
Foto: TeunSpaans at Dutch Wikipedia, CC BY-SA 3.0 · bron
Kruidachtige plant · Composietenfamilie (Asteraceae)
Klein kruiskruid
Senecio vulgaris
In andere talen: Séneçon commun (Français) · Groundsel (English)
Komt in België in het wild voor.
Klein kruiskruid is een klein, eenjarig plantje uit de composietenfamilie en een van de meest voorkomende onkruiden in moestuinen, borders, akkers en stoepranden. Het groeit in heel België en bloeit bijna het hele jaar door, in zachte winters zelfs in januari. Je herkent het aan de kleine, cilindervormige gele hoofdjes zonder lintbloemen, waarvan de omwindselblaadjes zwarte puntjes hebben, en aan de witte pluizenbolletjes van het zaad. Een plant gaat op enkele weken van kiem tot zaad, waardoor er meerdere generaties per jaar zijn. Het is giftig voor mens en dier, maar het zaad en de bloemen hebben wel enige waarde voor vogels en kleine insecten.
Let op: Klein kruiskruid is giftig door pyrrolizidine-alkaloïden, die de lever beschadigen en zich in het lichaam ophopen. Vooral paarden, koeien, geiten, konijnen en cavia’s lopen gevaar, ook via hooi of voer waarin gedroogde plantjes zitten. Laat kinderen er niet van eten, geef het niet aan huisdieren of kooivogels en houd het uit weiden en hooi.
Licht
Zon of halfschaduw
liefst wat zon
Vocht
Normaal
geen natte voeten
Winterhard
tot -15 °C
jonge planten beschermen
Grootte
0,25 m
hoog, 0,15 m breed
Bloei
januari–december
| Hoogte | 0,25 m |
|---|---|
| Inheems in België | Ja |
| Bloei | januari–december |
Herkennen
Zo herken je hem
- Groeivorm
- Eenjarig plantje van 10–40 cm, rechtop of wat uitgespreid, vaak vertakt, met zachte, wat vlezige stengels.
- Blad
- Veerspletig ingesneden met onregelmatig getande slippen, wat vlezig. De bovenste bladeren omvatten de stengel. Kaal of met wat spinnenwebachtige haren.
- Bloem
- Gele, cilindervormige hoofdjes van ongeveer 1 cm lang, meestal zonder lintbloemen, alleen met buisbloemen. De blaadjes van het omwindsel hebben zwarte puntjes. Bloeit het hele jaar door.
- Vrucht/Zaad
- Nootje met wit pluis; de rijpe hoofdjes vormen kleine witte pluizenbolletjes die met de wind meegaan.
- Wortels
- Kleine penwortel; de plant is makkelijk uit te trekken.
- Verwarring met
- Kleverig kruiskruid is kleverig behaard en heeft korte, teruggerolde lintbloemen. Bezemkruiskruid en jakobskruiskruid hebben opvallende gele lintbloemen en zijn veel groter.
Bloei: januari–december
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Bloeit bijna het hele jaar, ook in de winter, als er nauwelijks iets anders bloeit; vliegjes en zweefvliegen halen er soms stuifmeel.
- De zaden zijn voedsel voor vinken, mussen en andere zaadeters.
- Waardplant voor enkele nachtvlinders, waaronder de sint-jacobsvlinder, al verkiest die vooral jakobskruiskruid.
- Eerlijk: in de moestuin vooral een onkruid dat je in toom houdt. Een paar plantjes in een ruige hoek, ver van dieren en spelende kinderen, kunnen voor de vogels blijven staan.
- Een nuttige graadmeter: veel klein kruiskruid wijst op open, voedselrijke en vaak bewerkte grond.
Waar staat een klein kruiskruid graag?
- In het wild: akkers, moestuinen, borders, braakliggende grond, stoepranden, muurvoeten en composthopen.
- Zon tot halfschaduw.
- Elke open, bewerkte grond, liefst voedselrijk en vochthoudend; op kale grond kiemt het het snelst.
- In de tuin hoort het hooguit in een ruige hoek, ver van moestuin, kippen, konijnen en paarden.
Mooi samen met
- Vogelmuur: Ook een snelle akkerplant met zaad voor vogels, voor een ruige hoek.
- Paarse dovenetel: Vroege nectar voor hommels op dezelfde open grond.
- Herderstasje: Nog een akkerplantje dat bijna het hele jaar bloeit en zaad geeft.
- Grote klaproos: Kies liever voor een akkerrand met klaproos: dezelfde open grond, maar veel meer bloemen voor insecten.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een klein kruiskruid?
- Zaaien of planten is niet nodig: klein kruiskruid komt vanzelf, via wind, schoenen, potgrond en aanvoergrond.
- Wil je de zaden voor de vogels, laat dan een paar plantjes staan in een ruige hoek waar geen kinderen of dieren bij kunnen.
- Wied de rest zodra je ze ziet, liefst voor ze bloeien: jonge plantjes trek je zo uit.
- Houd de grond bedekt met mulch of een groenbemester: op bedekte grond kiemt het veel minder.
- Controleer potplanten op kiemplantjes voor je ze in de tuin zet.
- Graaf nooit planten uit in het wild; voor deze soort is dat ook nergens voor nodig.
Verzorgen
- Wieden
- Schoffel wekelijks bij droog weer: de kiemplantjes verdrogen dan op het bed.
- Bloeiende planten
- Trek ze uit en voer ze af: ook uitgetrokken planten kunnen nog zaad rijpen.
- Mulchen
- Een laag compost, stro of gras tussen de groenten voorkomt dat het zaad kiemt.
- Composthoop
- Leg bloeiende planten of planten met pluis niet op een koude composthoop; bij twijfel bij het gft-afval.
- Bemesten
- Niet van toepassing: op voedselrijke grond groeit het vanzelf. Overbemesten maakt het probleem groter.
Tip: Schoffel op een droge, zonnige dag en laat de kiemplantjes op het bed verdrogen. Bloeiende plantjes gaan in een zak, want ze vormen nog zaad nadat je ze hebt uitgetrokken.
Snoeien en maaien
Wanneer: Niet snoeien: het hele jaar door wieden voor de bloei.
Hoe:
- Schoffel of trek de plantjes uit voor ze bloeien.
- Plantjes in bloei of met pluis voer je af in een zak, niet op de composthoop.
- Maaien helpt weinig: het bloeit ook laag bij de grond.
Let op: Uitgetrokken bloeiende plantjes kunnen op de grond nog zaad rijpen, dus laat ze niet liggen.
Vermeerderen
- Zaad
- Elke plant vormt honderden zaden met pluis, die met de wind meegaan. Het kiemt bijna het hele jaar en vormt meerdere generaties per jaar; zo verspreidt het zich, dus laat het niet in bloei komen waar je het niet wilt.
Hoe komt een klein kruiskruid de winter door?
Winterhard tot −15 °C: jonge planten beschermen.
- Overleeft zachte winters als plant en bloeit dan gewoon door.
- Strenge vorst doet de planten afsterven, maar het zaad in de grond overleeft.
- In de winter een van de weinige bloeiende planten voor vroege vliegjes.
Ziektes en plagen
- Kruiskruidroest: Oranje puistjes op de onderkant van het blad, door een roestschimmel. Verwijder aangetaste planten.
- Meeldauw: Wit poeder op het blad, vooral in de nazomer. Onschuldig, maar wied de plant weg.
- Bladluis: Kan bladluizen huisvesten die ook naar groenten overstappen. Wied het tussen de groenten.
- Snelle uitzaaiing: Op enkele weken van kiem tot zaad. Wied elke week.
- Giftig in voer: Giftig voor dieren, ook gedroogd in hooi. Haal het uit weiden, hooiland en dierenvoer.
Het jaar rond
- Januari: Bloeit in zachte winters. Wieden bij droog weer.
- Maart: Eerste grote kiemgolf op kale grond. Schoffelen.
- April: Bloei. Wieden voor de pluizenbolletjes verschijnen.
- Mei: Mulch tussen de groenten leggen.
- Juni: Bloei en zaad. Bloeiende planten afvoeren.
- Augustus: Letten op roest en meeldauw op het blad.
- September: Nieuwe kiemplanten na de oogst. Groenbemester zaaien.
- Oktober: Bloei. Wieden.
- December: Bloeit door bij zacht weer.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De naam Senecio komt van het Latijnse ‘senex’, oude man: de witte pluizenbolletjes lijken op een grijs hoofd.
- Een plant kan op enkele weken van kiem tot zaad gaan, waardoor er in één jaar meerdere generaties volgen.
- De oranje kruiskruidroest, die je nu op veel planten ziet, komt oorspronkelijk uit Australië en verscheen pas rond 1960 in Europa.