
Foto: Willow, CC BY 2.5 · bron
Struik · Wilgenfamilie (Salicaceae)
Geoorde wilg
Salix aurita
De geoorde wilg is een lage, dicht vertakte struikwilg van 1–3 m, thuis op natte heide, in venen en langs vennen op zure, arme grond. Je herkent hem aan de kleine, sterk gerimpelde blaadjes met een scheef omgebogen topje en de grote ‘oortjes’ aan de bladvoet. In april bloeit hij met kleine katjes, een vroege voedselbron voor bijen en hommels, en zijn blad voedt tientallen soorten rupsen. Omdat hij klein blijft, past hij goed in een natte natuurtuin of naast een poel.
Licht
Zon of halfschaduw
liefst wat zon
Vocht
Vochtig tot nat
mag niet uitdrogen
Grond
Zure grond
zuur
Winterhard
In heel België
geen bescherming nodig
Grootte
1–3 m
hoog
Bloei
april–mei
| Snoeimaanden | april–mei |
|---|---|
| Hoogte | 1–3 m |
| Inheems in België | Ja |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | april–mei |
Herkennen
Hoe herken je een geoorde wilg?
- Groeivorm
- Lage, dicht vertakte struik van 1–3 m en zo’n 2 m breed.
- Blad
- Verspreid, 2–5 cm, omgekeerd eirond met een kort, scheef omgebogen topje en een golvende rand; bovenzijde dof en sterk gerimpeld, onderzijde grijs behaard. Aan de voet grote, niervormige steunblaadjes die lang blijven zitten.
- Twijgen
- Dunne, roodbruine twijgen die kaal worden en wijd uitstaan; onder de schors van twee- of driejarige twijgen zitten duidelijke lengterichels op het hout.
- Bloem
- Kleine katjes in april, vóór het blad; mannelijke en vrouwelijke op aparte struiken.
- Vrucht
- Pluizige zaadjes in mei–juni.
- Verschil met grauwe wilg en boswilg
- De grauwe wilg heeft groter, minder gerimpeld blad en viltig behaarde twijgen, en wordt veel groter; de boswilg is een boompje met groter, breed ovaal blad en twijgen zonder richels onder de schors.
Bloei: april–mei · Snoeien: april–mei
Lijkt op, maar is het niet
- Grauwe wilg Salix cinerea: groter, minder gerimpeld blad en viltig behaarde twijgen; wordt veel groter. Verschil met grauwe wilg
- Boswilg Salix caprea: een boompje met groter, breed ovaal blad en twijgen zonder richels onder de schors. Verschil met boswilg
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Een wilg die klein blijft: 1–3 m, ook voor een gewone tuin.
- Vroege katjes in april voor bijen en hommels.
- Waardplant voor tientallen soorten rupsen, en dus voedsel voor vogels.
- Groeit waar weinig anders wil: natte, zure, arme grond.
Waar staat een geoorde wilg graag?
- Zon tot halfschaduw.
- Natte tot vochtige, zure en arme grond: zand of veen, langs een poel, ven of greppel. Kalkrijke grond verdraagt hij slecht.
- Reken op 1–3 m hoog en zo’n 2 m breed: een plek in een heidetuin, een vochtige houtkant of aan de rand van een poel.
- Licht
- Zon of halfschaduw
- Grond
- Zure grond
- Vocht
- Vochtig tot nat
- Grootte
- 2 m hoog, 2 m breed
- Winterhard
- In heel België, geen bescherming nodig
Mooi samen met
- Gagel: Een lage, geurende struik van dezelfde natte, zure heide.
- Gewone dophei: Roze klokjes in de zomer op natte, zure grond, aan de voet van de wilg.
- Sporkehout: Een inheemse struik voor natte grond, met bloemen tot in de herfst voor bijen en bessen voor vogels.
- Zachte berk: Een lichte boom van natte, zure grond, die de wilg wat halfschaduw geeft.
Past goed bij, en liever niet bij
Past goed bij
- Past aan de rand van of onder de lichte kroon van: zomereik, wintereik, moeraseik, moseik
- Houden net als deze plant van zure grond: struikhei, rododendron, skimmia, framboos, blauwe bes, toverhazelaar, brem, gaspeldoorn
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een geoorde wilg?
- Plant van november tot maart, als de grond niet bevroren is.
- Koop hem bij een kwekerij met inheems plantgoed, en graaf nooit een struik uit in de natuur.
- Mest het plantgat niet: op rijke grond verliest hij zijn compacte vorm en verdringen andere planten hem.
- Geef water na het planten als de grond droog is; op een natte plek is dat daarna niet meer nodig.
Verzorgen
- Water
- Op natte grond nooit nodig; op een drogere plek het eerste jaar bij droogte.
- Bemesten
- Nooit: hij hoort op arme grond.
- Afzetten
- Wordt hij te groot, zet hem dan om de paar jaar na de bloei laag af; hij loopt opnieuw uit.
- Katjes
- Laat de katjestakken staan voor de bijen; pluk er hoogstens een paar voor in een vaas.
Tip: Heb je een natte, zure hoek waar niets wil groeien? Maak er een stukje natte heide van met geoorde wilg, gagel en gewone dophei: alle drie klein, inheems en goed voor insecten.
Wanneer snoei je een geoorde wilg?
Snoeimaanden: april–mei.
Wanneer: Na de bloei (april–mei), zodat de bijen de katjes kunnen gebruiken.
Hoe:
- Weinig snoei nodig: haal dode takken weg en dun te dichte delen uit.
- Een te grote struik mag je om de paar jaar tot laag bij de grond afzetten.
Let op: Kijk in het voorjaar eerst of er geen vogels in de struik broeden.
Vermeerderen
- Stekken
- Steek in de winter twijgen van 20–30 cm diep in natte grond; een deel ervan wortelt.
- Zaaien
- Het zaad blijft maar kort kiemkrachtig: zaai het pluis in mei–juni meteen op natte grond, zonder af te dekken.
Hoe komt een geoorde wilg de winter door?
Winterhard in heel België: geen bescherming nodig.
- Volledig winterhard.
- Hij verdraagt natte voeten en zelfs een tijdje onder water staan in de winter.
Ziektes en plagen
- Wilgenroest: Gele tot oranje puistjes op de bladeren in de zomer; vooral lelijk, niet schadelijk.
- Wilgenhaantjes: Kleine blauwe of groene kevertjes en hun larven vreten in de zomer aan het blad. Een gezonde struik groeit er makkelijk doorheen.
- Verdroging: Op een te droge plek kwijnt hij en verliest hij vroeg zijn blad. Kies een natte plek, of geef water bij droogte.
Het jaar rond
- Maart: De knoppen zwellen; laatste plantmaand.
- April: Bloei: katjes voor bijen en hommels; daarna snoeien of afzetten.
- Mei: Laatste snoeimaand; pluizige zaden: meteen zaaien.
- Juni: Rupsen op het blad: voedsel voor jonge vogels, niets aan doen.
- Juli: Wilgenroest en haantjes: meestal geen actie nodig.
- November: Plantseizoen begint.
- December: Stekken en planten bij open weer.
Gebruiken
Wat kan je ermee?
- Voor de natuur
- Vroege katjes voor bijen en hommels; waardplant voor tientallen soorten rupsen.
- Tuin en landschap
- Inheemse struik voor een natte, zure plek: langs een poel, in een heidetuin of een vochtige houtkant.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Geoorde wilg en grauwe wilg kruisen vlot: in natte heide en venen vind je veel tussenvormen.
- De naam verwijst naar de grote, niervormige steunblaadjes aan de bladvoet, de ‘oortjes’; ook de wetenschappelijke naam aurita betekent ‘met oortjes’.
- Zijn katjes behoren tot de vroege stuifmeelbronnen voor bijen op de heide.