
Foto: Walther Otto Müller, Public domain · bron
Struik · Laurierfamilie (Lauraceae)
Laurier
Laurus nobilis · ook: Echte laurier, Laurierboom
De laurier is een groenblijvende struik of kleine boom uit het Middellandse Zeegebied, met leerachtig, golvend blad dat bij kneuzen sterk kruidig ruikt: het laurierblad uit de keuken. Bij ons wordt hij 2–8 m hoog en staat hij vaak als bol, piramide of stamboom in een pot, of als haag op een beschutte plek. Hij is niet volledig winterhard: in een strenge winter kan hij terugvriezen, en in een pot is hij nog kwetsbaarder. Verwar hem niet met de laurierkers, die giftig is.
Let op: Gebruik in de keuken alleen blad van de echte laurier. De laurierkers lijkt erop maar is giftig: kneus bij twijfel een blaadje – echte laurier ruikt kruidig, laurierkers naar bittere amandel.
Licht
Zon of halfschaduw
liefst wat zon
Vocht
Normaal
geen natte voeten
Grond
Elke tuingrond
elke zuurtegraad
Winterhard
tot -12 °C
beschermen in strenge winters
Grootte
2–8 m
hoog
Bloei
maart–april
| Snoeimaanden | mei–juni en augustus |
|---|---|
| Hoogte | 2–8 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor bijen |
| Giftig voor mens en huisdier | Deels: zie Let op bovenaan |
| Bloei | maart–april |
Herkennen
Hoe herken je een laurier?
- Groeivorm
- Groenblijvende struik of kleine boom van 2–8 m, dicht vertakt; vaak in vorm geknipt.
- Blad
- Verspreid, 5–10 cm, smal-ovaal, gaaf met een golvende rand, donkergroen en leerachtig; geeft bij kneuzen meteen een sterke kruidige geur.
- Schors
- Glad, donkergrijs tot groenig.
- Bloem
- Kleine, geelwitte bloempjes in bundeltjes in april; mannelijke en vrouwelijke planten.
- Vrucht
- Glanzend zwarte besjes (1 cm) aan vrouwelijke planten.
- Verschil met de laurierkers
- De laurierkers heeft veel groter blad met kliertjes aan de voet, dat bij kneuzen naar amandel ruikt. Giftig!
Bloei: maart–april · Oogst en vruchten: januari–december · Snoeien: mei–juni en augustus
Herkennen per kenmerk: Lang en smal blad · Groenblijvend blad · Zwarte bessen
Lijkt op, maar is het niet
- Laurierkers Prunus laurocerasus: veel groter blad met kliertjes aan de voet, dat bij kneuzen naar amandel ruikt. Giftig! Verschil met laurierkers
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Verse laurierblaadjes voor de keuken, het hele jaar door.
- Groenblijvend en goed te snoeien: als bol, piramide, stamboom of haag.
- Groeit in zon en halfschaduw, in de grond of in een pot.
- Bloeit in april met geelwitte bloempjes voor bijen en andere insecten.
Waar staat een laurier graag?
- Zon of halfschaduw, beschut tegen koude oostenwind: tegen een muur of in een binnenhof.
- Goed doorlatende grond; geen natte voeten in de winter.
- In de volle grond lukt het best in milde streken: in steden en aan de kust. Elders is een pot of een heel beschutte plek veiliger.
- Vrij uitgroeiend reken je op ongeveer 3 m breed; als bol of haag houd je hem zo klein als je wilt.
- Licht
- Zon of halfschaduw
- Grond
- Elke tuingrond
- Vocht
- Normaal
- Grootte
- 6 m hoog, 3 m breed
- Winterhard
- tot -12 °C, beschermen in strenge winters
Mooi samen met
- Rozemarijn: Nog een mediterraan keukenkruid voor een zonnige, beschutte plek, ook in een pot.
- Echte salie: Grijsgroen blad naast het donkere blad van de laurier: een kruidenhoek die ook in de winter iets toont.
- Olijfboom: Samen in potten op een zonnig terras: een zuiders duo dat dezelfde winterzorg vraagt.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een laurier?
- Plant in het voorjaar (april–mei), zodat hij voor de winter kan inwortelen.
- Zorg voor goede drainage: werk op zware grond grind of grof zand door het plantgat.
- Voor een haag: 2–3 planten per meter, op een beschutte plek.
- In een pot: een ruime pot met gaten in de bodem en goede potgrond; verpot om de paar jaar in het voorjaar.
Verzorgen
- Water
- In de grond het eerste jaar bij droogte. In een pot geregeld in de zomer, maar zonder natte voeten; in de winter weinig.
- Bemesten
- In een pot van april tot augustus af en toe wat mest; in de grond is wat compost in het voorjaar genoeg.
- Oogsten
- Pluk het hele jaar door bladeren. Wil je ze drogen, leg ze dan op een luchtige plek uit de zon.
- Wortelopslag
- Laurier maakt soms scheuten aan de voet; knip ze weg bij een stamboom.
Tip: Staat je laurier in een pot? Zet hem op potvoetjes of op een onderzetter met wieltjes: zo loopt overtollig water weg en haal je hem bij strenge vorst makkelijk binnen.
Wanneer snoei je een laurier?
Snoeimaanden: mei–juni en augustus.
Wanneer: Vormsnoei in mei–juni en eventueel nog eens in augustus.
Hoe:
- Knip met een snoeischaar en niet met een heggenschaar: halve bladeren worden bruin.
- Hij loopt goed uit, ook na een flinke snoei: een te grote of kale plant mag je fors terugzetten, tot in het oude hout.
- Knip een bol of piramide twee keer per jaar bij om hem strak te houden.
Let op: Niet volledig winterhard: in een strenge winter kan hij terugvriezen. Zet hem uit de koude oostenwind.
Vermeerderen
- Stekken
- Neem in de late zomer halfhoutige stekken van ongeveer 10 cm en laat ze onder glas of folie wortelen; dat duurt enkele maanden.
- Afleggen
- Buig een lage tak naar de grond, kerf hem licht in en dek hem af met aarde; na een jaar knip je hem los.
- Wortelopslag
- Steek een scheut aan de voet met een stukje wortel af en pot hem op.
Hoe komt een laurier de winter door?
Winterhard tot −12 °C: beschermen in strenge winters.
- Een gevestigde laurier in de grond verdraagt korte vorst tot ongeveer −12 °C. Vanaf ongeveer −10 °C, zeker bij koude oostenwind, verbrandt het blad en vriezen twijgen terug.
- Hang bij strenge vorst een wintervlies over een plant in de grond. Een teruggevroren laurier loopt meestal in de lente opnieuw uit, uit oud hout of uit de voet: wacht tot mei voor je dode takken wegknipt.
- In een pot bevriest de kluit sneller: pak de pot in, of zet hem bij strenge vorst (vanaf ongeveer −5 °C) in een koele, lichte, vorstvrije ruimte.
Ziektes en plagen
- Schildluis: Bruine schildjes onder het blad en op de twijgen, met kleverige honingdauw en zwarte roetdauw. Veeg ze weg of knip aangetaste twijgen uit.
- Laurierbladvlo: Opgerolde, verdikte en verkleurde bladranden in de zomer, met kleine, witte, wollige larven erin. Knip aangetaste scheuten weg.
- Vorstschade: Bruine bladeren en dode twijgen na een strenge winter. Wacht tot de plant in de lente uitloopt en knip dan terug tot in gezond hout.
- Gele bladeren: In een pot vaak door te natte grond of te weinig voeding. Zorg voor drainage en bemest in de zomer.
Het jaar rond
- Januari: Bij strenge vorst: potplant vorstvrij zetten, wintervlies over planten in de grond.
- Maart: Potplant op zachte dagen buiten; verpotten.
- April: Bloei; planten; beginnen met bemesten.
- Mei: Vormsnoei; dode takken na de winter wegknippen.
- Juni: Vormsnoei afronden en haag knippen; let op schildluis en bladvlo.
- Augustus: Tweede snoeibeurt en haag knippen; halfhoutige stekken nemen.
- September: Bladeren oogsten en drogen voor de winter.
- November: Potplant beschut zetten; wintervlies klaarleggen.
Gebruiken
Wat kan je ermee?
- Eten en drinken
- Laurierblaadjes voor soepen, stoofpotten en marinades; vers of gedroogd.
- Tuin en landschap
- Groenblijvende vormstruik in pot (bol, piramide of stam) of als haag op een beschutte plek.
- Ook gebruikt voor
- In de oudheid werden winnaars gekroond met een lauwerkrans.
Eetbaar en bruikbaar
- Blad (januari–december)
- Pluk het hele jaar door volgroeide, donkergroene blaadjes: die hebben het meeste aroma. Gebruik ze vers of gedroogd in soep, stoofvlees, tomatensaus, marinades en bij het inmaken van groenten. Eén of twee blaadjes per pot is genoeg; haal ze voor het opdienen weer weg.
- Bewaring
- Laat de blaadjes een tot twee weken drogen op een rooster of in een papieren zak, op een warme, donkere en luchtige plek, tot ze knappen als je ze plooit. Bewaar ze in een goed gesloten pot uit het licht; binnen het jaar zijn ze het lekkerst. Vers blad blijft in een zakje in de koelkast een week goed.
- Fermenteren
- Een laurierblad gaat traditioneel mee in de pot bij zuurkool en bij groenten of augurken die in pekel fermenteren, voor de smaak.
Let op: Verwar laurier niet met laurierkers (Prunus laurocerasus): die is giftig en ruikt bij kneuzen naar bittere amandel. Ook oleander, rododendron en lavendelheide hebben giftige, leerachtige bladeren. Echte laurier ruikt meteen kruidig, naar de keuken. Eet de blaadjes zelf niet op: ze blijven hard en scherp. Gebruik nooit etherische olie in eten.
Eten en gebruiken doe je op eigen risico: zie de gebruiksvoorwaarden.
Recepten
- Gedroogde laurierblaadjes (Gedroogd · 1 potje · 10 min + 1–2 weken drogen)
- Kruidenbundeltje (bouquet garni) (Andere · 1 bundeltje (1 grote pot soep of stoofvlees) · 5 min)
- Laurierlikeur (Likeur · ± 700 ml · 20 min + 4 weken trekken)
- Lauriercrème uit de oven (Gerecht · 4 schaaltjes · 20 min + 40 min oven + 3 uur koelen)
Goed voor dieren
- Bijen
- Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Twijfel je tussen laurier en laurierkers? Kneus een blaadje: echte laurier ruikt meteen naar de keuken, laurierkers naar bittere amandel.
- In de oudheid werden winnaars gekroond met een lauwerkrans.
- Van die lauwerkrans komt ook het woord ‘laureaat’.
- Volgens de Griekse mythe veranderde de nimf Daphne in een laurier om aan Apollo te ontsnappen; sindsdien was de boom aan hem gewijd. Daphne is ook het Griekse woord voor laurier.
- Het Vlaamse ‘laureaat’ en de uitdrukking ‘op je lauweren rusten’ gaan terug op de lauwerkrans waarmee men in de oudheid winnaars en dichters eerde.