Smalle weegbree (Plantago lanceolata)

Foto: Hans Hillewaert, CC BY-SA 3.0 · bron

Kruidachtige plant · Weegbreefamilie (Plantaginaceae)

Smalle weegbree

Plantago lanceolata

In andere talen: Plantain lancéolé (Français) · Ribwort plantain (English)

Komt in België in het wild voor.

Smalle weegbree is een van de algemeenste wilde planten van België: je vindt ze in bijna elk grasland, gazon, wegberm, dijk en akkerrand. Het is een vaste plant met een rozet van smalle, lancetvormige bladeren met drie tot vijf opvallende, evenwijdige nerven. Van mei tot september verschijnen op lange, gegroefde stelen korte, donkerbruine bloeiaren met een krans van witte tot crèmekleurige meeldraden. De plant wordt door de wind bestoven, maar bijen en zweefvliegen verzamelen er ook stuifmeel. Ze verdraagt maaien en betreding goed, is een waardplant voor verschillende vlinders en wordt graag gegeten door grazende dieren.

  • Licht

    Zon of halfschaduw

    liefst wat zon

  • Vocht

    Droog tot normaal

    geen natte voeten

  • Winterhard

    Volledig winterhard

    tot -30 °C

  • Grootte

    0,4 m

    hoog, 0,25 m breed

  • Bloei

    mei–september

Feiten op een rij
Snoeimaandenjuni en september
Hoogte0,4 m
Inheems in BelgiëJa
Bloeimei–september

Herkennen

Zo herken je hem

Groeivorm
Vaste plant met een bladrozet tegen de grond of schuin omhoog, en bloeistengels van 10–50 cm.
Blad
Smal lancetvormig, 10–30 cm lang, met 3–5 opvallende, evenwijdige nerven aan de onderkant; gaaf of zwak getand en licht behaard. Scheur je een blad af, dan steken de taaie nerven als draadjes uit.
Bloem
Een korte, eivormige tot cilindrische aar van 1–4 cm, eerst zwartbruin. De bloei loopt als een ring van onder naar boven, met lange, witte tot crèmekleurige meeldraden; van mei tot september.
Stengel
Bladloze, stijve bloeistengel met vijf diepe groeven, langer dan de bladeren.
Vrucht
Kleine doosvruchtjes met een dekseltje, elk met één of twee glanzende, bruine zaadjes die kleverig worden als ze nat zijn.
Verwarring met
Grote weegbree heeft brede, eironde bladeren en lange, dunne, groenige aren. Ruige weegbree heeft een plat rozet van behaarde, elliptische bladeren en lichtroze, geurige aren. Hertshoornweegbree heeft veerdelig ingesneden bladeren en groeit vooral aan de kust.

Bloei: mei–september · Snoeien: juni en september

In je tuin

Waarom in je tuin?

  • Waardplant voor de rupsen van onder meer de veldparelmoervlinder en nachtvlinders zoals de grote beer.
  • Bijen, hommels en zweefvliegen verzamelen het stuifmeel van de bloeiaren.
  • Zaadetende vogels pikken in de nazomer en de winter de zaadjes uit de aren.
  • Verdraagt maaien, droogte en betreding: ideaal voor een bloemrijk gazon of een kruidenrijk grasland.
  • Vroeger werd het blad gebruikt bij kleine wondjes en insectenbeten; kinderen spelen nog altijd spelletjes met de bloeiaren.

Waar staat een smalle weegbree graag?

  • In het wild: graslanden, hooilanden, weiden, gazons, wegbermen, dijken, duinen en akkerranden.
  • In de tuin: zon tot lichte halfschaduw.
  • Bijna elke grond, van droog zand tot leem en klei, liefst niet te nat en niet te zuur.
  • Ideaal in een bloemrijk gazon, een kruidenrijk grasland of een hooiland; meestal komt ze vanzelf.

Mooi samen met

  • Gewone rolklaver: Gele bloemen en waardplant voor het icarusblauwtje, in hetzelfde grasland.
  • Margriet: Witte bloemen in juni boven de weegbreerozetten.
  • Knoopkruid: Paarse knoppen voor vlinders in de nazomer.
  • Rode klaver: Nectar voor hommels in hetzelfde hooiland.
  • Gewoon reukgras: Een fijn, geurig gras dat het hooiland mooi aanvult.

Onderhoud

Hoe en wanneer plant je een smalle weegbree?

  1. Meestal hoef je niets te doen: als je minder vaak maait en niet meer bemest, komt ze vanzelf op.
  2. Wil je ze toch zaaien, kies dan een mengsel voor bloemrijk grasland van inheemse herkomst en zaai in september–oktober of in maart–april.
  3. Strooi het zaad op kale, fijngeharkte grond, hark het licht in en druk of rol het aan.
  4. Of koop plugplantjes bij een kwekerij voor inheemse planten en plant ze op 20–30 cm afstand in een bestaand grasland.
  5. Hou de grond vochtig tot de zaailingen opkomen.
  6. Graaf nooit planten uit in het wild: zaad of plugplanten van een kwekerij slaan veel beter aan.

Verzorgen

Water
Niet nodig: de diepe wortels halen water uit de ondergrond.
Bemesten
Niet nodig. Mest maakt het gras sterker, en dat verdringt de bloemen.
Maaien
Een hooiland twee keer per jaar maaien, in juni en in september, en het maaisel afvoeren. Een bloemrijk gazon om de drie à vier weken op 6–8 cm.
Woekeren
In een strak gazon kan ze opvallen. Steek rozetten uit met een onkruidsteker als je ze daar niet wilt.
Zaad laten vallen
Laat in een hooiland een deel van de aren rijpen voor je maait.

Tip: Laat een deel van je gazon langer staan en bemest het niet meer: smalle weegbree verschijnt meestal vanzelf en lokt binnen een seizoen bijen en vlinders.

Snoeien en maaien

Snoeimaanden: juni en september.

Wanneer: Geen snoei; het grasland maaien in juni en in september.

Hoe:

  • Maai een hooiland in juni na de eerste bloei en opnieuw in september, en voer het maaisel af.
  • Laat bij elke maaibeurt een strook staan als schuilplaats voor insecten en rupsen.
  • Maai een gazon hoog, op 6–8 cm, zodat de rozetten en de bloei behouden blijven.
  • Laat in de herfst een deel van de bloeistengels staan: de zaden zijn voer voor vogels.

Let op: Maai nooit alles tegelijk kort: rupsen van vlinders leven op de bladeren van het rozet.

Snoeien: wanneer en hoe · Snoeikalender en basisregels

Vermeerderen

Zaad
Zaai in september–oktober of maart–april op kale grond en hark het licht in; het kiemt snel en makkelijk.
Zelf uitzaaien
Laat de aren in de zomer rijpen: de kleverige zaadjes blijven aan schoenen, poten en banden hangen en verspreiden zich zo.

Hoe komt een smalle weegbree de winter door?

Winterhard tot −30 °C.

  • Het bladrozet blijft in de winter grotendeels groen en ligt plat tegen de grond.
  • Zeer winterhard; de wortels zitten diep.
  • Uitgebloeide aren met zaad blijven tot in de winter staan als voer voor vogels.

Ziektes en plagen

  • Meeldauw: Wit poeder op het blad in de nazomer, vooral bij droogte. Onschuldig; maaien helpt.
  • Te veel in het gazon: In een sportveld of strak gazon kan ze plekken innemen. Steek ze uit met een onkruidsteker; in een natuurtuin laat je ze gewoon staan.
  • Hooikoorts: Het stuifmeel kan bij gevoelige mensen hooikoorts uitlokken. Maai bloeiende stukken vlak bij het huis voor de bloei als dat een probleem is.
  • Verdrongen: In een rijk, hoog grasland verdwijnt ze onder de grassen. Maai en voer het maaisel af om het grasland schraler te maken.

Het jaar rond

  • Maart: Zaaien op kale grond. De rozetten lopen uit.
  • April: Plugplanten in het grasland zetten.
  • Mei: Begin van de bloei. Witte kransen van meeldraden op de aren.
  • Juni: Volle bloei. Hooiland maaien na de eerste bloei, met een strook ongemaaid.
  • Juli: Bloei. Rupsen op de bladeren.
  • Augustus: Bloei en zaadzetting.
  • September: Laatste bloei. Tweede maaibeurt van het hooiland; maaisel afvoeren.
  • Oktober: Zaaien op kale grond.
  • December: Groene rozetten in het grasland. Zaadaren voor vogels.

Jij en deze soort

Wist je dat?

  • Kinderen schieten de bloeiaren weg door de steel in een lus rond de aar te leggen en hard te trekken, of slaan aren tegen elkaar tot het kopje eraf vliegt.
  • Het zaad wordt kleverig als het nat wordt en blijft zo aan poten, schoenen en banden hangen; zo verspreidt de plant zich langs wegen en paden.
  • De Engelse naam ribwort verwijst naar de ribben, de opvallende nerven van het blad.

Meer soorten uit Europa · Alle soorten

Laden…