Kraakwilg (Salix × fragilis)

Foto: Favasurko, CC BY-SA 3.0 · bron

Loofboom · Wilgenfamilie (Salicaceae)

Kraakwilg

Salix × fragilis

De kraakwilg is, samen met de schietwilg, de klassieke knotwilg van onze beken, sloten en natte weiden. Hij dankt zijn naam aan de twijgen, die met een krak afbreken aan de voet. Zijn lange, glanzend groene en bijna kale blad maakt hem groener dan de zilvergrijze schietwilg. Vrij uitgroeiend wordt hij 10–20 m hoog met een kroon van zo’n 12 m, maar dan scheuren de zware takken gemakkelijk af: daarom staat hij meestal als knotwilg. Hij houdt van zon en vochtige tot natte grond, en zijn wortels zoeken water. Als vrije boom past hij niet in een gewone tuin; als knotwilg aan een sloot, een poel of in een weide wel.

Let op: De wortels zoeken water: plant hem, ook als knotwilg, niet vlak bij het huis, de riolering of drainage.

  • Licht

    Volle zon

    warm en licht

  • Vocht

    Vochtig tot nat

    mag niet uitdrogen

  • Grond

    Elke tuingrond

    elke zuurtegraad

  • Winterhard

    In heel België

    geen bescherming nodig

  • Grootte

    10–20 m, vaak geknot

    hoog

  • Bloei

    april

Feiten op een rij
Snoeimaandennovember–maart
Hoogte10–20 m, vaak geknot
Inheems in BelgiëJa, lang ingeburgerd
Giftig voor mens en huisdierNiet als giftig bekend
Bloeiapril

Herkennen

Hoe herken je een kraakwilg?

Groeivorm
Boom van 10–20 m met een brede kroon van zo’n 12 m; meestal geknot, met een dikke, korte stam en een kruin van rechte takken.
Blad
Verspreid, 7–15 cm, lancetvormig met lange spitse top, grof en wat onregelmatig gezaagd; boven glanzend groen, onder blauwgroen en (bijna) kaal.
Schors
Grijs en diep netvormig gegroefd. De glanzende, geelbruine twijgen breken bij de voet gemakkelijk af.
Bloem
Slanke katjes in april, samen met het blad; mannelijke en vrouwelijke op aparte bomen.
Vrucht
Pluizige zaadjes in mei–juni.
Verschil met de schietwilg
De schietwilg heeft een kleiner, zilverig behaard blad met fijnere tanden; zijn twijgen breken niet zo gemakkelijk.
Verschil met de laurierwilg
De laurierwilg heeft een breder, zeer glanzend blad dat naar laurier ruikt, en katjes pas in mei–juni.

Bloei: april · Snoeien: november–maart

Herkennen per kenmerk: Lang en smal blad

Lijkt op, maar is het niet

In je tuin

Waarom in je tuin?

  • Een echte knotwilg: elke knotbeurt levert palen, vlechtmateriaal en brandhout.
  • Oude, holle knotwilgen zijn nestplaatsen voor steenuil en mezen; de katjes zijn vroeg voedsel voor bijen.
  • Kinderlijk eenvoudig te vermeerderen: een afgestoken tak (‘poot’) wortelt gemakkelijk.
  • Verdraagt natte voeten en overstroming, en houdt oevers vast.

Waar staat een kraakwilg graag?

  • Volle zon.
  • Vochtige tot natte grond langs een sloot, beek of poel; elk grondtype, en hij verdraagt overstroming.
  • Als vrije boom (10–20 m, kroon 12 m) alleen voor een weide, een oever of een heel ruime tuin; als knotwilg neemt hij veel minder plaats in.
  • Houd ook een knotwilg uit de buurt van het huis, de riolering en drainage: de wortels zoeken water.
Licht
Volle zon
Grond
Elke tuingrond
Vocht
Vochtig tot nat
Grootte
15 m hoog, 12 m breed
Winterhard
In heel België, geen bescherming nodig

Mooi samen met

  • Schietwilg: De andere klassieke knotwilg: een rij met beide soorten wordt groen en zilvergrijs.
  • Zwarte els: Samen houden ze de oever van een beek of sloot vast.
  • Katwilg: Een struikwilg met soepele tenen voor fijner vlechtwerk dan de knottakken.

Past goed bij, en liever niet bij

Past goed bij

Onderhoud

Hoe en wanneer plant je een kraakwilg?

  1. Een knotwilg plant je als ‘poot’: een rechte, verse tak van zo’n 2,5 m lang en een pols dik, in de winter gezaagd van een andere knotwilg.
  2. Maak met een staak of pootijzer een gat en zet de poot zo’n 50 cm diep, met de knoppen naar boven; trap de grond goed aan.
  3. Bescherm poten in een weide tegen koeien, paarden en schapen: die vreten de schors en de jonge scheuten.
  4. Plant van november tot maart; een poot op drogere grond heeft het eerste jaar water nodig bij droogte.

Verzorgen

Knotten
Om de 3–7 jaar alle takken afzetten (zie snoeien).
Stamscheuten
Knip bij een jonge knotwilg de scheuten op de stam weg tijdens de wintersnoei, zodat alleen de kruin uitloopt.
Water
Op natte grond nooit nodig; jonge poten op drogere grond het eerste jaar bij droogte.
Vrije bomen
Laat een vrij uitgegroeide kraakwilg naast een pad of weg regelmatig nakijken: de takken breken gemakkelijk.

Tip: Vraag om poten als er in je buurt knotwilgen geknot worden, bij een buur, een natuurvereniging of de gemeente: een verse tak van 2,5 m is gratis plantgoed, en binnen enkele jaren heb je een eigen knotwilg.

Wanneer snoei je een kraakwilg?

Snoeimaanden: november–maart.

Wanneer: Knotten in de winter (november–maart), bij voorkeur niet als het vriest.

Hoe:

  • Zet om de 3–7 jaar alle takken af, net boven de knot. Wacht je te lang, dan scheurt de knot uit onder het gewicht van de zware takken.
  • Zaag dikke takken in twee keer af: eerst een stuk hoger, dan net boven de knot, zodat de schors niet inscheurt.
  • Laat een nieuwe poot de eerste jaren een kruin vormen; knot hem daarna telkens op dezelfde hoogte.

Let op: Laat afgezaagde takken niet op natte grond liggen als je ze daar niet wil zien wortelen: kraakwilgtakken schieten heel gemakkelijk wortel.

Snoeien: wanneer en hoe · Snoeikalender en basisregels

Vermeerderen

Stekken en poten
Steek in de winter verse twijgen van 20–30 cm of poten in vochtige grond: ze wortelen vlot.
Levend vlechtwerk
Verse takken die je in de grond steekt en vlecht, groeien uit tot een levend wilgenscherm.

Hoe komt een kraakwilg de winter door?

Winterhard in heel België: geen bescherming nodig.

  • Volledig winterhard, en hij verdraagt overstroming in de winter goed.
  • De winter is knotseizoen: kies een dag zonder strenge vorst.

Ziektes en plagen

  • Uitscheurende knot of takken: Te lang gewacht met knotten, of een vrij uitgegroeide boom: de zware takken scheuren af. Knot op tijd, om de 3–7 jaar.
  • Wilgenhaantje: Kleine blauwe kevertjes en hun larven vreten het blad. Onschuldig voor een knotwilg.
  • Wilgenhoutrups: De dikke, rode rups van de wilgenhoutvlinder boort gangen in de stam; boormeel en een azijnachtige geur verraden hem. Oude knotwilgen leven er vaak nog jaren mee.
  • Rode boontjes op het blad: Gallen van een bladwesp. Onschuldig: je hoeft niets te doen.

Het jaar rond

  • Januari: Knotten (niet bij strenge vorst); poten zagen.
  • Februari: Knotten; poten en stekken planten.
  • Maart: Laatste maand om te knotten en te poten.
  • April: Katjes, samen met het blad: voedsel voor bijen.
  • Juni: Pluizige zaadjes waaien rond.
  • Juli: Jonge poten op drogere grond water geven.
  • November: Knotseizoen begint.
  • December: Knotten; takken sorteren voor palen, vlechtwerk en brandhout.

Gebruiken

Wat kan je ermee?

Tuin en landschap
Veel als knotwilg langs beken en sloten; een afgestoken tak (‘poot’) wortelt gemakkelijk.
Voor de natuur
Oude, holle knotwilgen zijn nestplaatsen voor steenuil en mezen; de katjes zijn vroeg voedsel voor bijen.
Ook gebruikt voor
Knotwilgtakken leveren palen, vlechtwerk en brandhout.

Jij en deze soort

Wist je dat?

  • Afgebroken twijgen drijven met de stroom mee en schieten wortel waar ze aanspoelen: zo verspreidt hij zich langs rivieren.
  • De naam fragilis betekent ‘breekbaar’, net als ‘kraak’ in kraakwilg.
  • De kraakwilg is een kruising: volgens recent onderzoek van de schietwilg met een wilg uit het gebied rond de Zwarte Zee (Salix euxina).

Alle soorten · Determinatietabel · Snoeikalender

Laden…