en is in België ingeburgerd: je vindt hem verwilderd in bosranden, houtkanten, langs hagen en op ruige plekken dicht bij dorpen en tuinen. Herken hem aan de grote, hartvormige, grof getande bladeren en vooral aan de platte, ronde vruchten die na de zomer zilverwit en doorschijnend worden, als muntjes. Hij is een vroege nectarbron voor vlinders en bijen en een waardplant voor het oranjetipje. Die zilveren ‘penningen’ maken hem ook geliefd in droogboeketten.

  • Licht

    Zon of halfschaduw

    liefst wat zon

  • Vocht

    Normaal

    geen natte voeten

  • Winterhard

    Volledig winterhard

    tot -20 °C

  • Grootte

    0,8 m

    hoog, 0,4 m breed

  • Bloei

    april–mei

Feiten op een rij
Snoeimaandenmaart en augustus–september
Hoogte0,8 m
Inheems in BelgiëNee, ingeburgerd
Bloeiapril–mei

Herkennen

Zo herken je hem

Groeivorm
Tweejarige plant: het eerste jaar een bladrozet, het tweede jaar vertakte, behaarde bloeistengels van 60–100 cm. Na de zaadzetting sterft de plant af.
Blad
Groot, hartvormig tot driehoekig, 5–15 cm, grof en onregelmatig getand en ruw behaard. De onderste bladeren zijn gesteeld, de bovenste zitten bijna zonder steel aan de stengel.
Bloem
Paars tot lila, soms wit, met vier kroonbladen in een kruis, ongeveer 2 cm breed, in losse trossen. Ze geuren licht, vooral ’s avonds.
Vrucht
Platte, bijna ronde hauwtjes van 3–5 cm. Als de twee buitenwandjes afvallen, blijft het zilverwitte, doorschijnende tussenschot over, met de platte zaden ertegen.
Wortels
Een vlezige, wat knollige penwortel: jonge planten verplant je makkelijk, oude niet.
Verwarring met
Wilde judaspenning (Lunaria rediviva) is een vaste plant met bleeklila bloemen en langwerpige vruchten die aan beide kanten spits zijn. Damastbloem bloeit gelijkaardig paars, maar heeft smalle bladeren en lange, dunne hauwen.

Bloei: april–mei · Snoeien: maart en augustus–september

In je tuin

Waarom in je tuin?

  • Vroege nectarbron in april en mei voor hommels, bijen en dagvlinders zoals het oranjetipje en het citroentje.
  • Waardplant voor de rupsen van het oranjetipje, die zich voeden met de jonge, groene vruchtjes.
  • Bloeit rijk in de halfschaduw, waar in het voorjaar weinig andere planten zoveel kleur geven.
  • De zilverwitte zaadschotjes blijven tot diep in de winter staan en zijn een klassieker voor droogboeketten.
  • Zaait zichzelf uit: met één keer zaaien heb je jarenlang judaspenning in een natuurlijke tuin.

Waar staat een judaspenning graag?

  • In het wild: bosranden, houtkanten, hagen, parken en ruige plekken in de buurt van tuinen, vaak op voedselrijke grond.
  • In de tuin: halfschaduw onder bomen of struiken is ideaal; in volle zon lukt het ook als de grond niet uitdroogt.
  • Gewone, humusrijke tuingrond die niet te nat is: zand, leem of klei.
  • Mooi in een bosrand, een schaduwborder of een verwilderde hoek waar hij zich mag uitzaaien.

Mooi samen met

  • Vingerhoedskruid: Nog een tweejarige voor de bosrand, die bloeit als de judaspenning uitgebloeid is.
  • Look-zonder-look: Ook een waardplant van het oranjetipje, in dezelfde halfschaduw.
  • Akelei: Bloeit in mei mee en zaait zich net zo vrolijk uit.
  • Bosvergeet-mij-nietje: Een blauwe onderlaag onder de paarse bloemen.
  • Tulpen: Samen een kleurrijk voorjaarsbeeld in de border.

Onderhoud

Hoe en wanneer plant je een judaspenning?

  1. Zaai in mei–juni ter plaatse of in potjes: dit jaar vormt hij een rozet, volgend voorjaar bloeit hij.
  2. Bedek het zaad met ongeveer 1 cm grond en hou het vochtig; het kiemt binnen enkele weken, zonder koudeperiode.
  3. Of koop jonge planten bij een kwekerij en plant ze in september–oktober of in maart.
  4. Plant of dun uit op 30–40 cm afstand: de rozetten worden breed.
  5. Geef na het planten flink water en het eerste jaar opnieuw bij droogte.
  6. Graaf nooit planten uit in het wild: in tuinen en bij kwekerijen is er genoeg zaad en plantgoed.

Verzorgen

Water
Enkel bij langdurige droogte, vooral voor de jonge rozetten in de zomer.
Bemesten
Niet nodig. Op te rijke grond worden de stengels lang en slap.
Zaad laten vallen
Laat elk jaar een deel van de zaadstengels staan: de plant zelf sterft na de bloei, de zaailingen nemen het over.
Woekeren
Te veel zaailingen trek je in het voorjaar makkelijk uit, zolang ze nog klein zijn.
Elk jaar bloei
Zaai twee jaar na elkaar: zo heb je elk voorjaar bloeiende planten naast nieuwe rozetten.

Tip: Zaai twee jaar na elkaar: omdat de plant tweejarig is, heb je zo elk voorjaar bloemen en houdt de plant zichzelf daarna in stand.

Snoeien en maaien

Snoeimaanden: maart en augustus–september.

Wanneer: In augustus–september de zaadstengels knippen voor droogboeketten; de afgestorven planten in maart opruimen.

Hoe:

  • Knip de stengels als de vruchtjes beginnen te verkleuren en hang ze ondersteboven op een luchtige, droge plek.
  • Wrijf daarna de twee buitenwandjes er voorzichtig af: dan verschijnen de zilveren schotjes.
  • Laat een deel van de stengels in de tuin staan om uit te zaaien en als wintersilhouet.
  • Ruim de dode stengels pas in maart op: zo blijven ze de hele winter mooi staan.

Let op: De plant sterft na het zaad zetten. Wil je volgend jaar opnieuw bloemen, laat hem dan zaad vormen of zaai zelf bij.

Snoeien: wanneer en hoe · Snoeikalender en basisregels

Vermeerderen

Zaad
Zaai in mei–juni buiten of in potjes. Geen koudeperiode nodig; de planten bloeien het voorjaar erna.
Uitzaaien
Laat de zaadstengels staan: de platte zaden vallen rond de plant en kiemen in de herfst of het voorjaar. Verplant zaailingen als ze nog klein zijn.

Hoe komt een judaspenning de winter door?

Winterhard tot −20 °C.

  • De jonge planten van dit jaar overwinteren als groene bladrozet en zijn goed winterhard.
  • De zilveren zaadschotjes blijven tot diep in de winter staan en vangen het lage licht mooi op.
  • Zaadeters zoals vinken pikken soms de zaden uit de schotjes; laat de stengels dus staan tot maart.

Ziektes en plagen

  • Aardvlooien: Kleine springende kevertjes maken gaatjes in het blad van jonge planten, vooral bij droog weer. Hou de grond vochtig; grotere planten hebben er weinig last van.
  • Witte roest: Witte, poederige bultjes op bladeren en stengels. Knip aangetaste delen weg en laat de planten volgend jaar op een andere plek opkomen.
  • Rupsen: Rupsen van het oranjetipje op de vruchtjes zijn welkom: ze eten weinig. Rupsen van koolwitjes kun je met de hand weghalen.
  • Te veel zaailingen: In een kleine tuin kan hij overal opduiken. Knip een deel van de zaadstengels voor het zaad rijp is.

Het jaar rond

  • Januari: Zilveren zaadschotjes sieren de tuin. De rozetten van vorig jaar blijven groen.
  • Maart: Oude stengels opruimen. Zaailingen uitdunnen tot 30–40 cm.
  • April: Begin van de bloei. Oranjetipjes en hommels op de bloemen.
  • Mei: Volle bloei. Zaaien voor bloei volgend jaar.
  • Juni: Platte, groene vruchtjes. Zaaien kan nog.
  • Juli: De vruchten verkleuren. Jonge rozetten water geven bij droogte.
  • Augustus: Zaadstengels knippen om te drogen.
  • September: Buitenwandjes afwrijven voor zilveren penningen. Jonge planten planten.
  • Oktober: Het zaad valt uit. Rozetten verplanten.
  • December: Rust. De zilveren schotjes staan nog in de tuin.

Jij en deze soort

Wist je dat?

  • De naam judaspenning verwijst naar de dertig zilverlingen van Judas: de ronde, zilveren zaadschotjes lijken op muntjes.
  • De Engelse naam honesty (eerlijkheid) zou komen van de doorschijnende schotjes: je kijkt er dwars doorheen.
  • Ondanks de wetenschappelijke naam annua (eenjarig) is de plant meestal tweejarig. Lunaria komt van luna, maan, naar de ronde, zilveren vruchten.

Meer soorten uit Europa · Alle soorten

Laden…