Ridderzuring (Rumex obtusifolius)

Foto: Rasbak, CC BY-SA 3.0 · bron

Kruidachtige plant · Duizendknoopfamilie (Polygonaceae)

Ridderzuring

Rumex obtusifolius

In andere talen: Patience à feuilles obtuses (Français) · Broad-leaved dock (English)

Komt in België in het wild voor.

Ridderzuring is een forse, overblijvende plant met grote, brede bladeren en hoge, roestbruine zaadpluimen. Hij groeit in heel België op voedselrijke, verstoorde grond: in weilanden, akkerranden, slootkanten en wegbermen, op braakliggende terreinen en in tuinen. Je herkent hem aan de langwerpige bladeren tot 30 cm met een hartvormige voet en een stompe top, vaak met roodachtige nerven, en aan de vruchtjes met drie getande vleugeltjes. Zijn diepe penwortel en de grote hoeveelheid zaad, dat tientallen jaren kiemkrachtig blijft, maken hem tot een hardnekkig onkruid. Toch is hij voedsel voor rupsen, zuringhaantjes en zaadetende vogels, en in een ruige hoek mag een plant best blijven staan.

Let op: Het blad bevat oxaalzuur: in grote hoeveelheden schadelijk voor vee, paarden en huisdieren zoals konijnen en cavia’s. Kinderen eten er beter niet van.

  • Licht

    Zon of halfschaduw

    liefst wat zon

  • Vocht

    Normaal tot nat

    mag niet uitdrogen

  • Winterhard

    Volledig winterhard

    tot -30 °C

  • Grootte

    1 m

    hoog, 0,6 m breed

  • Bloei

    juni–september

Feiten op een rij
Snoeimaandenjuni–augustus
Hoogte1 m
Inheems in BelgiëJa
Bloeijuni–september

Herkennen

Zo herken je hem

Groeivorm
Overblijvend, 50–120 cm hoog, met een rozet van grote bladeren en rechtopgaande, vertakte bloeistengels die in de zomer roodbruin kleuren.
Blad
Langwerpig eirond, tot 25–30 cm, met een hartvormige voet en een stompe top; rand licht golvend, nerven vaak rood, onderkant op de nerven ruw behaard. Hogerop kleiner en smaller.
Bloem
Kleine, groenige bloempjes in kransen langs lange, losse pluimen, van juni tot september. Bestuiving door de wind.
Vrucht/Zaad
Driehoekig nootje, omgeven door drie vruchtkleppen met lange tanden aan de rand; meestal draagt één klep een wratje. Rijp roestbruin.
Wortels
Dikke, gele, vertakte penwortel die ruim een meter diep kan gaan; het bovenste deel loopt na afsteken opnieuw uit.
Verwarring met
Krulzuring heeft smallere bladeren met een sterk gekroesde rand en vruchtkleppen zonder tanden. Veldzuring is kleiner en slanker, met pijlvormige, zuur smakende bladeren.

Bloei: juni–september · Snoeien: juni–augustus

In je tuin

Waarom in je tuin?

  • Waardplant voor de groene zuringhaan, een glanzend groen kevertje, en voor de zuringrandwants.
  • Rupsen van de lieveling, een nachtvlinder met een roze streep over de vleugels, eten van zuringsoorten.
  • In de herfst en winter eten vinkachtigen en mussen van de zaden aan de staande pluimen.
  • De hoge, roestbruine pluimen geven structuur aan een ruige hoek, ook in de winter.
  • Een wijzer voor voedselrijke grond: waar veel ridderzuring staat, zit veel stikstof in de bodem.

Waar staat een ridderzuring graag?

  • In het wild: weilanden, hooilanden, akkerranden, slootkanten, wegbermen, mesthopen en braakliggende grond.
  • Voedselrijke, vochtige tot natte grond, vaak verdicht of verstoord; klei en leem verkiest hij boven arm zand.
  • Zon tot halfschaduw.
  • In de tuin: hooguit een plant of twee in een ruige hoek, achter de composthoop of langs een sloot; niet in de moestuin of het gazon.

Mooi samen met

  • Grote brandnetel: Samen een ruige hoek op voedselrijke grond, met de brandnetel als waardplant van dagpauwoog en atalanta.
  • Gewone smeerwortel: Klokjes voor hommels, op dezelfde vochtige, rijke grond.
  • Moerasspirea: Geurende pluimen aan de natte kant van de ruige hoek.
  • Grote kattenstaart: Paarse aren op natte, voedselrijke grond, geliefd bij bijen.

Onderhoud

Hoe en wanneer plant je een ridderzuring?

  1. Je hoeft hem bijna nooit te planten: zijn zaad zit al in de meeste tuingrond en komt op zodra de grond open ligt.
  2. Wil je hem bewust in een ruige hoek, laat dan een zaailing staan die vanzelf opkomt, op een plek waar hij niet hindert.
  3. Zaaien kan in het voorjaar of de herfst op open, vochtige grond; het zaad kiemt makkelijk.
  4. Geef een plant minstens 60 cm ruimte, ver van moestuin, gazon en weiden met vee of paarden.
  5. Laat hem niet uitzaaien: knip de bloeistengels af voor het zaad rijp is, zo voorkom je honderden zaailingen.
  6. Graaf nooit planten uit in de natuur: dat is ook overbodig, want hij komt overal vanzelf op.

Verzorgen

Water
Niet nodig; de diepe penwortel haalt water uit de diepte.
Bemesten
Nooit: hij groeit al te weelderig op voedselrijke grond. Mest en compost maken hem alleen sterker.
Zaadvorming
Knip bloeistengels af voor de zaden roestbruin worden. Zaad blijft tientallen jaren kiemkrachtig in de grond.
Uitsteken
Steek ongewenste planten uit met een zuringsteker of smalle spade, liefst na regen; neem minstens de bovenste 10–15 cm van de wortel mee.
Kale plekken
In gras en weiland helpt een dichte, gesloten grasmat: zaailingen krijgen dan geen kans. Zaai kale plekken meteen in.

Tip: Steek ridderzuring uit na een flinke regenbui: de grond is dan zacht en de penwortel komt veel makkelijker in één stuk mee.

Snoeien en maaien

Snoeimaanden: juni–augustus.

Wanneer: Van juni tot augustus, zodra de bloeistengels bloeien en voor de zaden rijp zijn.

Hoe:

  • Knip of maai de bloeistengels aan de voet af; de bladrozet mag blijven.
  • Wil je pluimen laten staan voor de vogels, kies dan één plant op een plek waar het uitvallende zaad geen kwaad kan.
  • Maaien alleen doodt de plant niet: de rozet loopt telkens weer uit.
  • Voer zaaddragende stengels af met het gft-afval; een koude composthoop doodt het zaad niet.

Let op: Ook afgesneden groene stengels kunnen nog rijp zaad vormen: leg ze niet op de composthoop.

Snoeien: wanneer en hoe · Snoeikalender en basisregels

Vermeerderen

Zaad
De belangrijkste manier: een plant vormt elk jaar enorm veel zaad, dat met maaisel, mest, water en grond meereist.
Wortelstukken
Het bovenste deel van de penwortel loopt na beschadiging opnieuw uit; stukken uit diepere lagen doen dat veel minder.

Hoe komt een ridderzuring de winter door?

Winterhard tot −30 °C.

  • De bladeren sterven grotendeels af; in zachte winters blijft een kleine rozet groen.
  • De roestbruine zaadpluimen blijven staan en geven vogels voedsel en de tuin structuur.
  • Volledig winterhard: de penwortel overleeft strenge vorst zonder moeite.

Ziektes en plagen

  • Zuringhaantje: Het groene kevertje en zijn larven vreten de bladeren tot een zeef. Geen probleem: het is juist een natuurlijke bestrijder.
  • Roest: Rode tot bruine vlekjes op het blad. Onschuldig; laat het gaan.
  • Uitzaaien: Eén plant geeft duizenden zaden. Knip bloeistengels altijd af voor ze rijp zijn.
  • Moeilijk uit te steken: De wortel breekt makkelijk af. Steek na regen, als de grond zacht is, en wrik de wortel er voorzichtig uit.
  • Oxaalzuur: Het blad bevat oxaalzuur. Laat konijnen, cavia’s en vee er niet in grote hoeveelheden van eten.

Het jaar rond

  • Maart: Jonge rozetten uitsteken in de moestuin, liefst na regen.
  • April: Nieuwe bladeren. Let op zuringhaantjes en hun gele eitjes.
  • Mei: Bloeistengels verschijnen. Uitsteken waar hij niet mag staan.
  • Juni: Bloei. Bloeistengels afknippen voor ze zaad zetten.
  • Juli: Bloeistengels afknippen, of één plant zaad laten vormen voor de vogels.
  • Augustus: Laatste bloeistengels afknippen. De zaden kleuren roestbruin.
  • September: Kale plekken in gazon of weide inzaaien met gras.
  • November: Roestbruine pluimen laten staan op de gekozen plek.
  • December: Vinkachtigen eten van het zaad.

Jij en deze soort

Wist je dat?

  • Zaad van ridderzuring kan tientallen jaren in de grond overleven en kiemt zodra de bodem wordt omgewoeld.
  • De groene zuringhaan kan een plant bijna kaal vreten en wordt onderzocht als natuurlijke bestrijder van ridderzuring in graslanden.
  • Volgens een oud volksgebruik wrijf je met een ridderzuringblad over een brandnetelprik. Bewezen is het niet, maar het koele blad groeit vaak handig naast de brandnetels.

Meer soorten uit Europa · Alle soorten

Laden…