Foto: No machine-readable author provided. TeunSpaans assumed (based on copyright claims)., CC BY-SA 3.0 · bron
Struik · Kornoeljefamilie (Cornaceae)
Gele kornoelje
Cornus mas
De gele kornoelje is een inheemse struik of klein boompje van 3–6 m dat al in februari–maart bloeit: talloze bolletjes kleine gele bloempjes op de kale takken, een van de allereerste maaltijden voor bijen. In augustus–september rijpen glanzend rode, olijfvormige vruchten, de kornoeljes, die heel rijp lekker zijn in confituur, siroop of likeur. Hij groeit traag, wordt oud en vraagt weinig zorg. Mooi als losse struik, in een gemengde haag of als geschoren haag.
Licht
Zon of halfschaduw
liefst wat zon
Vocht
Normaal
geen natte voeten
Grond
Elke tuingrond
neutraal tot kalkrijk
Winterhard
In heel België
geen bescherming nodig
Grootte
3–6 m
hoog
Bloei
februari–maart
| Snoeimaanden | maart–april en augustus |
|---|---|
| Hoogte | 3–6 m |
| Inheems in België | Ja |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor bijen en vogels |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | februari–maart |
Herkennen
Hoe herken je een gele kornoelje?
- Groeivorm
- Struik of klein boompje van 3–6 m, vaak meerstammig met een brede, ronde kroon.
- Blad
- Tegenoverstaand, ovaal met spitse top, 4–10 cm, gaaf, met boogvormige nerven.
- Schors
- Grijsbruin en schilferend.
- Bloem
- Bolletjes gele bloempjes op de kale takken, februari–maart.
- Vrucht
- Glanzend rode, olijfvormige kornoeljes (augustus–september), eetbaar als ze heel rijp zijn.
- Verschil met forsythia
- Forsythia heeft grotere, felgele klokvormige bloemen.
Bloei: februari–maart · Oogst en vruchten: augustus–september · Snoeien: maart–april en augustus
Herkennen per kenmerk: Gele bloemen in het voorjaar · Bloei in de winter
Lijkt op, maar is het niet
- Forsythia Forsythia: grotere, felgele klokvormige bloemen. Verschil met forsythia
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Gele bloei in februari–maart, nog vóór de forsythia: vroeg voedsel voor bijen.
- Eetbare rode vruchten in augustus–september.
- Sterk, langlevend en weinig onderhoud.
- Verdraagt snoei, ook als haag.
Waar staat een gele kornoelje graag?
- Zon tot halfschaduw; in de zon bloeit hij rijker en rijpen de vruchten beter.
- Elke goed doorlatende grond, liefst kalkhoudend; geen natte voeten.
- Reken op 4 m breed voor een vrij uitgroeiende struik.
- Voor een goede oogst helpt een tweede struik in de buurt.
- Licht
- Zon of halfschaduw
- Grond
- Elke tuingrond
- Vocht
- Normaal
- Grootte
- 6 m hoog, 4 m breed
- Winterhard
- In heel België, geen bescherming nodig
Mooi samen met
- Hazelaar: Twee vroege bloeiers voor de bijen: gele katjes en gele bloempjes in februari.
- Sleedoorn: Bloeit kort na de kornoelje wit, voor een gemengde, vroege haag.
- Wilde kardinaalsmuts: Houdt ook van kalk, met roze vruchten en rode herfstkleur.
- Sneeuwklokje: Bloeit in februari onder de struik, samen met de gele bloempjes.
Past goed bij, en liever niet bij
Past goed bij
- Samen een gemengde inheemse haag, goed voor vogels en insecten: eenstijlige meidoorn, sleedoorn, hazelaar, hondsroos, rode kornoelje, gelderse roos, wilde liguster, spaanse aak
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een gele kornoelje?
- Plant van november tot maart, als wortelgoed of met kluit.
- Als losse struik: 4 m ruimte; in een geschoren haag 2–3 planten per meter.
- Zet de struik even diep als hij stond, meng wat compost door de grond en druk aan.
- Geef het eerste jaar water bij droogte; de eerste jaren groeit hij traag.
Verzorgen
- Water
- Het eerste jaar bij droogte; daarna zelden.
- Bemesten
- Wat compost in het voorjaar is genoeg.
- Oogsten
- Raap of pluk de vruchten pas als ze donkerrood en zacht zijn en vanzelf vallen; leg een laken onder de struik. Onrijp zijn ze zuur en wrang.
- Verwerken
- Kook de vruchten met wat water en zeef de pitten eruit, voor confituur of siroop.
Tip: Haal in februari een paar takken met bloemknoppen naar binnen en zet ze in een vaas: binnen enkele dagen bloeien ze open.
Wanneer snoei je een gele kornoelje?
Snoeimaanden: maart–april en augustus.
Wanneer: Na de bloei (maart–april).
Hoe:
- Weinig snoei nodig: haal alleen dode, kruisende en te lange takken weg.
- Verdraagt ook snoei als haag: knip na de bloei in vorm en, als het nodig is, nog eens licht in augustus.
- Hoe minder je in de zomer knipt, hoe meer bloemknoppen er overblijven voor het volgende voorjaar.
Let op: Maart–april valt al in het broedseizoen: kijk vóór het snoeien of er geen vogels nestelen.
Vermeerderen
- Zaaien
- Zaai de pitten van rijpe vruchten in de herfst buiten; ze kiemen traag, vaak pas na anderhalf tot twee jaar.
- Afleggen
- Buig een lage tak naar de grond, kerf hem licht in en dek hem af met aarde; na een jaar heeft hij wortels.
Hoe komt een gele kornoelje de winter door?
Winterhard in heel België: geen bescherming nodig.
- Volledig winterhard; de bloemen verdragen lichte vorst.
- De bloemknoppen zitten al vanaf de herfst klaar: ronde, gezwollen knopjes aan korte zijtakjes.
Ziektes en plagen
- Weinig vruchten: Een jonge struik draagt de eerste jaren weinig; ook vorst tijdens de bloei of te veel schaduw drukt de oogst.
- Vogels: Merels en andere vogels eten de rijpe vruchten. Oogst op tijd of gun ze een deel.
- Trage groei: De eerste jaren groeit hij traag; geef hem tijd en geen extra mest.
Het jaar rond
- Februari: De bloei begint: gele bolletjes op de kale takken, eerste bijen.
- Maart: Volle bloei; na de bloei snoeien.
- April: Laatste maand voor de snoei na de bloei; een haag in vorm knippen.
- Augustus: Een haag eventueel licht bijknippen; de vruchten kleuren rood.
- September: Oogst: rijpe, donkerrode kornoeljes rapen.
- Oktober: Vruchten verwerken; pitten zaaien.
- November: Planten.
Gebruiken
Wat kan je ermee?
- Eten en drinken
- De rijpe kornoeljes zijn lekker in confituur, siroop of likeur.
- Voor de natuur
- Een van de allereerste bijenplanten.
- Hout
- Zeer hard hout, vroeger voor wielspaken en gereedschap.
Eetbaar en bruikbaar
- Vruchten (augustus–september)
- Kornoeljes zijn pas lekker als ze diep donkerrood, zacht en bijna overrijp zijn; dan vallen ze vanzelf. Leg een doek onder de struik en raap ze dagelijks op, of schud zacht aan de takken. Ze smaken zoetzuur, ergens tussen kers en veenbes. Voor confituur, siroop, likeur, moes bij wild of gedroogd als snoepje; de langwerpige pit laat je achter.
- Bewaring
- Rijpe kornoeljes zijn kwetsbaar: verwerk ze binnen een dag of twee. Ze laten zich goed invriezen, met pit en al. Ontpit en gedroogd blijven ze maanden goed.
- Fermenteren
- In de Kaukasus en in Turkije worden nog stevige, net kleurende kornoeljes traditioneel in zoute pekel ingelegd, zoals olijven.
Let op: Eet ze alleen goed rijp: onrijpe kornoeljes zijn heel wrang. Verwar ze niet met de giftige rode bessen van bijvoorbeeld kamperfoelie, kardinaalsmuts of taxus; de olijfvormige vrucht met één langwerpige pit is typisch. De rode kornoelje (Cornus sanguinea) heeft zwarte besjes die je niet eet.
Eten en gebruiken doe je op eigen risico: zie de gebruiksvoorwaarden.
Recepten
- Kornoeljeconfituur (Jam · ± 3 potten · 1 uur)
- Kornoeljelikeur (Likeur · ± 1 liter · 15 min + 6 weken trekken)
- Kornoeljesaus bij gebraden vlees (Gerecht · ± 500 ml · 50 min)
- Ingelegde kornoeljes (‘kornoeljeolijven’) (Azijn · ± 1 pot van 500 ml · 20 min + 2 weken rijpen)
Goed voor dieren
- Bijen
- Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
- Hommels
- Nectar en stuifmeel voor hommels, ook uit diepe bloemen en vroeg in de lente.
- Vogels
- Bessen, zaden of insecten als voedsel, of een plek om te nestelen.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Een van de allereerste voedselbronnen voor bijen; de vruchten zijn lekker in confituur.
- Het hout is zeer hard en werd vroeger gebruikt voor wielspaken en gereedschap.
- De soortnaam mas betekent ‘mannelijk’, als tegenhanger van de rode kornoelje, die vroeger de ‘vrouwelijke’ kornoelje heette. In het Frans heet hij nog altijd cornouiller mâle.
- Het hout is zo dicht en zwaar dat het, anders dan bijna alle andere houtsoorten, in water zinkt.