
Foto: Rasbak at Dutch Wikipedia., CC BY-SA 3.0 · bron
Kruidachtige plant · Composietenfamilie (Asteraceae)
Gewone melkdistel
Sonchus oleraceus
In andere talen: Laiteron potager (Français) · Smooth sow-thistle (English)
Komt in België in het wild voor.
De gewone melkdistel is een een- tot tweejarig kruid van 20–100 cm en een van de meest algemene wilde planten van moestuinen, akkers, bermen, braakland en stoepranden in België. Hij komt op bijna elke open, voedselrijke plek op, ook tussen tegels en aan de voet van muren. Je herkent hem aan de holle stengel met wit melksap, de zachte, kale, dof groene bladeren met een grote driehoekige eindslip en spitse oortjes rond de stengel, en de lichtgele hoofdjes van 2–2,5 cm. Hij bloeit van mei tot in oktober en het witte pluis waait overal naartoe. Het blad werd vroeger als groente gegeten, en konijnen, cavia’s en kippen zijn er dol op.
Licht
Zon of halfschaduw
liefst wat zon
Vocht
Normaal
geen natte voeten
Winterhard
tot -15 °C
jonge planten beschermen
Grootte
0,6 m
hoog, 0,3 m breed
Bloei
mei–oktober
| Snoeimaanden | juli–september |
|---|---|
| Hoogte | 0,6 m |
| Inheems in België | Ja |
| Bloei | mei–oktober |
Herkennen
Zo herken je hem
- Groeivorm
- Eenjarig of overwinterend kruid van 20–100 cm, rechtop, met een holle, vaak paars aangelopen stengel die bij beschadiging wit melksap geeft. Bovenaan vertakt met een tuil hoofdjes.
- Blad
- Zacht, kaal, dof groen tot blauwgroen, veerspletig met een grote, driehoekige eindslip, soms bijna onverdeeld. De rand is fijn getand met zachte tandjes die niet prikken. De bladvoet omvat de stengel met spitse, naar achteren gerichte oortjes.
- Bloem
- Lichtgele hoofdjes van 2–2,5 cm met alleen lintbloemen, vaak in trosjes bij elkaar, van mei tot oktober.
- Vrucht/Zaad
- Bruine, platte, overdwars gerimpelde nootjes met een wit pluis; het hoofdje opent zich tot een pluisbolletje, kleiner dan bij paardenbloem.
- Wortels
- Een korte penwortel; de plant laat zich makkelijk uittrekken.
- Verwarring met
- Gekroesde melkdistel heeft glanzende, stijvere, prikkende bladeren met afgeronde, gekrulde oortjes en gladde nootjes. Akkermelkdistel is overblijvend, met kruipende wortels en grotere, goudgele hoofdjes. Kompassla heeft een rij stekels onder op de middennerf.
Bloei: mei–oktober · Snoeien: juli–september
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Bloeit maandenlang, van mei tot oktober: stuifmeel en nectar voor zweefvliegen, wilde bijen en hommels.
- Het zaad is geliefd bij putters, die je in de nazomer aan de pluizige hoofdjes ziet hangen.
- Een geliefd voer voor konijnen, cavia’s en kippen: geef het hun in plaats van het op de composthoop te gooien.
- Jonge bladeren zijn eetbaar en werden in Europa al eeuwenlang als groente gegeten.
- Bladluizen op de toppen zijn voer voor lieveheersbeestjes en larven van zweefvliegen, die daarna ook je moestuin helpen.
Waar staat een gewone melkdistel graag?
- In het wild op akkers, in moestuinen, bermen, braakland, bouwterreinen, stoepranden en muurvoeten: overal waar de grond open en voedselrijk is.
- Zon tot halfschaduw.
- Voedselrijke, matig vochtige grond; hij verdraagt ook droge, stenige plekjes.
- In de tuin: komt vanzelf in de moestuin, tussen tegels of in een border; laat er een paar staan in een wilde hoek.
Mooi samen met
- Grote klaproos: Rood naast het lichtgeel op een open, zonnige plek.
- Korenbloem: Blauwe bloemen in een zelfgezaaide akkerrand.
- Echte kamille: Witte margrietjes met een geel hart in dezelfde open grond.
- Vogelmuur: Nog een kruid voor kippen en konijnen dat vanzelf komt.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een gewone melkdistel?
- Zaaien is zelden nodig: gewone melkdistel verschijnt vanzelf, want het pluis waait overal naartoe.
- Wil je hem als groente of als voer voor je dieren, zaai dan zaad van inheemse herkomst van maart tot mei of in september, dun en ter plaatse op losse grond.
- Bedek het zaad nauwelijks en hou de grond vochtig tot de kieming.
- Dun uit tot 20–30 cm tussen de planten.
- Oogst jonge bladeren voor de bloei en pluk alleen op schone plekken, niet langs drukke wegen of waar honden komen.
- Graaf nooit planten uit in natuurgebieden; zaailingen uit je eigen tuin volstaan.
Verzorgen
- Water
- Niet nodig. Wil je zacht blad oogsten, geef dan water bij droogte.
- Bemesten
- Niet nodig.
- Wieden
- Trek ongewenste planten uit voor de bloei, en zeker voor het pluis rijp is. Dat gaat makkelijk door de korte wortel.
- Zaad laten vallen
- Laat een paar planten in een wilde hoek afrijpen voor de putters.
- Oogsten
- Pluk de jongste bladeren van planten die nog niet bloeien; oudere bladeren worden taai en bitter. Gebruik ze rauw in een gemengde sla of kort gestoofd zoals spinazie.
Tip: Gooi de melkdistels uit je moestuin niet zomaar weg: geef ze aan je konijnen of kippen, of eet de jongste blaadjes zelf in een gemengde sla.
Snoeien en maaien
Snoeimaanden: juli–september.
Wanneer: Geen echte snoei: het is een eenjarige plant. Van juli tot september trek of knip je planten weg voor het pluis rijp is, als je geen zaailingen wilt.
Hoe:
- Trek uitgebloeide planten met wortel en al uit, liefst voor de pluisbolletjes opengaan.
- Laat een paar planten afrijpen voor de vogels.
- Planten zonder rijp zaad mogen op de composthoop; planten met pluis beter niet.
- Laat in de herfst een paar dorre stengels staan in een wilde hoek.
Vermeerderen
- Zaad
- Het pluis rijpt een paar weken na de bloei en waait met de wind mee. Er kunnen meerdere generaties per jaar zijn; zaaien kan van maart tot september.
Hoe komt een gewone melkdistel de winter door?
Winterhard tot −15 °C: jonge planten beschermen.
- Planten die in de nazomer kiemen, overwinteren als rozet en bloeien vroeg in het volgende jaar.
- Matige vorst verdraagt hij; bij strenge vorst sterven de planten, maar het zaad in de grond overleeft.
- Vogels eten in de herfst nog het laatste zaad uit de hoofdjes.
Ziektes en plagen
- Bladluis: De toppen zitten vaak vol bladluizen. Laat ze voor lieveheersbeestjes en zweefvliegen, of trek zwaar bezette planten in de moestuin uit.
- Meeldauw: Wit poeder op de bladeren in de nazomer. Onschuldig voor de plant, maar pluk dan geen blad meer om te eten.
- Uitzaaien: Het pluis waait overal naartoe. Wied jonge planten of laat ze geen zaad zetten.
- Bitter blad: Oudere bladeren en bloeiende planten smaken bitter. Oogst jong, of kook kort en giet het kookwater af.
Het jaar rond
- Maart: Overwinterde rozetten groeien weer; eerste zaailingen.
- April: Zaaien als groente of dierenvoer. Jonge bladeren plukken.
- Mei: Eerste bloei. Jonge bladeren oogsten van planten die nog niet bloeien.
- Juni: Bloei; zweefvliegen en bijen op de hoofdjes.
- Juli: Bloei en eerste pluis. Uittrekken voor het zaad rijp is, als je geen zaailingen wilt.
- Augustus: Putters eten van de pluizige hoofdjes. Uittrekken kan.
- September: Nog bloei. Zaaien voor overwinterende rozetten.
- Oktober: Laatste bloemen; de planten sterven bij de eerste strenge vorst.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Oleraceus is Latijn voor ‘als groente gebruikt’: de plant werd in grote delen van Europa al eeuwenlang gegeten.
- Gewone melkdistel is intussen over bijna de hele wereld verspreid: hij reisde mee met zaaigoed en grond.
- In Nieuw-Zeeland wordt melkdistel nog altijd als groente gegeten, onder de Maori-naam pūhā.