Liggende klaver (Trifolium campestre)

Foto: Bernd Haynold, CC BY-SA 3.0 · bron

Kruidachtige plant · Vlinderbloemenfamilie (Fabaceae)

Liggende klaver

Trifolium campestre

In andere talen: Trèfle champêtre (Français) · Hop trefoil (English)

Komt in België in het wild voor.

Liggende klaver is een eenjarig klavertje van 10–30 cm met kleine, bolle, gele bloemhoofdjes die na de bloei lichtbruin worden en dan op piepkleine hopbellen lijken. Het groeit in droge graslanden, schrale bermen, duinen, op dijken, spoorwegtaluds en in schrale gazons, op zandige, grindrijke of kalkhoudende grond. In België is het vrij algemeen op droge, zonnige plekken, maar het verdwijnt waar de grond bemest wordt. Je herkent het aan de drietallige blaadjes waarvan het middelste blaadje op een duidelijk langer steeltje staat, en aan de hoofdjes van 20–40 kleine gele bloempjes met een breed, gegroefd vlagje. Bijen en hommels bezoeken het graag, en zoals alle klavers bindt het stikstof uit de lucht.

  • Licht

    Volle zon

    warm en licht

  • Vocht

    Droog

    verdraagt droogte

  • Winterhard

    Volledig winterhard

    tot -20 °C

  • Grootte

    0,2 m

    hoog, 0,25 m breed

  • Bloei

    mei–september

Feiten op een rij
Snoeimaandenjuli en september
Hoogte0,2 m
Inheems in BelgiëJa
Bloeimei–september

Herkennen

Zo herken je hem

Groeivorm
Eenjarig, liggend tot opstijgend, vertakt kruidje van 10–30 cm, licht behaard.
Blad
Drietallig; de deelblaadjes zijn omgekeerd eirond, 5–10 mm, aan de top fijn getand. Het middelste blaadje staat op een duidelijk langer steeltje. Eivormige steunblaadjes.
Bloem
Bolle hoofdjes van 1–1,5 cm met 20–40 lichtgele tot goudgele bloempjes; de vlag is breed en overlangs gegroefd. Bloeit van mei tot september.
Vrucht/Zaad
Na de bloei worden de bloempjes lichtbruin en vouwen ze over het kleine peultje met één zaadje: het hoofdje lijkt dan op een mini-hopbel.
Wortels
Een dunne penwortel met stikstofbindende knolletjes.
Verwarring met
Kleine klaver heeft kleinere hoofdjes met 3–15 bloempjes en een vlag zonder groeven. Hopklaver heeft een piepklein stekelpuntje aan de top van de deelblaadjes en zwarte, niervormige peultjes. Gouden klaver is groter en heeft alle deelblaadjes zittend.

Bloei: mei–september · Snoeien: juli en september

In je tuin

Waarom in je tuin?

  • Bloeit van mei tot september: kleine bijen, hommels en zweefvliegen halen er nectar en stuifmeel.
  • Een fijn plantje voor een schraal, bloemrijk gazon of een droge berm, waar het niet hoger wordt dan 10–30 cm.
  • Als vlinderbloemige bindt het stikstof via knolletjes aan de wortels.
  • De lichtbruine, hopvormige hoofdjes na de bloei maken het een boeiend plantje om te leren kennen.
  • Hoort bij de kenmerkende flora van droge, onbemeste graslanden en dijken.

Waar staat een liggende klaver graag?

  • In het wild in droge graslanden, schrale bermen, duinen, op dijken, spoorwegtaluds, zandige akkerranden en in schrale gazons.
  • Volle zon.
  • Droge tot matig droge, voedselarme grond: zand, grind of kalkhoudende grond; geen zware, natte klei.
  • In de tuin: in een schraal bloemengazon, een zand- of grindtuin of een zonnige berm die je weinig maait.

Mooi samen met

  • Kleine klaver: Nog een geel klavertje in hetzelfde schrale gazon.
  • Gewone rolklaver: Grotere gele bloemen en waardplant voor het icarusblauwtje.
  • Margriet: Witte bloemen in een droge bloemenweide.
  • Kleine pimpernel: Fijn blad en rode bolletjes op kalkhoudende grond.
  • Muizenoor: Lage, lichtgele hoofdjes in een schraal gazon.

Onderhoud

Hoe en wanneer plant je een liggende klaver?

  1. Koop zaad van inheemse herkomst bij een zadenhandel voor inheemse planten, apart of in een mengsel voor schrale bloemenweides.
  2. Zaai in september–oktober of in maart–april ter plaatse, op open, schrale grond.
  3. Strooi dun, druk het zaad aan en bedek het nauwelijks.
  4. Hou de grond vochtig tot de kieming.
  5. In een bestaand gazon: hark kale plekjes open en zaai daar.
  6. Graaf nooit planten uit in de natuur.

Verzorgen

Water
Niet nodig.
Bemesten
Niet doen: met mest wint het gras en verdwijnt de klaver.
Maaien
Maai een schraal gazon of berm niet te kort, op 6–8 cm, en laat het in de zomer een paar weken bloeien en zaad zetten voor je opnieuw maait.
Zaad laten vallen
Als eenjarige moet het elk jaar zaad zetten. Maai pas als de bruine hoofdjes droog zijn.
Open plekken
Een paar kale plekjes in de grasmat helpen het zaad kiemen.

Tip: Wil je liggende klaver in je gazon, maai dan in juni en juli een paar weken niet: zo kan het bloeien én zaad zetten, en komt het het jaar erna terug.

Snoeien en maaien

Snoeimaanden: juli en september.

Wanneer: Geen echte snoei. Een droge berm of bloemenweide maai je in juli, na de eerste zaadzetting, en opnieuw in september.

Hoe:

  • Maai pas als een groot deel van de hoofdjes bruin en droog is, zodat het zaad kan vallen.
  • Laat het maaisel een paar dagen liggen, zodat de laatste zaadjes eruit vallen, en voer het dan af.
  • In een gazon: zet de maaier hoog en sla in de zomer een paar maaibeurten over.

Snoeien: wanneer en hoe · Snoeikalender en basisregels

Vermeerderen

Zaad
Rijpt van juni tot september. Pluk droge, bruine hoofdjes, wrijf ze uit en zaai meteen of in het voorjaar.

Hoe komt een liggende klaver de winter door?

Winterhard tot −20 °C.

  • Het sterft na de zaadzetting af; herfstkiemers overwinteren als klein rozetje.
  • Het zaad overwintert in de grond.
  • De rozetjes zijn goed bestand tegen vorst, maar niet tegen langdurig natte grond.

Ziektes en plagen

  • Verdringing: In rijk, dicht gras verdwijnt het. Maai en voer af, en bemest niet.
  • Te kort maaien: Wordt een gazon wekelijks kort gemaaid, dan zet het nauwelijks zaad. Maai hoger of minder vaak.
  • Droogte bij kieming: Kiemt slecht in een droge lente. Zaai liefst in de herfst.
  • Slakken: In een nat voorjaar eten slakken soms de zaailingen. Zaai wat ruimer.

Het jaar rond

  • Maart: Zaaien op kale plekjes; herfstkiemers groeien.
  • Mei: Eerste gele hoofdjes.
  • Juni: Volle bloei; bijen en hommels in het gazon.
  • Juli: De eerste hoofdjes worden bruin als hopbelletjes. Maaien na de zaadzetting.
  • Augustus: Bloei op de hergroei; zaad rijpt.
  • September: Tweede maaibeurt; zaaien kan.
  • Oktober: Herfstkiemers verschijnen.

Jij en deze soort

Wist je dat?

  • De Engelse naam hop trefoil verwijst naar de uitgebloeide hoofdjes, die op kleine hopbellen lijken.
  • Campestre betekent ‘van de velden’.
  • Het is een van de drie algemene gele klavertjes, samen met kleine klaver en hopklaver; hopklaver hoort eigenlijk niet bij de klavers, maar bij de rupsklavers, net als luzerne.

Meer soorten uit Europa · Alle soorten

Laden…