Gewoon reukgras (Anthoxanthum odoratum)

Foto: Kristian Peters -- Fabelfroh 18:00, 27 May 2006 (UTC), CC BY-SA 3.0 · bron

Grasachtige plant · Grassenfamilie (Poaceae)

Gewoon reukgras

Anthoxanthum odoratum

In andere talen: Flouve odorante (Français) · Sweet vernal grass (English)

Komt in België in het wild voor.

Gewoon reukgras is een klein, polvormend gras van 20–50 cm dat als een van de eerste grassen bloeit, al vanaf april. Het groeit in schrale hooilanden, in bermen, op heide, in duingraslanden en in lichte bossen, op zure tot neutrale grond, en is in België algemeen. Je herkent het aan de korte, dichte, aarachtige pluim die eerst groen is met paarse stempels en later goudbruin kleurt. Gedroogd ruikt het sterk naar vers hooi en vanille: reukgras geeft hooi zijn typische geur. In een bloemrijk grasland is het een vaste waarde en een teken van een schrale, niet bemeste bodem.

  • Licht

    Zon of halfschaduw

    liefst wat zon

  • Vocht

    Droog tot normaal

    geen natte voeten

  • Winterhard

    Volledig winterhard

    tot -30 °C

  • Grootte

    0,4 m

    hoog, 0,2 m breed

  • Bloei

    april–juni

Feiten op een rij
Snoeimaandenjuni en september
Hoogte0,4 m
Inheems in BelgiëJa
Bloeiapril–juni

Herkennen

Zo herken je hem

Groeivorm
Los polletje van 20–50 cm, met korte, rechtopstaande halmen.
Blad
Vlak, 3–5 mm breed, frisgroen en vaak wat behaard. Op de overgang van bladschede naar bladschijf staan enkele lange haren naast een vliezig tongetje.
Bloem
Dichte, smalle, aarachtige pluim van 2–6 cm, van april tot juni: eerst groen met paarse stempels, later goudgeel tot bruin. Elk bloempje heeft maar twee meeldraden.
Vrucht/Zaad
Kleine, bruine, behaarde zaadjes met korte naaldjes, die in juni rijpen.
Geur
Wrijf een blad of halm fijn: vooral gedroogd ruikt het zoet naar hooi en vanille.
Verwarring met
Grote vossenstaart bloeit ook vroeg, maar is hoger en heeft een zachte, cilindervormige, grijsgroene aar. Timoteegras bloeit later, vanaf juni, met een stijve, cilindervormige aar. Geen van beide ruikt naar hooi.

Bloei: april–juni · Snoeien: juni en september

In je tuin

Waarom in je tuin?

  • Een vroege bloeier: al in april geeft het structuur aan een bloemenweide, ruim voor de meeste andere grassen.
  • Gedroogd ruikt het heerlijk naar hooi en vanille, dankzij de stof coumarine.
  • Het groeit in losse polletjes en laat ruimte voor wilde bloemen: een ideaal gras voor een schrale bloemenweide.
  • Graslandvlinders zoals het bruin zandoogje leggen hun eitjes op allerlei grassen; een gevarieerde grasmat met reukgras helpt hun rupsen.
  • Het zaad is voedsel voor zaadetende vogels zoals vinken en mussen.

Waar staat een gewoon reukgras graag?

  • In het wild: schrale hooilanden, bermen, heide, duingraslanden, open bossen en bosranden.
  • Zon tot halfschaduw.
  • Arme, zure tot neutrale grond, droog tot vochtig; op rijke, bemeste grond verdwijnt het onder grovere grassen.
  • In de tuin: een bloemenweide, een schrale berm of een stuk gazon dat je minder vaak maait.

Mooi samen met

  • Gewone margriet: Witte bloemen in mei–juni, de klassieker van een schrale hooiweide.
  • Gewone rolklaver: Gele bloemetjes voor hommels en waardplant van het icarusblauwtje.
  • Grasklokje: Fijne blauwe klokjes op dezelfde arme, zure grond.
  • Veldzuring: Roodbruine bloeipluimen in mei en waardplant van de kleine vuurvlinder.
  • Rood zwenkgras: Een ander fijn, schraal gras; samen vormen ze een zachte, bloemrijke grasmat.

Onderhoud

Hoe en wanneer plant je een gewoon reukgras?

  1. Haal nooit zoden of planten uit bermen of natuurgebieden; koop zaad van inheemse herkomst, meestal in een mengsel met andere schrale grassen en wilde bloemen.
  2. Verschraal eerst: haal de bovenste, voedselrijke laag grond weg of maai een paar jaar met afvoer van het maaisel. Maak een fijn, onkruidvrij zaaibed.
  3. Zaai in september–oktober of in maart–april. Zaai je in de herfst, dan krijgen de wilde bloemen in het mengsel meteen de koudeperiode die veel van hen nodig hebben.
  4. Strooi het zaad dun en breedwerpig, hark het heel licht in en rol of stamp het aan.
  5. Houd het zaaibed vochtig tot de kieming, na 2–3 weken.
  6. Je kunt ook kleine plugplantjes van een kwekerij voor inheemse planten zetten, 20–30 cm uit elkaar.

Verzorgen

Water
Na de kieming niet nodig; het verdraagt droogte goed.
Bemesten
Nooit: bemesting laat grove grassen winnen en verdringt reukgras en wilde bloemen.
Maaien
Maai als hooiland: eind juni, als het zaad rijp is, en opnieuw in september. Voer het maaisel altijd af.
Zaad laten vallen
Laat het maaisel 2–5 dagen ter plaatse drogen: zo valt het zaad uit en zaait reukgras zich vanzelf opnieuw.
Bodem
Leg geen compost of mulch op een bloemenweide; zo blijft de grond schraal.

Tip: Pluk in mei of juni een bosje bloeiende halmen en laat ze drogen: na een paar dagen ruikt je huis naar vers hooi.

Snoeien en maaien

Snoeimaanden: juni en september.

Wanneer: Eind juni, als het zaad rijp is, en opnieuw in september.

Hoe:

  • Maai met een zeis, bosmaaier of balkmaaier op 5–10 cm hoogte, niet met een cirkelmaaier die alles fijnhakt.
  • Laat het maaisel 2–5 dagen liggen om te drogen en het zaad te laten vallen, en hark het daarna weg.
  • Laat elk jaar een strook ongemaaid staan als schuilplaats voor insecten; maai die het volgende jaar mee.

Let op: Maai niet te vroeg: wacht tot de bloemen in de weide zaad hebben gezet.

Snoeien: wanneer en hoe · Snoeikalender en basisregels

Vermeerderen

Zaad
Laat in juni een paar halmen rijpen, knip ze af als ze bruin zijn, laat ze drogen en strooi het zaad in september op kale grond.
Delen
In het voorjaar of de herfst een pol uitsteken, in stukjes trekken en die 20 cm uit elkaar herplanten.

Hoe komt een gewoon reukgras de winter door?

Winterhard tot −30 °C.

  • Het blad blijft grotendeels groen; het polletje overwintert zonder probleem.
  • Volledig winterhard, tot ongeveer −30 °C.
  • Een ongemaaide strook met oude halmen biedt een overwinteringsplek aan insecten, spinnen en rupsen van graslandvlinders.

Ziektes en plagen

  • Verdwijnt: Op rijke grond wordt het verdrongen door grovere grassen. Maaien en afvoeren, nooit bemesten.
  • Hooikoorts: Het bloeit vroeg en kan bij gevoelige mensen al in april hooikoorts geven. Zaai het dan niet vlak bij het terras of een slaapkamerraam.
  • Slechte kieming: Zaad dat te diep ligt of uitdroogt, kiemt slecht. Zaai oppervlakkig en houd het zaaibed vochtig.
  • Roest: Grassen krijgen in de nazomer soms oranje roestvlekjes. Onschadelijk voor de weide; maaien en afvoeren helpt.

Het jaar rond

  • Maart: Zaaien kan nu. Zaaibed vochtig houden.
  • April: Begint als een van de eerste grassen te bloeien.
  • Mei: Volle bloei. De wilde bloemen in de weide komen op.
  • Juni: Zaad rijpt. Eind juni eerste maaibeurt; maaisel laten drogen en afvoeren.
  • Juli: Hergroei. Een strook ongemaaid laten.
  • September: Tweede maaibeurt, maaisel afvoeren. Goede maand om te zaaien.
  • Oktober: Zaaien van een bloemenweide.
  • December: Rust; het polletje blijft groen.

Jij en deze soort

Wist je dat?

  • De hooigeur komt van coumarine, een stof die vrijkomt als het gras verwelkt en droogt.
  • Anthoxanthum betekent ‘gele bloem’ in het Grieks, naar de goudgele kleur van de rijpe pluim.
  • Bij de meeste grassen heeft een bloempje drie meeldraden, bij reukgras maar twee. De stempels komen eerst naar buiten, nog voor de meeldraden rijp zijn, wat zelfbestuiving beperkt.

Meer soorten uit Europa · Alle soorten

Laden…