
Foto: Kristian Peters -- Fabelfroh 14:46, 10 July 2005 (UTC), CC BY-SA 3.0 · bron
Vaste plant · Malvaceae
Groot kaasjeskruid
Malva sylvestris
In andere talen: Grande mauve (Français) · Common mallow (English)
Groot kaasjeskruid is een inheemse, kortlevende vaste plant van bermen, dijken, akkerranden en ruigten in Europa, Noord-Afrika en West-Azië. Hij vormt een rechtopgaande tot wat uitwaaierende plant van 0,6–1 m met rond, ondiep gelobd blad. Van juni tot in oktober verschijnen in de bladoksels steeds nieuwe paarsroze bloemen van 3–4 cm met donkere strepen, die bijen en hommels druk bezoeken. Hij leeft meestal maar twee à drie jaar, maar zaait zich makkelijk uit en blijft zo in de tuin. Bekende rassen zijn ‘Zebrina’, wit tot lichtroze met paarse strepen, en het lagere, lichtblauwe ‘Primley Blue’. Jong blad en bloemen zijn eetbaar.
Licht
Volle zon
warm en licht
Vocht
Droog tot normaal
geen natte voeten
Grond
Zand, leem of klei
elke zuurtegraad
Winterhard
Volledig winterhard
tot -25 °C
Grootte
1 m
hoog, 0,6 m breed
Bloei
juni–oktober
| Snoeimaanden | maart en juli |
|---|---|
| Hoogte | 1 m |
| Inheems in België | Ja |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor bijen en vlinders |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | juni–oktober |
Herkennen
Hoe herken je een groot kaasjeskruid?
- Groeivorm
- Rechtopgaande tot uitwaaierende plant van 0,6–1 m hoog en ongeveer 60 cm breed, met behaarde stengels.
- Blad
- Rond tot niervormig, 5–10 cm, met 5–7 ondiepe, gekartelde lobben op lange stelen; zacht behaard.
- Bloem
- Paarsroze, 3–4 cm, met vijf ingekeepte kroonbladen en donkerpaarse strepen, in groepjes in de bladoksels, van juni tot oktober. Bij ‘Zebrina’ wit met paarse strepen.
- Vrucht
- Een plat, rond schijfje van kleine deelvruchtjes in een kring, dat op een kaasje lijkt.
- Wortels
- Een diepe penwortel, waardoor hij droogte goed verdraagt maar niet graag verplant wordt.
Bloei: juni–oktober · Oogst en vruchten: april–oktober · Zaaien: maart–mei · Planten: april–mei en september · Snoeien: maart en juli
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Een van de langst bloeiende inheemse planten: van juni tot in oktober.
- Een drukbezochte bijenplant: hommels en andere bijen komen af op de grote, open bloemen.
- Groeit makkelijk op droge tot normale grond in volle zon, ook op schrale, kalkrijke plekken.
- Jong blad, bloemen en de onrijpe ‘kaasjes’ zijn eetbaar en mooi in een salade.
- Zaait zich uit, zodat je na een paar jaar altijd jonge planten hebt.
Waar staat een groot kaasjeskruid graag?
- Volle zon; in de schaduw wordt hij slap en bloeit hij weinig.
- Zand, leem of klei, zuur tot kalkrijk, als de grond goed doorlaat.
- Droge tot normale grond; natte grond in de winter verkort zijn leven.
- Plant op 50–60 cm afstand, of zaai hem in een open plek in de border of een bloemrijke berm.
- Licht
- Zon
- Grondsoort
- Zand, leem of klei
- Zuurtegraad
- Niet kieskeurig
- Vocht
- Droog of normaal
- Grootte
- 1 m hoog, 0,6 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -25 °C)
Mooi samen met
- Wilde marjolein: Lage, roze bijenplant voor dezelfde zonnige, droge plek.
- Kattenkruid: Blauwe wolken aan de voet, die even lang bloeien.
- Slangenkruid: Blauwe aren op droge grond, ook een topper voor bijen.
- Grote centaurie: Purperen bloemhoofdjes in dezelfde zomer, op dezelfde kalkrijke grond.
- Margriet: Witte bloemen in juni als fris contrast met het paarsroze.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een groot kaasjeskruid?
Planten in april–mei en september.
- Zaai binnen in maart–april in kleine potjes, één of twee zaden per pot, en plant ze uit in april–mei.
- Of zaai buiten in april–mei ter plaatse en dun later uit tot 50–60 cm.
- Plant gekochte planten in april–mei of in september.
- Graaf een plantgat iets groter dan de pot, zet de plant even diep als in de pot en beschadig de penwortel niet.
- Druk aan en geef flink water. Daarna alleen water geven bij langdurige droogte.
- Mest of compost is niet nodig; op arme grond blijft hij steviger.
Verzorgen
- Water
- Na het planten een paar weken vochtig houden. Daarna verdraagt hij droogte goed.
- Bemesten
- Niet nodig. Op rijke grond wordt hij groot en slap en valt hij om.
- Uitgebloeide bloemen
- Knip uitgebloeide stengels geregeld weg voor een langere bloei, maar laat er in de nazomer een paar zaad zetten.
- Steun
- Op een winderige plek een paar takken of stokken rond de plant zetten, of hem tussen stevige buren planten.
- Oogsten
- Pluk jong blad en bloemen van planten die niet bespoten zijn en niet langs een drukke weg staan.
Tip: Laat hem uitzaaien: de plant leeft kort, maar zo heb je altijd jonge exemplaren die tot in oktober bloeien. Jong blad en bloemen zijn eetbaar; pluk ze van onbespoten planten.
Wanneer snoei je een groot kaasjeskruid?
Snoeimaanden: maart en juli.
Wanneer: In juli, als de plant uit elkaar valt, met een derde terugknippen. Eind februari–maart de oude stengels opruimen.
Hoe:
- Knip in juli lange, uitgezakte stengels met een derde terug, net boven een blad: er komen nieuwe bloeitakken.
- Knip stengels met roestvlekken helemaal weg en gooi ze bij het restafval.
- Snijd in maart de oude stengels terug tot net boven de bladrozet aan de voet.
Let op: Snoei niet te laat in de herfst tot op de grond: de plant overwintert met een bladrozet aan de voet, die je best laat staan.
Vermeerderen
- Zaaien
- Binnen in maart–april in potjes bij kamertemperatuur; het zaad kiemt in één tot drie weken. Buiten in april–mei ter plaatse. ‘Zebrina’ komt meestal goed uit zaad.
- Zelf uitzaaien
- Laat in de nazomer een paar stengels zaad zetten. Verplant zaailingen jong, met een flinke kluit, vanwege de penwortel.
- Stekken
- In april–mei: neem stekken van jonge scheuten aan de voet en laat ze wortelen in een zanderig stekmengsel. Zo houd je rassen als ‘Primley Blue’ zuiver.
Hoe komt een groot kaasjeskruid de winter door?
Winterhard tot −25 °C.
- Winterhard tot ongeveer −25 °C: in België is meestal geen bescherming nodig.
- Natte, zware grond in de winter is gevaarlijker dan vorst. Na een natte winter valt een oude plant soms weg.
- Hij is kortlevend: houd elk jaar een paar zaailingen aan als opvolgers.
Ziektes en plagen
- Malvaroest: Oranjebruine puistjes onder het blad en gele vlekken erboven, vooral in de nazomer. Haal aangetast blad weg, geef de plant ruimte en laat jonge zaailingen de oude planten vervangen.
- Slakken: Vreten aan zaailingen en jonge planten in het voorjaar. ’s Avonds rapen of jonge planten beschermen met een ruwe laag.
- Omvallen: Op rijke grond of in de schaduw vallen de stengels uit elkaar. Niet bemesten, in de zon zetten en in juli terugknippen.
- Korte levensduur: Na twee à drie jaar verdwijnt de plant. Dat is normaal; laat zaad rijpen of zaai bij.
Het jaar rond
- Maart: Oude stengels opruimen. Binnen zaaien in potjes.
- April: Buiten zaaien. Planten uitplanten.
- Mei: Buiten zaaien en planten. Slakken weren.
- Juni: Begin van de bloei. Jong blad en bloemen plukken.
- Juli: Uitgezakte stengels met een derde terugknippen.
- Augustus: Bloei. Letten op roest.
- September: Planten. Een paar stengels zaad laten zetten.
- Oktober: Laatste bloemen. Zaailingen laten staan als opvolgers.
Gebruiken
Eetbaar en bruikbaar
- Bloemen (juni–oktober)
- Pluk de roze-paarse bloemen met donkere strepen van juni tot oktober. Ze smaken mild en zijn mooi in salade; gedroogd geven ze een thee die blauw kleurt en roze wordt met een scheutje citroensap.
- Blad (april–september)
- Pluk de jonge, zachte blaadjes van april tot september. Ze zijn mild en wat slijmerig (zoals okra) en binden soep en stoofpotten; rauw in een salade of gekookt als spinazie. De groene zaaddoosjes, de ‘kaasjes’, zijn ook eetbaar.
- Bewaring
- Droog bloemen en blad in een dunne laag op een rooster, op een luchtige, donkere plek, en bewaar ze in een gesloten pot, tot een jaar. Vers blad blijft een paar dagen goed in de koelkast.
Let op: Kaasjeskruid is veilig in gewone hoeveelheden. Pluk niet langs wegen of op sterk bemeste grond: de plant stapelt dan nitraat op. Het blad krijgt vaak roest (oranje puistjes): pluk enkel gezonde blaadjes.
Eten en gebruiken doe je op eigen risico: zie de gebruiksvoorwaarden.
Recepten
- Blauwe malvathee (Thee · 1 theepot (± 500 ml) · 10 min)
- Soep met malvablad (Gerecht · 4 personen · 30 min)
Goed voor dieren
- Bijen
- Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
- Vlinders
- Nectar voor dagvlinders.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De naam kaasjeskruid komt van de platte, ronde vruchtjes, die op kleine kaasjes lijken.
- De kleur mauve dankt haar naam aan het Franse woord voor kaasjeskruid, mauve.
- Hij is familie van de stokroos, de hibiscus en de katoenplant, wat je goed aan de bloemvorm ziet.