Klein vogelpootje (Ornithopus perpusillus)

Foto: Rasbak, CC BY-SA 3.0 · bron

Kruidachtige plant · Vlinderbloemenfamilie (Fabaceae)

Klein vogelpootje

Ornithopus perpusillus

In andere talen: Ornithope délicat (Français) · Bird’s-foot (English)

Komt in België in het wild voor.

Klein vogelpootje is een piepklein, eenjarig plantje uit de vlinderbloemenfamilie, dat meestal plat over de grond kruipt. Je vindt het op droge, voedselarme en zure zandgrond: in open zandig grasland, op heidepaden, in zandige bermen, op oude zandwegen en in schrale gazons. In België is het vrij algemeen in de Kempen en op de zandgronden van Vlaanderen, maar elders zeldzaam. Je herkent het aan de fijn geveerde blaadjes met veel kleine deelblaadjes, de hoofdjes met een paar witte tot lichtroze bloempjes van amper 4 mm met rode adertjes, en de gebogen, ingesnoerde peultjes die samen op een vogelpoot lijken. Het is een typische pionier van open zand, die alleen standhoudt waar de grond schraal en open blijft.

  • Licht

    Volle zon

    warm en licht

  • Vocht

    Droog

    verdraagt droogte

  • Winterhard

    Volledig winterhard

    tot -20 °C

  • Grootte

    0,1 m

    hoog, 0,2 m breed

  • Bloei

    mei–augustus

Feiten op een rij
Snoeimaandenseptember
Hoogte0,1 m
Inheems in BelgiëJa
Bloeimei–augustus

Herkennen

Zo herken je hem

Groeivorm
Eenjarig, met liggende tot opstijgende, zacht behaarde stengels van 5–30 cm, die vaak vanuit één punt uitwaaieren.
Blad
Geveerd, met 4–13 paar heel kleine, ovale deelblaadjes en een eindblaadje; zacht behaard en grijsgroen.
Bloem
Hoofdjes van 2–8 bloempjes van 3–5 mm, wit tot lichtroze met rode adertjes, op een steeltje met vlak onder het hoofdje een klein, geveerd schutblad. Bloeit van mei tot augustus.
Vrucht/Zaad
Gebogen peultjes van 1–2 cm, tussen de zaden ingesnoerd als een kralensnoer, met een klein snaveltje aan de top. Rijp breken ze in stukjes met elk één zaad.
Wortels
Dunne penwortel met kleine wortelknolletjes.
Verwarring met
Gewone rolklaver heeft ook vruchten als een vogelpoot, maar is veel groter, heeft gele bloemen en een blad met vijf blaadjes. Serradelle (Ornithopus sativus), vroeger gezaaid als groenbemester, is groter en heeft grotere, rozere bloemen.

Bloei: mei–augustus · Snoeien: september

In je tuin

Waarom in je tuin?

  • Een kenmerkende soort van schraal, open zand: waar hij groeit, is de grond nog arm en zuur, een zeldzaam geworden milieu.
  • Zoals alle vlinderbloemigen heeft hij wortelknolletjes met bacteriën die stikstof uit de lucht binden.
  • Kleine bijen en zweefvliegen bezoeken de bloempjes, al bestuift hij zich ook vaak zelf.
  • Hoort thuis in het mozaïek van open zand en schrale vegetatie, waar ook graafbijen, mieren en zandloopkevers leven.
  • Een plezier om te ontdekken in een schraal gazon of op een zandpad: wie op zijn knieën gaat, ziet een minuscule, verfijnde bloem.

Waar staat een klein vogelpootje graag?

  • In het wild op droge, voedselarme, zure zandgrond: open zandig grasland, heidepaden, zandige bermen, oude zandwegen, uitgedroogde duinen landinwaarts.
  • Volle zon; in schaduw of tussen hoog gras verdwijnt hij snel.
  • Arm, los zand zonder compost of mest, met hier en daar open, kale plekjes.
  • In de tuin: in een schraal gazon op zand, een zandpad, een heidetuin of tussen de voegen van een grindpad.

Mooi samen met

  • Zandblauwtje: Blauwe bolletjes op hetzelfde droge, zure zand, geliefd bij bijen.
  • Muizenoor: Lichtgele bloemen en zilverige rozetten in een schraal gazon.
  • Schapenzuring: Roodbruine pluimen op arm zand, waardplant van de kleine vuurvlinder.
  • Grasklokje: Fijne blauwe klokjes in de zomer, voor droge, zure grond.
  • Buntgras: Grijsblauwe pollen op open stuifzand, een typische partner van zandpioniers.

Onderhoud

Hoe en wanneer plant je een klein vogelpootje?

  1. Je koopt hem zelden als plant: zoek zaad van wilde, liefst lokale herkomst bij een kwekerij of zaadhandel voor inheemse planten.
  2. Zaai in september–oktober of in maart–april op open, onbemeste zandgrond. Hark de bovenlaag wat los, strooi het zaad dun en druk het aan; niet of amper bedekken.
  3. Meng het zaad met wat zilverzand, dan strooi je gelijkmatiger. Afstand houden hoeft niet: de plantjes blijven klein.
  4. Geef enkel water als het de eerste weken na het zaaien droog blijft; daarna nooit meer.
  5. Vaak komt hij vanzelf terug als je een zandig gazon verschraalt: niet meer bemesten, maaisel afvoeren en minder vaak maaien.
  6. Graaf nooit planten uit en verzamel geen zaad in natuurgebieden; zaad uit je eigen tuin mag je wel delen.

Verzorgen

Water
Niet nodig. Hij is aangepast aan droog zand en sterft na de zaadzetting in de zomer toch af.
Bemesten
Nooit. Mest en compost laten gras en grotere planten groeien, die dit kleine plantje snel verdringen.
Maaien
In een schraal gazon: in mei–juli minder vaak of hoog maaien, zodat hij kan bloeien en zaad zetten. Maai in september en voer het maaisel af.
Open plekken
Hark in de herfst hier en daar een plekje open zand, waar nieuwe zaden kunnen kiemen.
Zaad laten vallen
Als eenjarige moet hij elk jaar zaad zetten: maai dus niet vóór de peultjes bruin en rijp zijn.

Tip: Sla in mei en juni een stuk van je zandige gazon een paar keer over bij het maaien: vaak kleurt het dan vanzelf met vogelpootje, muizenoor en schapenzuring.

Snoeien en maaien

Snoeimaanden: september.

Wanneer: Snoeien is niet nodig. Maai het schrale grasland waarin hij groeit pas in september, als de peultjes rijp zijn.

Hoe:

  • Sla in mei–juli een paar maaibeurten over of maai hoog, zodat hij kan bloeien en zaad zetten.
  • Maai in september kort en voer het maaisel af: zo blijft de grond schraal.
  • Laat het maaisel eerst een paar dagen liggen, zodat de laatste zaden eruit vallen.

Snoeien: wanneer en hoe · Snoeikalender en basisregels

Vermeerderen

Zaad
De enige manier: hij is eenjarig. De rijpe peultjes breken in stukjes met elk één zaad; strooi die in september–oktober op open zand.
Maaisel
Maaisel met rijpe peultjes van je eigen schrale grasland kun je op een andere open zandplek uitspreiden.

Hoe komt een klein vogelpootje de winter door?

Winterhard tot −20 °C.

  • Zaad dat in de herfst kiemt, overwintert als een klein, plat plantje; ander zaad kiemt pas in het voorjaar.
  • De oude planten sterven na de zaadzetting in de zomer af; het zaad blijft in de grond liggen tot er weer een open plek is.
  • Vorst deert de jonge plantjes niet; een natte, vette grond wel.

Ziektes en plagen

  • Vergrassing: Op bemeste of rijker wordende grond overwoekert gras hem. Niet bemesten, maaisel afvoeren en af en toe open plekken maken.
  • Te veel schaduw: Onder bomen of hoge struiken verdwijnt hij. Hou zijn plek zonnig en open.
  • Moeilijk te vinden: Zaad is zelden te koop. Vraag bij een natuurvereniging of kwekerij voor inheemse planten, of verschraal je zandgazon en wacht af.
  • Te vroeg maaien: Wie elke week kort maait, krijgt nooit zaad. Maai een deel van het gazon pas na de bloei.

Het jaar rond

  • Maart: Nog zaaien op open zand. Kiemplantjes van de herfst groeien verder.
  • April: De stengels kruipen uit. Niet bemesten.
  • Mei: Begin van de bloei. Maai er omheen of maai hoog.
  • Juni: Volle bloei. De eerste vogelpootjes verschijnen.
  • Juli: Bloei en zaadzetting.
  • Augustus: Peultjes rijpen; de oude planten sterven af.
  • September: Maaien en maaisel afvoeren. Zaaien op open zand en kale plekjes openharken.
  • Oktober: De eerste kiemplantjes verschijnen.

Jij en deze soort

Wist je dat?

  • De wetenschappelijke naam komt van het Griekse ornis (vogel) en pous (voet), naar de gebogen peultjes die als tenen uitwaaieren; perpusillus betekent ‘heel klein’.
  • De peul breekt bij rijpheid niet open zoals een erwtenpeul, maar valt uiteen in stukjes met elk één zaad.
  • Zijn grotere verwant serradelle werd vroeger op arme zandgronden gezaaid als veevoer en groenbemester.

Meer soorten uit Europa · Alle soorten

Laden…