
Foto: Denis Barthel, CC BY-SA 3.0 · bron
Kruidachtige plant · Schermbloemenfamilie (Apiaceae)
Pastinaak
Pastinaca sativa
In andere talen: Panais (Français) · Wild parsnip (English)
Komt in België in het wild voor.
Pastinaak is een stevige, tweejarige schermbloem met geelgroene bloemschermen, die in het wild groeit in bermen, op dijken en spoorwegtaluds, in ruige graslanden en op braakliggende grond. In België is hij vrij algemeen op klei-, leem- en kalkrijke grond en zeldzamer op zure zandgrond. Je herkent hem aan de holle, scherp gegroefde stengel, de enkel geveerde bladeren met brede, getande deelblaadjes en de vlakke, gele schermen, meestal zonder omwindselblaadjes. Het is dezelfde soort als de gekweekte pastinaak, een oude wintergroente met een zoete, nootachtige wortel. De schermen zijn een drukbezochte insectenbar, maar let op: het sap maakt de huid gevoelig voor zonlicht en kan pijnlijke blaren geven.
Let op: Het sap van stengels en bladeren bevat stoffen (furanocoumarinen) die de huid gevoelig maken voor zonlicht. Wie er met blote huid mee in aanraking komt en daarna in de zon staat, kan pijnlijke rode plekken en blaren krijgen, soms met bruine vlekken die maanden blijven. Dat geldt voor iedereen: kinderen die met de holle stengels spelen, wandelaars in korte broek en tuiniers met een bosmaaier. Draag handschoenen en lange mouwen, laat kinderen niet met de stengels spelen en was huid die met sap in aanraking kwam meteen met water en zeep. Eet nooit wilde schermbloemen die je niet zeker kent: giftige soorten zoals gevlekte scheerling lijken erop.
Licht
Volle zon
warm en licht
Vocht
Droog tot normaal
geen natte voeten
Winterhard
Volledig winterhard
tot -25 °C
Grootte
1 m
hoog, 0,5 m breed
Bloei
juli–september
| Snoeimaanden | augustus–september |
|---|---|
| Hoogte | 1 m |
| Inheems in België | Ja |
| Bloei | juli–september |
Herkennen
Zo herken je hem
- Groeivorm
- Tweejarig: het eerste jaar een bladrozet, het tweede jaar een bloeistengel van 30–150 cm, waarna de plant afsterft. De stengel is hol, behaard en scherp gegroefd.
- Blad
- Enkel geveerd, met 2–7 paar eironde, gelobde en getande deelblaadjes; licht behaard en met een sterke pastinaakgeur als je eraan wrijft.
- Bloem
- Vlakke schermen van 5–15 cm met 5–20 stralen en kleine, geelgroene tot gele bloempjes, meestal zonder omwindselblaadjes. Bloeit van juli tot september.
- Vrucht/Zaad
- Platte, ovale, gevleugelde vruchtjes van 5–8 mm, die met de wind wegwaaien.
- Wortels
- Witachtige penwortel; bij wilde planten veel dunner en houtiger dan bij de groente.
- Verwarring met
- Gewone berenklauw heeft witte schermen en grote, handvormig gelobde bladeren; ook zijn sap is fototoxisch. Wilde peen heeft witte schermen en fijn verdeelde bladeren. Venkel en dille zijn ook geel, maar hebben draadfijne blaadjes. Gevaarlijke giftige schermbloemen zoals gevlekte scheerling en watertorkruid bloeien wit.
Bloei: juli–september · Snoeien: augustus–september
In je tuin
Waarom in je tuin?
- De open, gele schermen zitten van juli tot september vol zweefvliegen, vliegen, kevers, sluipwespen en solitaire bijen: de nectar ligt er voor het grijpen.
- Kan dienen als waardplant voor de rupsen van de koninginnenpage, die ook op andere schermbloemen zoals wilde peen eten.
- De holle stengels bieden in de winter een schuilplek aan kleine insecten, en de droge schermen blijven lang mooi staan.
- Een kenmerkende plant van bloemrijke bermen en dijken, die goed past in een droog, zonnig bloemenweiland.
- Dezelfde soort als de gekweekte pastinaak, een oude wintergroente die je makkelijk zelf zaait.
Waar staat een pastinaak graag?
- In het wild in bermen, op dijken en spoorwegtaluds, in ruige graslanden, kalkgraslanden en op braakliggende grond.
- Volle zon.
- Droge tot matig vochtige, kalkrijke of neutrale grond: klei, leem of kalkhoudend zand, gerust wat voedselrijk.
- In de tuin: in een zonnig, ruig bloemenweiland of een wilde rand, ver van paden en speelplekken vanwege het sap.
Mooi samen met
- Wilde peen: Witte schermen naast de gele, in dezelfde zonnige berm; ook waardplant van de koninginnenpage.
- Knoopkruid: Paarse bloemen voor vlinders en hommels in hetzelfde ruige grasland.
- Wilde marjolein: Roze bloemen vol bijen en vlinders, op dezelfde droge, kalkrijke grond.
- Wilde cichorei: Hemelsblauwe bloemen in dezelfde bermen, van juli tot september.
- Gewone rolklaver: Gele vlinderbloemen in de onderlaag, waardplant van het icarusblauwtje.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een pastinaak?
- Zaai ter plekke in september–oktober of in maart–april: met zijn penwortel verplant hij slecht.
- Gebruik vers zaad, want pastinaakzaad verliest na een jaar of twee veel kiemkracht. Zaad van wilde herkomst haal je bij een kwekerij of zaadhandel voor inheemse planten.
- Strooi het zaad op open plekken in de grasmat of op losgemaakte grond, 1–2 cm diep, en dun de kiemplanten uit tot 30–40 cm.
- Geef alleen water bij droogte tot de kiemplantjes er zijn; kiemen kan 3–4 weken duren.
- Voor de groente: zaai in maart–april in rijen op 30 cm, in diepe, losse grond zonder verse mest, en dun uit tot 10–15 cm in de rij.
- Graaf nooit planten uit in het wild, en draag handschoenen als je ermee werkt.
Verzorgen
- Water
- Niet nodig; de penwortel haalt water diep uit de grond.
- Bemesten
- Niet nodig voor de wilde plant. Voor de groente volstaat wat compost; verse mest geeft vertakte wortels.
- Maaien
- Maai een bloemenweiland in september, na de zaadzetting, en voer het maaisel af. Als tweejarige moet hij elk jaar ergens zaad kunnen zetten.
- Woekeren
- Zaait zich flink uit. Knip de schermen af vóór de zaden rijp zijn waar je hem niet meer wilt, met handschoenen en lange mouwen.
- Oogsten
- Oogst de groente van oktober tot in maart; na een paar nachten vorst smaakt de wortel zoeter. Hij kan gewoon in de grond blijven staan. Lekker geroosterd uit de oven of in soep en puree.
Tip: Werk met pastinaak op een bewolkte dag of ’s avonds, met handschoenen en lange mouwen, en was je handen voor je weer in de zon gaat.
Snoeien en maaien
Snoeimaanden: augustus–september.
Wanneer: In augustus–september: na de bloei als je uitzaaien wilt beperken, of na de zaadzetting.
Hoe:
- Laat in een bloemenweiland een deel van de stengels met zaad staan tot in de winter: de holle stengels zijn een schuilplek voor insecten.
- Wil je minder zaailingen, knip de schermen dan af zodra ze uitgebloeid zijn, vóór de zaden bruin worden.
- Maai de rest van het weiland in september en voer het maaisel af.
- Werk altijd met handschoenen en lange mouwen, liefst op een bewolkte dag of ’s avonds.
Let op: Het sap maakt de huid gevoelig voor zonlicht. Maai er nooit met een bosmaaier in zonder beschermende kleding: die spat sap op armen, benen en gezicht.
Vermeerderen
- Zaad
- De enige manier: hij is tweejarig. Zaai vers zaad in september–oktober of maart–april ter plekke; in een bloemenweiland zaait hij zich ook vanzelf uit.
Hoe komt een pastinaak de winter door?
Winterhard tot −25 °C.
- In het eerste jaar overwintert hij als bladrozet met een penwortel; volledig winterhard.
- Na de bloei in het tweede jaar sterft de plant af; de droge stengels en schermen blijven staan.
- In de holle stengels overwinteren kleine insecten: laat een deel staan tot het voorjaar.
- De groente kan de hele winter in de grond blijven; vorst maakt hem zoeter.
Ziektes en plagen
- Blaren door het sap: Huid die met sap in aanraking komt, kan in de zon verbranden en blaren krijgen. Draag handschoenen en lange mouwen, en was je huid meteen met water en zeep.
- Wortelvlieg: Larven vreten gangen in de wortel van de gekweekte pastinaak. Zaai dun en dek de rijen af met fijn insectengaas.
- Selderijvlieg: Larven maken bruine plekken met mijngangen in het blad. Knip aangetaste bladeren weg; de schade blijft meestal beperkt.
- Pastinaakkanker: Bruine, verzonken plekken op de wortel van de groente. Wissel elk jaar van plek, zaai niet te vroeg en kies een ras met weinig gevoeligheid.
- Te veel zaailingen: In een kleine tuin kan hij flink uitzaaien. Knip de schermen af vóór de zaden rijp zijn.
Het jaar rond
- Maart: Zaaien, zowel wild als groente. Laatste wortels oogsten.
- April: Kiemplantjes uitdunnen. De rozetten lopen uit.
- Juni: Bij tweedejaarsplanten schieten de bloeistengels omhoog.
- Juli: Begin van de bloei, vol insecten. Opgepast met het sap.
- Augustus: Volle bloei. Schermen afknippen waar je geen zaad wilt.
- September: Het zaad rijpt. Maaien en afvoeren, een deel laten staan. Zaaien.
- Oktober: Zaaien. Eerste wortels van de groente oogsten.
- December: Groente oogsten na vorst. Droge stengels laten staan.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Voor de aardappel ingang vond, was pastinaak in grote delen van Europa een belangrijke wintergroente.
- Bij vorst zet de wortel een deel van zijn zetmeel om in suikers: daarom smaakt pastinaak na een koude periode zoeter.
- Het sap bevat dezelfde soort stoffen als dat van de reuzenberenklauw: furanocoumarinen, die onder uv-licht de huid beschadigen.