Akkermelkdistel (Sonchus arvensis)

Foto: Wikimedia Commons, Public domain · bron

Kruidachtige plant · Composietenfamilie (Asteraceae)

Akkermelkdistel

Sonchus arvensis

In andere talen: Laiteron des champs (Français) · Perennial sow-thistle (English)

Komt in België in het wild voor.

De akkermelkdistel is een overblijvend kruid van 60–150 cm uit de composietenfamilie, met grote, goudgele bloemhoofdjes die aan een paardenbloem doen denken. Hij groeit op akkers, in bermen, langs slootkanten, op dijken en braakliggende grond, en aan de kust ook langs de rand van kwelders. In België is hij algemeen, vooral op voedselrijke klei en leem. Je herkent hem aan de hoge, holle stengel met wit melksap, de stengelomvattende bladeren met zachte stekeltjes langs de rand en de hoofdjes van 3–5 cm, waarvan het omwindsel vaak bezet is met gele klierharen. Voor boeren is hij een hardnekkig akkeronkruid door zijn kruipende wortels, maar in de nazomer is hij een rijke bron van stuifmeel en nectar, en zijn zaad is voer voor putters.

  • Licht

    Volle zon

    warm en licht

  • Vocht

    Normaal tot nat

    mag niet uitdrogen

  • Winterhard

    Volledig winterhard

    tot -30 °C

  • Grootte

    1 m

    hoog, 0,5 m breed

  • Bloei

    juli–oktober

Feiten op een rij
Snoeimaandenmaart en augustus–september
Hoogte1 m
Inheems in BelgiëJa
Bloeijuli–oktober

Herkennen

Zo herken je hem

Groeivorm
Overblijvend kruid van 60–150 cm, rechtop, met holle, weinig vertakte stengels die bovenaan een losse tuil hoofdjes dragen. Bij beschadiging komt er wit melksap uit. Vormt via kruipende wortels vaak groepen.
Blad
Lang en lancetvormig, ondiep tot diep veerspletig, glanzend groen, met een rand vol fijne, zachte stekeltjes. De stengelbladeren omvatten de stengel met twee afgeronde oortjes.
Bloem
Goudgele hoofdjes van 3–5 cm met alleen lintbloemen, van juli tot oktober. Omwindsel en bloemsteeltjes zijn vaak bezet met gele klierharen. De hoofdjes zijn vooral ’s ochtends open.
Vrucht/Zaad
Bruine, gerimpelde nootjes met een wit, zacht pluis dat ver met de wind meewaait.
Wortels
Lange, horizontale, brosse wortels waaruit op veel plaatsen nieuwe scheuten opkomen. Elk stukje wortel kan uitgroeien tot een nieuwe plant.
Verwarring met
Gewone en gekroesde melkdistel zijn eenjarig, hebben geen kruipende wortels en kleinere, lichtgele hoofdjes van 2–2,5 cm. Paardenbloem heeft geen bebladerde stengel. Akkerdistel heeft paarse hoofdjes en harde stekels.

Bloei: juli–oktober · Snoeien: maart en augustus–september

In je tuin

Waarom in je tuin?

  • Bloeit laat, van juli tot oktober, als er weinig andere grote gele bloemen meer zijn: stuifmeel en nectar voor wilde bijen, hommels en zweefvliegen.
  • Het pluizige zaad wordt in de nazomer gegeten door putters en andere vinken.
  • Op de stengels zitten in de zomer vaak bladluizen: een feestmaal voor lieveheersbeestjes, zweefvlieglarven en mezen.
  • De bladeren zijn voedsel voor rupsen van enkele nachtvlinders.
  • Jonge blaadjes werden vroeger als groente gegeten, rauw of gekookt; ze smaken wat bitter.
  • Een eerlijke graadmeter: waar hij massaal staat, is de grond voedselrijk en vaak verstoord.

Waar staat een akkermelkdistel graag?

  • In het wild op akkers, braakland, bermen, dijken, slootkanten, ruigten en aan de kust langs de rand van kwelders.
  • Volle zon tot lichte halfschaduw.
  • Voedselrijke, vochtige tot vrij droge grond: klei, leem of zandige leem; hij verdraagt wat zout.
  • In de tuin: alleen op een plek waar zijn kruipende wortels niet storen, zoals een ruige hoek of een wilde berm die je rondom maait.

Mooi samen met

  • Boerenwormkruid: Gele knoopjes in dezelfde zonnige ruigte en in dezelfde nazomer.
  • Wilde cichorei: Hemelsblauwe hoofdjes naast het goudgeel, ook op voedselrijke bermen.
  • Grote kaardebol: Nog meer zaad voor putters in de herfst en de winter.
  • Wilde peen: Witte schermen voor zweefvliegen in dezelfde berm.
  • Moerasspirea: Op een vochtige plek: romige, geurende pluimen in de zomer.

Onderhoud

Hoe en wanneer plant je een akkermelkdistel?

  1. Meestal hoef je niets te doen: akkermelkdistel komt vanzelf op open, voedselrijke grond, via zaad of wortelstukjes.
  2. Wil je hem bewust in een ruige hoek, zaai dan zaad van inheemse herkomst in september–oktober of in maart–april, ter plaatse op open grond.
  3. Strooi dun, druk het zaad aan en bedek het hooguit met een heel dun laagje grond. Hou de grond vochtig tot de kieming.
  4. Geef de planten 40–50 cm ruimte en kies een plek die je rondom kunt maaien, zodat de wortels niet in je borders kruipen.
  5. Breng nooit grond met wortelstukjes naar een moestuin of border: elk stukje kan uitlopen.
  6. Graaf nooit planten uit in de natuur; zaad koop je bij een zadenhandel voor inheemse planten.

Verzorgen

Water
Niet nodig: de diepe wortels halen genoeg water.
Bemesten
Niet nodig. Op voedselrijke grond groeit hij al uitbundig; mest maakt hem alleen nog sterker.
Woekeren
De kruipende wortels breiden zich elk jaar uit. Steek of trek nieuwe scheuten telkens weg zodra ze een paar bladeren hebben: zo raken de wortels op den duur uitgeput.
Moestuin
Wied met een spitvork en trek de wortels zo heel mogelijk uit. Frees of spit niet: dan hak je de wortels in stukjes die allemaal uitlopen.
Zaad laten vallen
Laat in een ruige hoek een paar planten afrijpen voor de putters, en knip de rest af voor het pluis vrijkomt.

Tip: Wil je hem kwijt uit de moestuin, frees dan nooit, maar steek de scheuten telkens weg zodra ze verschijnen. Volhouden loont: zo raken de wortels op den duur uitgeput.

Snoeien en maaien

Snoeimaanden: maart en augustus–september.

Wanneer: In augustus–september de uitgebloeide stengels afknippen voor het zaad rijp is; de laatste stengels in maart.

Hoe:

  • Knip de bloeistengels af als de meeste hoofdjes uitgebloeid zijn, voor het pluis vrijkomt, als je geen zaailingen wilt.
  • Laat een paar stengels staan voor de vogels en knip ze pas in maart af.
  • Laat holle stengels in de winter staan: kleine insecten kruipen erin weg.
  • Een ruige berm of hoek maai je één keer per jaar, in september, en je voert het maaisel af.

Let op: Frees of spit niet op een plek met akkermelkdistel: elk stukje wortel wordt een nieuwe plant.

Snoeien: wanneer en hoe · Snoeikalender en basisregels

Vermeerderen

Zaad
Rijpt vanaf augustus en waait met het pluis mee. Zaai in de herfst of het voorjaar ter plaatse op open grond.
Wortelstukken
Een stukje wortel van enkele centimeters loopt in het voorjaar makkelijk uit. Zo verspreidt de plant zich ook bij spitten en frezen.

Hoe komt een akkermelkdistel de winter door?

Winterhard tot −30 °C.

  • De bovengrondse delen sterven in de herfst af; de plant overwintert met zijn wortels in de grond.
  • Een paar dorre stengels die blijven staan, bieden kleine insecten een schuilplaats.
  • Volledig winterhard, ook in strenge winters.
  • In april–mei komen nieuwe scheuten op uit de wortels, vaak op een rij langs de horizontale wortels.

Ziektes en plagen

  • Woekeren: In een moestuin of border kan hij snel een grote plek innemen. Steek scheuten telkens weg en frees niet.
  • Uitzaaien: Het pluis waait ver. Knip de bloeistengels af voor het zaad rijp is.
  • Bladluis: In de zomer zitten de toppen vaak vol bladluizen. Laat ze voor de lieveheersbeestjes; de plant heeft er weinig last van.
  • Meeldauw: Wit poeder op het blad in droge nazomers. Onschuldig; knip zwaar aangetaste stengels weg.

Het jaar rond

  • Maart: Oude stengels afknippen. In de moestuin de eerste scheuten uitsteken.
  • April: Nieuwe scheuten verschijnen uit de wortels. Zaaien kan nog.
  • Mei: De scheuten groeien snel; in de moestuin wekelijks wegnemen.
  • Juni: De bloeistengels schieten omhoog.
  • Juli: Begin van de bloei; ’s ochtends komen wilde bijen en zweefvliegen op de hoofdjes af.
  • Augustus: Volle bloei. Uitgebloeide stengels afknippen als je geen zaad wilt.
  • September: Bloei en zaadrijping; putters komen eten. Ruige hoek maaien. Zaaien kan.
  • Oktober: Laatste hoofdjes. Een paar stengels laten staan.
  • November: De plant sterft bovengronds af en rust in de grond.

Jij en deze soort

Wist je dat?

  • Melkdistels zijn geen echte distels: ze zijn familie van paardenbloem en sla, met wit melksap en zachte stekeltjes in plaats van harde doornen.
  • De hoofdjes gaan ’s ochtends open en sluiten vaak al in de loop van de namiddag; op een grijze dag blijven ze soms dicht.
  • De Engelse naam sow-thistle betekent ‘zeugendistel’: volgens de overlevering aten varkens de plant graag.

Meer soorten uit Europa · Alle soorten

Laden…