
Foto: Johan N, CC BY-SA 3.0 · bron
Varen · Addertongfamilie (Ophioglossaceae)
Addertong
Ophioglossum vulgatum
In andere talen: Ophioglosse commun (Français) · Adder’s-tongue (English)
Komt in België in het wild voor.
Addertong is een van de vreemdste varens van ons land: geen geveerde varenbladeren, maar één enkel ovaal, gaafrandig, vlezig blad met daaruit een rechte steel met een smalle sporenaar, als een tong uit een open bek. Hij is 10–20 cm hoog en valt tussen het gras nauwelijks op. Hij groeit in oude, schrale graslanden, natte duinvalleien, vochtige hooilanden, heideranden en soms in oude gazons, boomgaarden en op kerkhoven. In België is hij zeldzaam geworden door bemesting en verdroging; in de duinen aan de kust staat hij plaatselijk nog in grote groepen. Waar hij groeit, wijst hij op een grasland dat al lang niet bemest of omgeploegd is.
Let op: Zeldzaam en kwetsbaar: pluk hem niet en graaf hem nooit uit in het wild. Koop hem alleen bij een kwekerij.
Licht
Zon of halfschaduw
liefst wat zon
Vocht
Normaal tot nat
mag niet uitdrogen
Winterhard
Volledig winterhard
tot -30 °C
Grootte
0,15 m
hoog, 0,1 m breed
| Snoeimaanden | augustus–september |
|---|---|
| Hoogte | 0,15 m |
| Inheems in België | Ja |
Herkennen
Zo herken je hem
- Groeivorm
- Kleine, overblijvende varen van 5–25 cm, met per plant meestal één blad; groeit vaak in groepjes of grote kolonies.
- Blad
- Eén ovaal tot breed lancetvormig, gaafrandig blad van 3–12 cm, vlezig en glanzend lichtgroen, met een fijn netwerk van nerven; het omvat onderaan de sporensteel.
- Sporen
- Een rechtopstaande steel met een smalle, puntige sporenaar van 2–5 cm, met twee rijen ingezonken sporendoosjes; rijp in juni–juli.
- Wortels
- Een korte, rechtopstaande wortelstok met vlezige wortels, waaruit nieuwe plantjes kunnen uitlopen; leeft samen met bodemschimmels.
- Seizoen
- Het blad verschijnt in april–mei en verdwijnt in juli–augustus weer; de rest van het jaar zie je niets.
- Verwarring met
- Maanvaren heeft een geveerd blad met halvemaanvormige blaadjes en een vertakte sporenpluim. Jonge bladeren van orchideeën of weegbree hebben evenwijdige nerven en geen sporenaar.
Snoeien: augustus–september
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Een kenmerk van oud grasland: waar addertong staat, is de grond al lang niet bemest, gescheurd of omgeploegd.
- Een botanische verrassing: een varen die er helemaal niet uitziet als een varen, met een netnervig blad en een sporenaar als een tong.
- Hij hoort bij soortenrijke, schrale graslanden en natte duinvalleien, vaak samen met orchideeën, ratelaar en andere bijzondere planten.
- Een beloning voor geduldig, laat maaibeheer in een natuurtuin of een oud gazon.
- Hij behoort tot een oude, aparte tak binnen de varens, met een heel eigen bouw en levenswijze.
Waar staat een addertong graag?
- In het wild: oude, schrale hooilanden en weiden, natte duinvalleien, vochtige heide en heideranden, bermen, open plekken in lichte bossen en soms oude gazons en kerkhoven.
- Vochtige tot natte, voedselarme grond, van zuur tot kalkrijk; vaak waar het grondwater in de winter hoog staat.
- Zon tot lichte halfschaduw, in kort of ijl gras.
- In de tuin: een oud, nooit bemest gazon of een schrale bloemenweide die laat gemaaid wordt.
Mooi samen met
- Grote ratelaar: Een halfparasiet die het gras afremt, zodat kleine planten zoals addertong meer licht krijgen.
- Pinksterbloem: Lila bloemen in april–mei in hetzelfde vochtige grasland.
- Echte koekoeksbloem: Roze, gerafelde bloemen in mei–juni in een vochtig, schraal hooiland.
- Gewoon reukgras: Een fijn, vroeg bloeiend gras van schrale graslanden, dat ruimte laat aan kleine planten.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een addertong?
- Addertong is zeldzaam en kwetsbaar: graaf hem nooit uit in het wild en pluk hem niet.
- Je vindt hem zelden in de handel. Koop hem alleen bij een gespecialiseerde kwekerij van varens of inheemse planten.
- Plant in april, zodra het blad verschijnt, in vochtige, voedselarme grond met kort gras; zet de plant even diep als in de pot.
- Wil je hem binnen je eigen tuin verplaatsen, steek dan een flinke plag van 30 bij 30 cm met alle grond eromheen uit, zodat de wortels en de bodemschimmels mee verhuizen.
- Bemest niet en geef alleen water bij langdurige droogte in het eerste voorjaar.
- Beter nog: maai een oud gazon of hooiland voortaan laat. Vaak duikt addertong dan vanzelf op, of breidt een bestaande groep zich uit.
Verzorgen
- Maaien
- Maai niet tussen april en eind juli, zodat het blad de sporen kan laten rijpen. Maai daarna in augustus–september en voer het maaisel af.
- Bemesten
- Nooit: mest, compost en kunstmest laten het gras hard groeien en verdringen addertong.
- Water
- Niet nodig in een geschikte, vochtige grond. Een droge zomer geeft niet: dan is het blad al verdwenen.
- Markeren
- Zet in mei een paar stokjes bij de groep, zodat je de plek terugvindt en er niet over maait.
- Bodem
- Niet spitten, frezen of verticuteren op de plek: zo spaar je de wortels en de bodemschimmels.
Tip: Maai een stuk oud gazon of hooiland pas vanaf augustus en zoek in mei op je knieën: addertong staat vaak al jaren onopgemerkt tussen het gras.
Snoeien en maaien
Snoeimaanden: augustus–september.
Wanneer: Niet snoeien. Maai het grasland pas in augustus–september, als het blad verdord is.
Hoe:
- Maai pas als het blad en de sporenaar geel zijn of verdwenen, meestal vanaf augustus.
- Maai dan kort en voer het maaisel af, zodat de grond schraal blijft.
- In een gazon: spaar de plek van april tot eind juli en maai er rond.
Let op: Te vroeg maaien kost de plant de sporen van dat jaar; wie elk jaar te vroeg maait, verzwakt de groep.
Vermeerderen
- Wortelknoppen
- Uit de wortels groeien vanzelf nieuwe plantjes; zo vormt hij langzaam een kolonie. Binnen je eigen tuin kun je in april een plag verplaatsen.
- Sporen
- Thuis haast onmogelijk: de sporen kiemen onder de grond tot een klein plantje zonder bladgroen, dat jarenlang van bodemschimmels afhankelijk is.
Hoe komt een addertong de winter door?
Winterhard tot −30 °C.
- Het blad verdwijnt al in de zomer; de plant overwintert als korte wortelstok met vlezige wortels onder de grond.
- Volledig winterhard, tot ongeveer −30 °C.
- Natte winters met een hoge grondwaterstand doen hem goed.
- Het aantal bladeren kan van jaar tot jaar sterk schommelen; een jaar zonder blad betekent niet dat hij verdwenen is.
Ziektes en plagen
- Te vroeg maaien: Het blad wordt weggemaaid voor de sporen rijp zijn. Spaar de plek van april tot eind juli.
- Bemesting: Het gras groeit te hoog en te dicht. Stop met bemesten en voer het maaisel altijd af.
- Verdroging: Bij een lagere grondwaterstand gaat hij achteruit. Leg geen drainage aan en laat regenwater in de tuin wegzakken.
- Niet terug te vinden: Tussen het gras zie je hem nauwelijks. Zoek in mei op je knieën en markeer de groep met stokjes.
Het jaar rond
- April: De eerste bladeren verschijnen. Plek markeren, niet maaien.
- Mei: Blad volgroeid; de sporenaren komen boven het blad uit.
- Juni: De sporen rijpen. Nog niet maaien.
- Juli: Blad en sporenaar vergelen en verdwijnen.
- Augustus: Hooiland of gazonplek maaien en het maaisel afvoeren.
- September: Eventueel nog eens maaien; maaisel afvoeren.
- December: Rust onder de grond. Niet bemesten.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De naam komt van het Griekse ophis (slang) en glossa (tong): de sporenaar steekt uit het blad als de tong van een slang.
- Een tropische verwant, Ophioglossum reticulatum, heeft een van de hoogste aantallen chromosomen die ooit bij een levend wezen geteld zijn: meer dan 1200.
- Uit de sporen groeit eerst een ondergronds plantje zonder bladgroen, dat jarenlang met bodemschimmels samenleeft voor er een eerste blad boven de grond komt.