
Foto: TeunSpaans at Dutch Wikipedia, CC BY-SA 3.0 · bron
Kruidachtige plant · Vlinderbloemenfamilie (Fabaceae)
Kleine klaver
Trifolium dubium
In andere talen: Trèfle douteux (Français) · Lesser trefoil (English)
Komt in België in het wild voor.
Kleine klaver is een eenjarig, fijn klavertje van 5–30 cm met piepkleine, gele bloemhoofdjes van 3–15 bloempjes. Het is algemeen in heel België en groeit in gazons, graslanden, bermen, op dijken, akkerranden, spoorwegterreinen en tussen tegels, op zandige tot lemige, niet te natte grond. Je herkent het aan de liggende tot opstijgende stengeltjes, de drietallige blaadjes waarvan het middelste op een kort maar duidelijk steeltje staat, en de gele hoofdjes van 5–9 mm die na de bloei bruin worden. Hoewel het klein is, bezoeken bijen en hommels de bloempjes, en als vlinderbloemige bindt het stikstof uit de lucht. In Ierland wordt het vaak als de echte shamrock aangewezen.
Licht
Zon of halfschaduw
liefst wat zon
Vocht
Droog tot normaal
geen natte voeten
Winterhard
Volledig winterhard
tot -20 °C
Grootte
0,15 m
hoog, 0,25 m breed
Bloei
mei–september
| Snoeimaanden | juli en september |
|---|---|
| Hoogte | 0,15 m |
| Inheems in België | Ja |
| Bloei | mei–september |
Herkennen
Zo herken je hem
- Groeivorm
- Eenjarig, fijn, vertakt kruidje van 5–30 cm, liggend of opstijgend, kaal of licht behaard.
- Blad
- Drietallig; de deelblaadjes zijn omgekeerd eirond, 5–10 mm, aan de top licht getand of ingesneden. Het middelste blaadje staat op een kort steeltje, de zijblaadjes zijn zittend.
- Bloem
- Kleine, gele hoofdjes van 5–9 mm met 3–15 bloempjes, op een dun steeltje uit de bladoksel. Bloeit van mei tot september.
- Vrucht/Zaad
- Na de bloei worden de bloempjes bruin en blijven ze om het kleine peultje met één zaadje zitten.
- Wortels
- Een dunne penwortel met stikstofbindende knolletjes.
- Verwarring met
- Liggende klaver heeft grotere hoofdjes met 20–40 bloempjes en een gegroefde vlag. Hopklaver heeft een stekelpuntje aan de deelblaadjes en zwarte, niervormige peultjes. Draadklaver is nog fijner, met 2–6 bloempjes per hoofdje op haarfijne steeltjes.
Bloei: mei–september · Snoeien: juli en september
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Bloeit maandenlang, van mei tot september, ook in een gazon dat je niet te kort maait: kleine bijen en hommels halen er nectar.
- Een van de klavertjes die een gewoon gazon omtoveren tot een bloemrijk bijengazon.
- Als vlinderbloemige bindt het stikstof via knolletjes aan de wortels.
- Zaailingen vullen kale plekjes in gazon en berm snel op.
- Een plant met een verhaal: in Ierland wordt het vaak aangewezen als de shamrock van Sint-Patrick.
Waar staat een kleine klaver graag?
- In het wild in graslanden, gazons, bermen, op dijken, akkerranden, spoorwegterreinen, in duinen en tussen tegels.
- Zon; het verdraagt lichte halfschaduw.
- Droge tot vochtige, matig voedselrijke grond: zand, leem of lichte klei.
- In de tuin: in een bloemrijk gazon, een droge bloemenweide, tussen tegels of in een grindtuin.
Mooi samen met
- Witte klaver: Witte bolletjes en kruipende stengels in hetzelfde bijengazon.
- Madeliefje: Bloeit bijna het hele jaar in hetzelfde gazon.
- Gewone rolklaver: Grotere gele bloemen voor hommels.
- Gewone brunel: Paarse aartjes in een gazon dat je niet te kort maait.
- Muizenoor: Lichtgele hoofdjes op de droogste plekken van het gazon.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een kleine klaver?
- Meestal komt kleine klaver vanzelf in een gazon dat je niet bemest en niet te kort maait.
- Wil je het zaaien, koop dan zaad van inheemse herkomst en zaai in september–oktober of in maart–april.
- Hark kale plekjes in het gazon open, strooi het zaad dun en druk het aan met je voet of een plank.
- Hou de grond vochtig tot de kieming.
- Maai de eerste weken niet over de zaailingen.
- Graaf nooit planten uit in de natuur.
Verzorgen
- Water
- Niet nodig.
- Bemesten
- Niet doen: met mest wint het gras en verdwijnt de klaver.
- Maaien
- Maai niet te kort, op 5–8 cm, en sla tijdens de bloei af en toe een beurt over, zodat het zaad kan zetten.
- Zaad laten vallen
- Als eenjarige heeft het elk jaar zaad nodig. Laat in de zomer een strook ongemaaid.
- Kale plekjes
- Een gazon met hier en daar wat open grond geeft meer klaver.
Tip: Laat een strook van je gazon in juni een paar weken ongemaaid: zo zet kleine klaver zaad en heb je elk jaar meer gele bloempjes voor de bijen.
Snoeien en maaien
Snoeimaanden: juli en september.
Wanneer: Geen echte snoei. Een bloemenweide maai je in juli en september; een gazon maai je gewoon, maar niet te kort.
Hoe:
- Maai een bloemrijk gazon om de twee tot drie weken op 5–8 cm.
- Laat in juni een strook een paar weken staan, zodat de hoofdjes kunnen afrijpen.
- Maai een bloemenweide in juli en in september en voer het maaisel af.
Vermeerderen
- Zaad
- Rijpt vanaf juni. Het zaait zichzelf uit; wil je zaad verzamelen, pluk dan droge, bruine hoofdjes en wrijf ze uit.
Hoe komt een kleine klaver de winter door?
Winterhard tot −20 °C.
- Het sterft na de zaadzetting af; herfstkiemers overwinteren als kleine plantjes tussen het gras.
- Het zaad overwintert in de grond.
- De jonge plantjes zijn goed bestand tegen vorst.
Ziektes en plagen
- Verdwijnen: In een bemest, dicht gazon verdwijnt het. Stop met bemesten en voer het maaisel af.
- Te kort maaien: Bij wekelijks kort maaien zet het nauwelijks zaad. Maai hoger of minder vaak.
- Droogte: In een droge zomer verdorren de planten vroeg; het zaad in de grond zorgt voor een nieuwe generatie.
- Verwarring: De gele klavertjes lijken op elkaar. Tel de bloempjes per hoofdje en kijk naar het steeltje van het middelste blaadje.
Het jaar rond
- Maart: Kale plekjes in het gazon openharken en zaaien.
- April: Zaailingen en overwinterde plantjes groeien tussen het gras.
- Mei: Eerste gele hoofdjes.
- Juni: Volle bloei; een strook gazon laten staan.
- Juli: Hoofdjes worden bruin; bloemenweide maaien na de zaadzetting.
- Augustus: Nog bloei; maai niet te kort.
- September: Tweede maaibeurt van de bloemenweide. Zaaien kan.
- Oktober: Herfstkiemers verschijnen tussen het gras.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Dubium betekent ‘twijfelachtig’: de soort is lastig te onderscheiden van andere gele klavertjes.
- Toen in Ierland eind 19e eeuw, en opnieuw in de jaren 1980, mensen gevraagd werd een echte shamrock op te sturen, was kleine klaver de soort die het vaakst werd ingestuurd.
- Anders dan witte klaver, die met kruipende stengels overblijft, is kleine klaver eenjarig en moet het elk jaar opnieuw uit zaad opkomen.