
Foto: Wikimedia Commons, CC BY-SA 3.0 · bron
Kruidachtige plant · Kruisbloemenfamilie (Brassicaceae)
Witte krodde
Thlaspi arvense
In andere talen: Tabouret des champs (Français) · Field penny-cress (English)
Komt in België in het wild voor.
Witte krodde is een eenjarig kruid van 10–60 cm uit de kruisbloemenfamilie, met kleine witte bloempjes en opvallend grote, ronde, platte vruchtjes die als muntjes langs de stengel staan. Het groeit op akkers, in moestuinen, op braakland en langs wegen, vooral op voedselrijke leem- en kleigrond. In België is het vrij algemeen, het meest in de leem- en kleistreken. Je herkent het aan de kale, lichtgroene plant met pijlvormige stengelbladeren die de stengel omvatten, en aan de vruchtjes van 1–1,8 cm met een brede vleugelrand en een diepe inkeping bovenaan. Gekneusd ruikt de plant duidelijk naar knoflook. Voor zaadetende akkervogels is het een welkome voedselbron.
Let op: Giftig voor vee in grote hoeveelheden: zaad en plant bevatten scherpe mosterdolieverbindingen. Vee dat veel zaad of planten eet, bijvoorbeeld via hooi of voer, kan maag- en darmklachten krijgen, en melk van koeien krijgt een knoflooksmaak. Hou het uit hooi en voer voor vee.
Licht
Volle zon
warm en licht
Vocht
Normaal
geen natte voeten
Winterhard
Volledig winterhard
tot -20 °C
Grootte
0,3 m
hoog, 0,2 m breed
Bloei
april–augustus
| Hoogte | 0,3 m |
|---|---|
| Inheems in België | Ja |
| Bloei | april–augustus |
Herkennen
Zo herken je hem
- Groeivorm
- Eenjarig, kaal, lichtgroen kruid van 10–60 cm, met een rechte, bovenaan vertakte stengel. Kiemt in de herfst of het voorjaar.
- Blad
- Onderste bladeren kort gesteeld en vroeg verdwenen; stengelbladeren langwerpig, gaaf of grof getand, met twee pijlvormige oortjes rond de stengel. Ruikt bij kneuzen naar knoflook.
- Bloem
- Klein, 4–6 mm, wit, met vier kroonbladen, in trosjes aan de top van de stengels. Bloeit vooral van april tot augustus.
- Vrucht/Zaad
- Platte, ronde hauwtjes van 1–1,8 cm met een brede vleugelrand en een diepe inkeping bovenaan; eerst groen, rijp strogeel. Ze bevatten donkerbruine zaadjes met fijne, concentrische ribbeltjes.
- Wortels
- Een dunne penwortel; de plant laat zich makkelijk uittrekken.
- Verwarring met
- Veldkruidkers is grijs behaard en heeft veel kleinere vruchtjes. Herderstasje heeft driehoekige, hartvormige vruchtjes en een rozet van ingesneden bladeren. Witte krodde herken je meteen aan de grote, ronde ‘muntjes’ en de knoflookgeur.
Bloei: april–augustus
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Bloeit al vanaf april en geeft dan nectar en stuifmeel aan zweefvliegen, vliegjes en kleine bijen.
- Elke plant maakt veel zaad: voedsel voor zaadetende akkervogels zoals vinken en mussen.
- De muntvormige vruchtjes zijn decoratief, ook in een veldboeketje.
- Een kenmerkende plant van de oude akkerflora, die laat zien hoe rijk akkers vroeger bloeiden.
- Een akkerplant met toekomst: onderzoekers veredelen witte krodde tot een nieuw oliegewas dat in de winter de grond bedekt.
Waar staat een witte krodde graag?
- In het wild op akkers, in moestuinen, op braakland, ruderale plekken, bermen en langs spoorwegen.
- Volle zon; open, bewerkte grond.
- Voedselrijke, matig vochtige leem- of kleigrond, ook kalkhoudend.
- In de tuin: in een akkerbloemenrand, een moestuin of op een zonnig stukje grond dat je jaarlijks licht bewerkt.
Mooi samen met
- Grote klaproos: Rood naast het wit, op dezelfde rijke akkergrond.
- Korenbloem: Blauwe bloemen in een akkerbloemenrand.
- Echte kamille: Witte margrietjes met een geel hart, ook een akkerplant.
- Akkerviooltje: Laag en lichtgeel, in dezelfde open grond.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een witte krodde?
- Meestal komt witte krodde vanzelf op bewerkte, rijke grond; het zaad blijft jaren kiemkrachtig in de bodem.
- Wil je het zaaien, gebruik dan zaad van inheemse herkomst en zaai in september–oktober of in maart–april ter plaatse.
- Strooi dun op losgemaakte grond, hark licht in en druk aan.
- Dun uit tot 10–20 cm tussen de planten.
- Hou de grond vochtig tot de kieming.
- Graaf nooit planten uit in natuurgebieden of op akkers van anderen.
Verzorgen
- Water
- Niet nodig.
- Bemesten
- Niet nodig; op rijke grond groeit het al goed.
- Wieden
- In de moestuin of tussen gewassen trek of schoffel je jonge planten weg voor de bloei; de wortels zijn ondiep.
- Zaad laten vallen
- Laat een paar planten afrijpen voor de vogels en voor een nieuwe generatie; elke plant maakt veel zaad.
- Grond bewerken
- Als akkerplant heeft het open grond nodig: woel de akkerrand elk jaar licht om.
Tip: Pluk een paar stengels met groene, ronde vruchtjes voor een veldboeketje: de ‘muntjes’ blijven lang mooi. Kneus de bladeren niet, anders ruikt je boeket naar knoflook.
Snoeien en maaien
Wanneer: Niet nodig: het is een eenjarige plant die na de zaadzetting afsterft.
Hoe:
- Trek planten uit voor de vruchtjes strogeel worden als je geen zaailingen wilt.
- Laat een paar planten staan tot de vogels het zaad hebben gegeten.
- Afgestorven planten mogen op de composthoop, zolang er geen rijp zaad meer aan zit.
Vermeerderen
- Zaad
- De hauwtjes rijpen van juni tot september. Pluk ze als ze strogeel zijn, laat ze nadrogen en zaai in de herfst of het voorjaar.
Hoe komt een witte krodde de winter door?
Winterhard tot −20 °C.
- Planten die in de herfst kiemen, overwinteren als kleine rozet en bloeien vroeg in het voorjaar.
- De rozetten zijn goed winterhard.
- Het zaad blijft vele jaren kiemkrachtig in de grond en kiemt zodra je de grond bewerkt.
Ziektes en plagen
- Uitzaaien: Eén plant maakt veel zaad dat jaren in de grond blijft. Wied voor de vruchtjes rijp zijn.
- Aardvlooien: Kleine gaatjes in het blad door aardvlooien. Onschuldig voor een wilde plant.
- Koolziekten: Als kruisbloemige kan het ziekten van koolgewassen, zoals knolvoet, mee in stand houden. Wied het weg in een moestuin met kool.
- Knoflooksmaak in melk: Koeien die het eten, geven melk met een knoflooksmaak. Hou het uit graslanden en hooi voor melkvee.
Het jaar rond
- Maart: Overwinterde rozetten groeien; zaailingen verschijnen op bewerkte grond. Zaaien kan.
- April: Eerste witte bloempjes.
- Mei: Bloei en eerste groene ‘muntjes’.
- Juni: Vruchtjes worden strogeel; in de moestuin wieden voor ze rijp zijn.
- Juli: Zaad rijpt. Een paar planten laten staan voor de vogels.
- Augustus: Laatste bloei; de planten sterven af.
- September: Zaaien voor overwinterende planten. Grond licht bewerken.
- Oktober: Herfstkiemers vormen kleine rozetten.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De Engelse naam penny-cress verwijst naar de ronde vruchtjes, die op muntjes lijken.
- In Noord-Amerika, waar het is ingevoerd, wordt witte krodde veredeld tot een nieuw oliegewas dat in de winter tussen andere teelten kan groeien.
- Thlaspi komt van een Grieks woord voor platdrukken, naar de platte vruchtjes.