
Foto: Credits : This image is not copyrighted and may be freely used for any purpose. Please credit the ar, Public domain · bron
Loofboom · Wilgenfamilie (Salicaceae)
Laurierwilg
Salix pentandra
De laurierwilg is een van onze mooiste wilgen: een kleine boom of grote struik met breed, zeer glanzend blad dat naar laurier ruikt, en glanzend roodbruine twijgen, als gelakt. Hij bloeit pas in mei–juni, na het uitlopen van het blad, als de meeste andere wilgen al lang uitgebloeid zijn. Hij wordt 5–10 m hoog met een kroon van zo’n 5 m en houdt van zon en natte, zure grond, zoals aan de rand van een ven of in een broekbos. In het wild is hij bij ons zeldzaam. Aan een vijverrand of in een natte tuin past hij ook in een gewone tuin.
Licht
Volle zon
warm en licht
Vocht
Vochtig tot nat
mag niet uitdrogen
Grond
Zure grond
zuur
Winterhard
In heel België
geen bescherming nodig
Grootte
5–10 m, vaak struikvormig
hoog
Bloei
mei–juni
| Snoeimaanden | november–maart |
|---|---|
| Hoogte | 5–10 m, vaak struikvormig |
| Inheems in België | Ja |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | mei–juni |
Herkennen
Hoe herken je een laurierwilg?
- Groeivorm
- Kleine boom van 5–10 m met een kroon van zo’n 5 m, vaak struikvormig en meerstammig.
- Blad
- Verspreid, 5–12 cm, elliptisch met een korte spitse top, fijn klierachtig gezaagd; boven glanzend donkergroen als gelakt, onder lichter. Jong blad kleverig en aromatisch. Kliertjes bovenaan de bladsteel.
- Schors
- Grijsbruin, later ondiep gegroefd; twijgen glanzend roodbruin, als gelakt.
- Bloem
- Gele katjes, met vijf meeldraden per bloempje, in mei–juni, na het uitlopen van het blad.
- Vrucht
- De pluizige zaadjes komen pas in de late zomer vrij; de uitgebloeide katjes blijven vaak tot in de winter hangen.
- Verschil met de kraakwilg
- De kraakwilg heeft een langer, smaller en minder glanzend blad, en katjes al in april.
- Verschil met de laurier
- De laurier is een groenblijvende struik met gaafrandig blad dat naar de keuken ruikt.
Bloei: mei–juni · Snoeien: november–maart
Lijkt op, maar is het niet
- Kraakwilg Salix × fragilis: langer, smaller en minder glanzend blad, en katjes al in april. Verschil met kraakwilg
- Laurier Laurus nobilis: groenblijvende struik met gaafrandig blad dat naar de keuken ruikt. Verschil met laurier
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Het glanzendste blad van onze wilgen, met een fijne geur van laurier.
- Late katjes in mei–juni, als de meeste wilgen al uitgebloeid zijn: welkom voor bijen.
- Blijft klein genoeg voor een gewone tuin, zeker als struik.
- Een zeldzame inheemse wilg: met een laurierwilg help je hem vooruit.
Waar staat een laurierwilg graag?
- Volle zon; in de schaduw groeit hij ijl en bloeit hij weinig.
- Vochtige tot natte, zure grond: venig zand, veen, de rand van een ven of vijver.
- Op droge of kalkrijke grond kwijnt hij.
- Reken op 5–10 m hoog en een kroon van zo’n 5 m; als struik die je om de paar jaar afzet, blijft hij kleiner.
- Licht
- Volle zon
- Grond
- Zure grond
- Vocht
- Vochtig tot nat
- Grootte
- 8 m hoog, 5 m breed
- Winterhard
- In heel België, geen bescherming nodig
Mooi samen met
- Boswilg: Bloeit in maart–april: samen geven ze bijen wilgenbloei van het vroege voorjaar tot in juni.
- Gagel: Een geurige, inheemse struik van natte, zure grond.
- Sporkehout: Struik van natte, zure grond, waardplant van de citroenvlinder.
- Zachte berk: Berk van natte, zure grond, met een witte stam die mooi afsteekt tegen het glanzende wilgenblad.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een laurierwilg?
- Plant van november tot maart, als de grond niet bevroren is.
- Plant aan de rand van een vijver, poel of greppel, net boven de gewone waterlijn.
- Jonge plantjes of bewortelde stekken slaan het best aan.
- Geen mest of kalk; meng op arme grond hooguit wat bladcompost door de plantgrond.
- Geef water na het planten als de grond droog is.
Verzorgen
- Water
- Op natte grond nooit nodig; op een drogere plek in droge zomers wel.
- Bemesten
- Niet nodig; geef nooit kalk.
- Mulch
- Een laag bladcompost of gehakseld snoeihout houdt de grond vochtig.
- Afzetten
- Wil je hem als struik houden, zet hem dan om de paar jaar laag af (zie snoeien).
Tip: Wrijf in het voorjaar een jong blaadje tussen je vingers: het kleverige blad ruikt naar laurier. Zet de laurierwilg daarom bij een pad of vijverrand, waar je hem kan aanraken.
Wanneer snoei je een laurierwilg?
Snoeimaanden: november–maart.
Wanneer: In de winterrust (november–maart).
Hoe:
- Verdraagt zware snoei: als struik kan je hem om de paar jaar laag afzetten; hij loopt vlot opnieuw uit.
- Als boom heeft hij weinig snoei nodig: haal dode, kruisende en te lange takken weg.
Let op: De katjes komen aan het hout van vorig jaar: zet hem dus niet elk jaar af, anders zie je weinig bloei.
Vermeerderen
- Stekken
- Steek in de winter verse twijgen van 20–30 cm in vochtige grond of in een pot: ze wortelen vlot.
Hoe komt een laurierwilg de winter door?
Winterhard in heel België: geen bescherming nodig.
- Volledig winterhard.
- De glanzend roodbruine twijgen en de uitgebloeide katjes, die vaak tot in de winter blijven hangen, maken hem ook kaal herkenbaar.
Ziektes en plagen
- Wilgenroest: Oranje sporenhoopjes op de onderkant van het blad in de nazomer. Onschuldig.
- Wilgenhaantje: Kleine blauwe kevertjes en hun larven vreten het blad. Lelijk, maar onschuldig.
- Kwijnen: Gele bladeren en weinig groei op droge of kalkrijke grond: dan staat hij op de verkeerde plek.
Het jaar rond
- Januari: Snoeien; struiken laag afzetten.
- Februari: Snoeien; stekken steken.
- Maart: Laatste maand om te snoeien en te planten.
- April: Het glanzende, kleverige jonge blad loopt uit.
- Mei: Bloei van de gele katjes, laat voor een wilg.
- Juni: De laatste katjes bloeien; bijen.
- Augustus: De pluizige zaadjes komen vrij.
- November: Plantseizoen; snoeien kan weer.
- December: Snoeien.
Gebruiken
Wat kan je ermee?
- Tuin en landschap
- Mooie, glanzende kleine boom voor natte tuinen en vijverranden.
- Voor de natuur
- Late katjes in mei–juni, als de meeste wilgen al uitgebloeid zijn: welkom voor bijen.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De naam pentandra (‘vijf meeldraden’) verwijst naar de bloempjes: de meeste wilgen hebben er maar twee.
- Hij bloeit later dan bijna al onze andere wilgen, en zijn pluis komt pas in de late zomer vrij.