Slangenhuidesdoorn (Acer davidii)

Foto: Abrahami, CC BY-SA 2.5 · bron

Boom · Sapindaceae

Slangenhuidesdoorn

Acer davidii

In andere talen: Érable du père David (Français) · Père David’s maple (English)

De slangenhuidesdoorn komt uit de bergbossen van Midden- en Zuid-China. Het is een kleine boom of grote meerstammige struik met een open, ronde kroon, die in tuinen meestal 8–10 m hoog wordt. Zijn grootste troef is de schors: groen met fijne, witte lengtestrepen, als een slangenhuid. In april–mei hangen er trosjes geelgroene bloempjes aan, gevolgd door gevleugelde vruchtjes die vaak rood aanlopen. In de herfst kleurt het glanzende blad geel, oranje en rood. Bekende rassen zijn ‘George Forrest’, met groot blad en rode bladstelen, en ‘Serpentine’, met kleiner blad en een paarsachtige schors.

  • Licht

    Zon of halfschaduw

    liefst wat zon

  • Vocht

    Normaal

    geen natte voeten

  • Grond

    Zand of leem

    zuur tot neutraal

  • Winterhard

    Volledig winterhard

    tot -23 °C

  • Grootte

    10 m

    hoog, 8 m breed

  • Bloei

    april–mei

Feiten op een rij
Snoeimaandenjuli–augustus en november–december
Hoogte10 m
Inheems in BelgiëNee, aangeplant
Giftig voor mens en huisdierNiet als giftig bekend
Bloeiapril–mei

Herkennen

Hoe herken je een slangenhuidesdoorn?

Groeivorm
Kleine boom of meerstammige struik met een open, ronde tot brede kroon; tot ongeveer 10 m hoog en 8 m breed.
Schors
Groen tot olijfgroen met witte of zilvergrijze lengtestrepen. Aan de voet van oude stammen wordt de schors ruwer en grijzer.
Blad
Eirond, ongedeeld of licht gelobd, 7–15 cm lang, met een gezaagde rand en een spitse top; glanzend donkergroen, in de herfst geel, oranje tot rood.
Bloem
Kleine, geelgroene bloempjes in hangende trossen, in april–mei, tegelijk met het jonge blad.
Vrucht
Gevleugelde vruchtjes (‘helikoptertjes’) in hangende trossen, in de zomer vaak rood aangelopen, rijp in de herfst.
Wortels
Vrij ondiep en breed vertakt: hij houdt niet van graafwerk of veel concurrentie vlak bij de stam.

Bloei: april–mei · Planten: maart–april en oktober–december · Snoeien: juli–augustus en november–december

In je tuin

Waarom in je tuin?

  • De groen-wit gestreepte schors is het hele jaar mooi, maar valt vooral op in de winter, als de boom kaal staat.
  • Een prachtige herfstkleur in geel, oranje en rood.
  • Blijft vrij bescheiden van maat: een mooie solitaire boom voor een middelgrote tuin.
  • De hangende bloemtrosjes in het voorjaar en de rood aangelopen vruchtjes in de zomer zijn een extra sieraad.
  • Als meerstammige boom krijg je meerdere gestreepte stammen naast elkaar, wat in de lage winterzon spectaculair is.

Waar staat een slangenhuidesdoorn graag?

  • Zon of halfschaduw; een plek met wat schaduw in de namiddag voorkomt verbrande bladranden in hete zomers.
  • Lichte, humusrijke grond: zand of leem, zuur tot neutraal. Op kalkrijke grond groeit hij minder goed.
  • Normaal vochtig en goed doorlatend: geen natte voeten, maar ook geen kurkdroge grond.
  • Beschut tegen harde, koude wind, die het jonge blad en de dunne schors kan beschadigen.
  • Reken op 6–8 m ruimte en zet hem waar je de stam goed ziet, bijvoorbeeld voor een donkere haag.
Licht
Zon en halfschaduw
Grondsoort
Zand of leem
Zuurtegraad
Zuur of neutraal
Vocht
Normaal
Grootte
10 m hoog, 8 m breed
Winterhard
Winterhard (tot -23 °C)

Mooi samen met

  • Sneeuwklokje: Een wit tapijt in februari onder de groen-wit gestreepte stam.
  • Lenteroos: Bloeit in de late winter in dezelfde lichte schaduw onder de kroon.
  • Elfenbloem: Een stevige bodembedekker voor de droge halfschaduw onder bomen.
  • Toverhazelaar: Gele of oranje winterbloei naast de opvallende schors.
  • Varens: Fris groen aan de voet in de zomer.

Onderhoud

Hoe en wanneer plant je een slangenhuidesdoorn?

Planten in maart–april en oktober–december.

  1. Plant in maart–april of van oktober tot december, als de grond niet bevroren of te nat is.
  2. Graaf een plantgat twee keer zo breed als de kluit, maak de bodem van het gat los en meng wat compost of bladaarde door de uitgegraven grond.
  3. Zet de boom even diep als hij in de pot of de kwekerij stond: de wortelhals blijft op grondniveau.
  4. Sla bij een grotere boom een schuine boompaal aan de windkant en bind de stam losjes vast.
  5. Druk de grond goed aan en geef meteen een paar emmers water.
  6. Leg een laag mulch van houtsnippers of bladcompost in een cirkel rond de stam, zonder de stam zelf te raken.

Verzorgen

Water
De eerste twee jaar regelmatig water geven bij droogte, een paar emmers per keer. Daarna alleen in lange droge periodes.
Bemesten
Meestal niet nodig. Een laag compost in het voorjaar volstaat.
Mulchen
Elk voorjaar een verse laag mulch houdt de ondiepe wortels koel en vochtig.
Stam vrijmaken
Haal over een paar jaar geleidelijk de onderste takken weg, zodat de gestreepte stam goed zichtbaar wordt.
Schors beschermen
Maai en trim niet tegen de stam: de dunne schors raakt snel beschadigd. Een grasvrije cirkel rond de voet helpt.
Boompaal
Controleer de boomband elk jaar en haal de paal na twee à drie jaar weg.

Tip: Plant hem waar de lage winterzon op de stam valt, bijvoorbeeld voor een donkere haag: dan lichten de witte strepen op. Een meerstammig exemplaar geeft nog meer schors om van te genieten.

Wanneer snoei je een slangenhuidesdoorn?

Snoeimaanden: juli–augustus en november–december.

Wanneer: Snoei alleen als het nodig is, in de zomer (juli–augustus) of in de vroege winter (november–december).

Hoe:

  • Haal over een paar jaar geleidelijk de onderste zijtakken weg, zodat de stam of stammen vrij komen te staan.
  • Verwijder dode, beschadigde en kruisende takken.
  • Zaag of knip net buiten de takkraag, de verdikte ring aan de voet van de tak: dan groeit de wonde het best dicht.
  • Snoei nooit veel in één keer: hooguit een paar takken per jaar.

Let op: Snoei niet van januari tot mei: dan bloeden de wonden sterk en verliest de boom veel sap.

Snoeien: wanneer en hoe · Snoeikalender en basisregels

Vermeerderen

Zaaien
Zaai de gevleugelde vruchtjes in de herfst in een pot buiten of in de koude bak; ze kiemen na de winterkou in het voorjaar. Zaailingen kunnen afwijken als er andere esdoorns in de buurt staan.
Zachte stekken
In mei–juni stekken van jonge scheuten nemen en in vochtige stekgrond onder plastic zetten. Dat lukt niet altijd; rassen worden in de kwekerij ook geënt.

Hoe komt een slangenhuidesdoorn de winter door?

Winterhard tot −23 °C.

  • Winterhard tot ongeveer −23 °C: in België overleeft hij gewone winters zonder bescherming.
  • Jonge bomen en het vroege, jonge blad kunnen schade oplopen door strenge vorst of late nachtvorst; een beschutte plek helpt.
  • In de winter komt de gestreepte schors het mooist uit, zeker in de lage zon.
  • In een grote pot: wikkel de pot in jute of noppenfolie en zet hem tegen een muur, zodat de wortels niet bevriezen.

Ziektes en plagen

  • Verwelkingsziekte: Takken verwelken plots in de zomer, met donkere strepen in het hout. Snoei aangetaste takken tot ver in gezond hout weg en voer ze af; plant op die plek geen nieuwe esdoorn.
  • Meniezwam: Kleine, koraalroze puntjes op dode of verzwakte takken. Knip die takken weg tot in gezond hout.
  • Bladluis: Kleverig blad door honingdauw in het voorjaar. Meestal ruimen lieveheersbeestjes en andere natuurlijke vijanden ze op; anders afspuiten met water.
  • Verbrande bladranden: Bruine, droge bladranden in hete, winderige zomers. Geef water bij droogte en kies een plek met wat schaduw in de namiddag.
  • Schorsschade: Wonden door grasmaaier of trimmer zijn een toegangspoort voor ziektes. Hou een grasvrije cirkel rond de stam.

Het jaar rond

  • Januari: Rust. Geniet van de gestreepte schors. Niet snoeien.
  • Februari: Niet snoeien: de boom begint sap op te trekken.
  • Maart: Planten. Compost en mulch aanbrengen.
  • April: Bloei met hangende, geelgroene trosjes. Planten. Jonge bomen water geven bij droogte.
  • Mei: Einde van de bloei. Letten op bladluis. Zachte stekken nemen.
  • Juni: Vruchtjes kleuren rood. Water geven bij droogte.
  • Juli: Snoeien: onderste, dode of kruisende takken weghalen. Water geven bij droogte.
  • Augustus: Eventueel nog snoeien. Jonge bomen water geven bij droogte.
  • September: Vruchtjes rijpen. Zaad oogsten.
  • Oktober: Herfstkleur. Zaaien in een pot buiten. Planten.
  • November: Bladval. Planten. Eventueel snoeien.
  • December: Planten bij zacht weer. Eventueel snoeien.

Jij en deze soort

Wist je dat?

  • De boom is genoemd naar Armand David (1826–1900), een Franse missionaris en natuuronderzoeker die in China honderden planten en dieren verzamelde en ook de reuzenpanda in het Westen bekendmaakte.
  • Er zijn ongeveer twintig esdoorns met zo’n gestreepte ‘slangenhuidschors’. Bijna allemaal komen ze uit Oost-Azië; alleen Acer pensylvanicum groeit in Noord-Amerika.
  • Het ras ‘George Forrest’ is genoemd naar de Schotse plantenverzamelaar die in het begin van de 20e eeuw in Zuidwest-China werkte.

Tuinplanten · Alle soorten

Laden…