
Foto: Ivar Leidus, CC BY-SA 3.0 · bron
Kruidachtige plant · Vlinderbloemenfamilie (Fabaceae)
Luzerne
Medicago sativa
In andere talen: Luzerne cultivée (Français) · Lucerne (English)
Komt in België in het wild voor.
Luzerne is een overblijvende vlinderbloemige met drietallige blaadjes en korte, dichte trosjes paarse tot blauwviolette bloemen. Ze komt oorspronkelijk uit Zuidwest-Azië en wordt al eeuwen als voedergewas geteeld. In België is ze ingeburgerd en vrij algemeen in bermen, op dijken, spoorwegtaluds, akkerranden en braakliggende grond, vooral op droge, kalkrijke bodems. Je herkent haar aan de paarse bloemtrosjes en aan de peulen, die als een kurkentrekker twee tot drie keer spiraalvormig opgerold zijn. Dankzij haar zeer diepe penwortel en de stikstofbindende knolletjes doorstaat ze droogte goed. Hommels en wilde bijen bezoeken de bloemen, en ze is een waardplant voor de luzernevlinders.
Licht
Volle zon
warm en licht
Vocht
Droog tot normaal
geen natte voeten
Winterhard
Volledig winterhard
tot -30 °C
Grootte
0,8 m
hoog, 0,5 m breed
Bloei
juni–september
| Snoeimaanden | maart en juli |
|---|---|
| Hoogte | 0,8 m |
| Inheems in België | Nee, ingeburgerd |
| Bloei | juni–september |
Herkennen
Zo herken je hem
- Groeivorm
- Overblijvende, rechtopgaande tot opstijgende, sterk vertakte plant van 30–90 cm, uit een houtige voet.
- Blad
- Drietallig, met langwerpige deelblaadjes van 1–3 cm die alleen aan de top getand zijn.
- Bloem
- Vlinderbloemen van 7–11 mm in korte, dichte trosjes, paars, violet of blauwachtig. Van juni tot september.
- Vrucht/Zaad
- Peulen van 4–6 mm breed, twee tot drie keer spiraalvormig gewonden, licht behaard, met enkele niervormige zaden.
- Wortels
- Een zeer diepe penwortel, die enkele meters diep kan gaan, met wortelknolletjes waarin bacteriën stikstof binden.
- Verwarring met
- Sikkelklaver heeft gele bloemen en sikkelvormige peulen; bastaardluzerne, een kruising van beide, heeft bloemen in wisselende kleuren van geel en groen tot paars. Vogelwikke heeft ook violette bloemen, maar geveerde bladeren met ranken. Honingklavers hebben lange, ijle trossen met kleine witte of gele bloempjes.
Bloei: juni–september · Snoeien: maart en juli
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Hommels, honingbijen en veel wilde bijen bezoeken de bloemen van juni tot september.
- Waardplant voor de rupsen van de gele en de oranje luzernevlinder en van het icarusblauwtje.
- Bindt stikstof en maakt met haar diepe wortels zware grond losser: een uitstekende groenbemester voor de moestuin.
- Kan heel goed tegen droogte en blijft groen als het gras al bruin ziet.
- Gekiemde zaadjes worden als kiemgroente, ‘alfalfa’, in salades gegeten; gebruik daarvoor alleen zaad dat als kiemzaad verkocht wordt.
Waar staat een luzerne graag?
- In het wild in bermen, op dijken, spoorwegtaluds, akkerranden, braakliggende terreinen en in kalkrijke graslanden.
- Volle zon; in de schaduw bloeit ze weinig.
- Droge tot matig vochtige, diepe en goed doorlatende grond, kalkrijk tot neutraal. Op natte, zure grond doet ze het slecht.
- In de tuin: in een zonnige bloemenweide, een bijenborder, op een talud of als groenbemester in de moestuin.
Mooi samen met
- Wilde cichorei: Hemelsblauwe bloemen op dezelfde droge, kalkrijke grond.
- Knoopkruid: Paarse hoofdjes en ook een topplant voor bijen en vlinders.
- Wilde peen: Witte schermen naast de paarse trosjes in een zonnige berm.
- Citroengele honingklaver: Gele trossen en een gelijkaardige bodem; samen trekken ze veel bijen.
- Margriet: Witte bloemen in dezelfde bloemenweide.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een luzerne?
- Koop onbehandeld zaad bij een zaadhandel, als groenbemester of als zaad voor een bloemenweide.
- Zaai van april tot augustus op een fijn, onkruidvrij zaaibed, ongeveer 1 cm diep, breedwerpig of in rijen op 20–30 cm.
- Druk de grond aan en houd hem vochtig tot het zaad gekiemd is, meestal binnen een week of twee.
- Kies je voor potplanten, plant ze dan op 30–40 cm afstand en zet ze jong uit: oudere planten met een lange penwortel verplanten slecht.
- Kies de plek goed: door de diepe wortel krijg je een volwassen plant moeilijk weer weg.
- Graaf nooit planten uit in het wild: met zaad lukt het veel beter.
Verzorgen
- Water
- Alleen bij het zaaien en het eerste voorjaar. Daarna redt ze zich ook in droge zomers.
- Bemesten
- Niet nodig: ze haalt zelf stikstof uit de lucht. Mest maakt de stengels slap.
- Maaien
- Voor de bijen laat je haar bloeien en knip je in juli de helft terug voor een tweede bloei. Als groenbemester maai je voor de bloei, twee tot vier keer per jaar.
- Groenbemester
- Laat haar één tot twee jaar staan op een leeg bed; maai en laat het maaisel als mulch liggen of werk het licht in.
- Ruimte
- Ze vormt na enkele jaren forse pollen. Geef haar 40–50 cm ruimte.
Tip: Zaai luzerne als groenbemester op een leeg moestuinbed en laat een strook bloeien: je bodem wint aan stikstof en structuur, en de hommels hebben een feestmaal.
Snoeien en maaien
Snoeimaanden: maart en juli.
Wanneer: In maart de oude stengels opruimen; in juli, na de eerste bloei, de helft van de stengels terugknippen.
Hoe:
- Laat de dode stengels in de winter staan: kleine insecten overwinteren erin.
- Knip of maai ze in maart af tot vlak boven de grond, voor de nieuwe scheuten groeien.
- Knip in juli de helft van de stengels terug tot 10 cm: die bloeien in augustus–september opnieuw, terwijl de rest de bijen voedt.
- Laat in de nazomer een deel zaad zetten als je wilt dat ze zich uitzaait.
Vermeerderen
- Zaad
- Zaai van april tot augustus. Rijp zaad verzamel je in september uit de bruine, opgerolde peultjes.
- Zelf uitzaaien
- In een bloemenweide zaait ze zich matig uit; kiemplanten kun je jong verplanten.
Hoe komt een luzerne de winter door?
Winterhard tot −30 °C.
- De stengels sterven af; de plant overwintert met een houtige voet en knoppen op de grond.
- Zeer winterhard, tot ongeveer −30 °C, dankzij de diepe wortel.
- De droge stengels geven beschutting aan kleine insecten; in maart verschijnen de nieuwe scheuten.
Ziektes en plagen
- Snuitkevers: Kleine snuitkevers vreten hapjes uit de bladranden. Onschuldig voor de plant; laat ze met rust.
- Wortelrot: Op natte, zware grond rotten de wortels. Kies een goed doorlatende plek.
- Trage start: Op grond waar nooit luzerne stond, kunnen de juiste wortelbacteriën ontbreken, zodat ze traag groeit. Na een jaar gaat het meestal beter.
- Moeilijk te verwijderen: De penwortel gaat diep. Steek jonge planten uit; bij oude planten blijft graven nodig.
Het jaar rond
- Maart: Oude stengels afknippen. Nieuwe scheuten verschijnen.
- April: Zaaien op een fijn zaaibed in de zon.
- Mei: Groenbemester maaien voor de bloei.
- Juni: Eerste paarse bloemen. Hommels op de trosjes.
- Juli: Volle bloei. De helft van de stengels terugknippen.
- Augustus: Tweede bloei. Let op de luzernevlinders.
- September: Laatste bloei. Zaad verzamelen uit de opgerolde peulen.
- November: Dode stengels laten staan voor de insecten.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De naam Medicago verwijst naar Medië, in het oude Perzië: de Grieken leerden de plant van daaruit kennen.
- Het woord alfalfa komt via het Spaans uit het Arabisch. Voor luzerne is de gangbare verklaring een Provençaals woord voor glimworm, naar de glanzende zaden.
- Honingbijen leren vaak om de nectar langs de zijkant van de bloem te halen, zonder het bloemmechanisme te laten openspringen. Voor zaadteelt worden daarom ook behangersbijen gebruikt.