Schijfkamille (Matricaria discoidea)

Foto: Andrea Moro, CC BY-SA 4.0 · bron

Kruidachtige plant · Composietenfamilie (Asteraceae)

Schijfkamille

Matricaria discoidea

In andere talen: Matricaire discoïde (Français) · Pineappleweed (English)

Komt in België in het wild voor.

Schijfkamille is een laag, eenjarig kruid uit de composietenfamilie met groengele, kegelvormige bloemhoofdjes zonder witte straalbloemen. Ze komt van oorsprong uit Noordoost-Azië, dook in de 19e eeuw in Europa op en verspreidde zich daarna razendsnel, vooral met schoenzolen en autobanden. In België is ze nu zeer algemeen op betreden plekken: veldwegen, erven, parkings, akkerranden, voetpaden en tussen straatstenen. Je herkent haar meteen aan de geur: wrijf een hoofdje tussen je vingers en het ruikt naar ananas. Ze verdraagt betreding als weinig andere planten en vult kale, aangestampte plekken, waar kleine vliegjes, kevertjes en zweefvliegen op de hoofdjes afkomen.

  • Licht

    Volle zon

    warm en licht

  • Vocht

    Droog tot normaal

    geen natte voeten

  • Winterhard

    Volledig winterhard

    tot -25 °C

  • Grootte

    0,2 m

    hoog, 0,2 m breed

  • Bloei

    mei–september

Feiten op een rij
Snoeimaandenaugustus–september
Hoogte0,2 m
Inheems in BelgiëNee, ingeburgerd
Bloeimei–september

Herkennen

Zo herken je hem

Groeivorm
Lage, eenjarige plant van 5–30 cm, vanaf de voet vertakt, rechtop of wat uitgespreid. Kaal en vrij vlezig, met een sterke ananasgeur als je haar kneust.
Blad
Twee- tot driemaal veerdelig, verdeeld in smalle, draadvormige slipjes; heldergroen en kaal.
Bloem
Kegel- tot eivormige hoofdjes van 5–9 mm, groengeel, alleen met buisbloempjes en zonder witte straalbloemen. De bodem van het hoofdje is hol. Van mei tot september.
Vrucht/Zaad
Piepkleine, geribde nootjes van 1–1,5 mm zonder pluis. Als ze nat worden, worden ze slijmerig en kleverig, zodat ze aan schoenen en banden blijven hangen.
Wortels
Korte, taaie penwortel met fijne zijwortels; laat zich vrij makkelijk uittrekken.
Verwarring met
Echte kamille heeft witte straalbloemen en een holle hoofdjesbodem, reukeloze kamille heeft witte straalbloemen, een volle bodem en bijna geen geur, stinkende kamille ruikt onaangenaam. Boerenwormkruid heeft ook knoopvormige gele hoofdjes, maar is een hoge, overblijvende plant. Schijfkamille: geen straalbloemen, groengele kegeltjes en ananasgeur.

Bloei: mei–september · Snoeien: augustus–september

In je tuin

Waarom in je tuin?

  • Een echte pionier: ze groeit op aangestampte, kale grond waar bijna niets anders wil groeien, en houdt die grond bedekt.
  • De hoofdjes leveren wat nectar en stuifmeel aan kleine vliegen, zweefvliegen, kevertjes en kleine solitaire bijen. Haar waarde voor insecten is wel bescheiden.
  • Bloeit de hele zomer, van mei tot september, ook op plekken waar dagelijks gelopen of gereden wordt.
  • De ananasgeur maakt haar leuk voor kinderen en voor een geurend grindpad: bij elke stap ruik je haar.
  • De gedroogde hoofdjes werden vroeger, net als die van echte kamille, voor een kopje kruidenthee gebruikt.

Waar staat een schijfkamille graag?

  • In het wild op betreden en verstoorde grond: veldwegen, erven, parkings, akkeringangen, bermen, voetpaden en tussen straatstenen.
  • Volle zon; in de schaduw blijft ze spichtig en bloeit ze weinig.
  • Verdraagt verdichte, arme tot voedselrijke grond, van zand tot klei, droog tot matig vochtig.
  • In de tuin hoort ze thuis in een grindpad, tussen stapstenen, op een opritrand of in een kale, zonnige hoek, niet tussen hoge planten waar ze weggedrukt wordt.

Mooi samen met

  • Grote weegbree: Ook een taaie plant van betreden paden en erven.
  • Varkensgras: Kruipt over dezelfde aangestampte grond en bloeit tegelijk.
  • Madeliefje: Witte bloempjes in de randen van paden en in een kort gazon.
  • Kruiptijm: Nog een geurplant voor een zonnig grindpad, en een topplant voor bijen.

Onderhoud

Hoe en wanneer plant je een schijfkamille?

  1. Meestal hoef je niets te doen: schijfkamille komt vanzelf, met zaad aan schoenen, banden of aangevoerde grond.
  2. Wil je haar bewust een plek geven, zaai dan in maart–mei zaad van een kwekerij of zaadhandel voor wilde planten, of zaad uit je eigen tuin.
  3. Strooi het zaad dun op een open, stevig aangedrukte plek en dek het niet of nauwelijks af: het kiemt in het licht.
  4. Houd de grond vochtig tot de kiemplantjes er staan; dun daarna uit tot 10–20 cm tussen de planten.
  5. Laat in het eerste jaar een paar planten uitbloeien, dan zaait ze zich daarna zelf uit.
  6. Haal nooit planten of zaad weg uit natuurgebieden: verzamel zaad alleen in je eigen tuin of met toestemming.

Verzorgen

Water
Niet nodig, behalve voor zaailingen in een droog voorjaar. Ze verdraagt droogte goed.
Bemesten
Niet doen. Op rijke grond wordt ze groter, maar dan verdringen andere planten haar.
Betreding
Ze kan er perfect tegen: op een pad blijft ze laag en compact, en ze geurt telkens je erover loopt.
Woekeren
In moestuin of border trek je ongewenste planten uit voor ze zaad zetten. Een laag mulch op de bedden remt het kiemen.
Zaad laten vallen
Laat op een pad of in een kale hoek een paar planten uitbloeien: als eenjarige leeft ze alleen voort via zaad.

Tip: Laat schijfkamille groeien in de kieren van een grindpad of tussen stapstenen: telkens je erover loopt, ruik je ananas.

Snoeien en maaien

Snoeimaanden: augustus–september.

Wanneer: In augustus–september, als je wilt voorkomen dat ze zich te sterk uitzaait.

Hoe:

  • Trek uitgebloeide planten uit voor de meeste zaadjes rijp zijn, als je minder zaailingen wilt.
  • Wil je haar houden, laat dan een deel van de planten staan tot het zaad uitgevallen is.
  • Afgestorven planten mogen op de composthoop, liefst voor de zaadjes rijp zijn.
  • Op een pad hoef je niets te doen: daar houdt het betreden haar vanzelf laag.

Snoeien: wanneer en hoe · Snoeikalender en basisregels

Vermeerderen

Zaad
Schijfkamille vermeerdert zich alleen met zaad. Zaai in maart–mei op een open, aangedrukte plek, zonder af te dekken.
Zelf uitzaaien
Laat een paar planten hun zaad laten vallen. In het voorjaar houd je de zaailingen die op een goede plek staan en wied je de rest.

Hoe komt een schijfkamille de winter door?

Winterhard tot −25 °C.

  • Schijfkamille is eenjarig: de planten sterven in de herfst af, na de zaadzetting of bij de eerste vorst.
  • Het zaad overwintert in de grond, blijft er enkele jaren kiemkrachtig en kiemt in het voorjaar.
  • Laat-gekiemde plantjes kunnen als klein rozetje een zachte winter doorstaan.

Ziektes en plagen

  • Te veel zaailingen: In moestuin en border kan ze op kale grond massaal kiemen. Wied jong, schoffel bij droog weer en bedek de grond met mulch.
  • Verdwijnt vanzelf: Tussen hoge planten of in een dicht gazon houdt ze het niet lang uit. Geef haar een kale, betreden plek.
  • Verwarring met echte kamille: Wil je kamille voor thee, let dan op de witte straalbloemen van echte kamille. Schijfkamille heeft die nooit.
  • Bladluizen: Soms zitten er bladluizen op de stengels. Meestal ruimen lieveheersbeestjes en zweefvlieglarven ze op; laat ze met rust.

Het jaar rond

  • Maart: Eerste kiemplantjes op paden en kale grond. Zaaien kan.
  • April: Zaaien op een open, aangedrukte plek in de zon.
  • Mei: Eerste groengele hoofdjes.
  • Juni: Bloei. Wrijf eens aan een hoofdje: ananasgeur.
  • Juli: Volle bloei. Hoofdjes plukken om te drogen.
  • Augustus: Bloei en zaadzetting. Ongewenste planten uittrekken.
  • September: Laatste bloemen. Uitgebloeide planten opruimen of laten uitzaaien.
  • Oktober: De planten sterven af; het zaad blijft in de grond.

Jij en deze soort

Wist je dat?

  • De naam schijfkamille en de wetenschappelijke naam discoidea verwijzen naar de hoofdjes, die alleen uit een ‘schijf’ van buisbloempjes bestaan, zonder witte straalbloemen.
  • De zaadjes worden kleverig als ze nat zijn. Zo reisden ze met wagenwielen, schoenen en later autobanden mee, en daardoor groeit de plant vooral langs wegen en paden.
  • Ondanks het ontbreken van witte ‘blaadjes’ hoort ze in hetzelfde geslacht als echte kamille.

Meer soorten uit Europa · Alle soorten

Laden…