
Foto: Alpsdake, CC BY-SA 3.0 · bron
Vaste plant · Ranunculaceae
Zilverkaars
Actaea simplex
In andere talen: Actée (Français) · Bugbane (English)
De zilverkaars komt uit de bergbossen van Oost-Azië: Japan, Korea, China en het oosten van Rusland. Het is een statige vaste plant met fijn verdeeld, sierlijk blad en lange, licht gebogen kaarsen vol kleine witte bloempjes die zoet geuren. Hij bloeit pas in september en oktober, als de meeste borders al uitgebloeid zijn, en lokt dan nog bijen en vlinders. Tuiniers kennen hem vooral van de rassen met donkerpaars blad, zoals ‘Brunette’, waarop de witte tot lichtroze kaarsen extra opvallen. Vroeger heette hij Cimicifuga simplex.
Let op: Alle delen zijn giftig bij inname. Plant hem niet waar jonge kinderen spelen of waar katten en honden aan planten knagen, en ruim snoeisel en zaaddoosjes op.
Licht
Halfschaduw of schaduw
verdraagt weinig zon
Vocht
Normaal tot nat
mag niet uitdrogen
Grond
Leem of klei
zuur tot neutraal
Winterhard
Volledig winterhard
tot -30 °C
Grootte
1,5 m
hoog, 0,6 m breed
Bloei
september–oktober
| Snoeimaanden | maart |
|---|---|
| Hoogte | 1,5 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor bijen en vlinders |
| Giftig voor mens en huisdier | Ja, let op met kinderen en huisdieren |
| Bloei | september–oktober |
Herkennen
Hoe herken je een zilverkaars?
- Groeivorm
- Horstvormende plant met een bladpol van 60–90 cm en bloeistengels tot 1,5 m; ongeveer 60 cm breed.
- Blad
- Groot, twee- tot driemaal drietallig samengesteld, met gezaagde blaadjes; groen of bij sommige rassen donker purperbruin.
- Bloem
- Smalle, licht overhangende trossen tot 30 cm lang, vol kleine bloempjes met opvallende witte meeldraden.
- Geur
- Zoet, wat naar honing; je ruikt het het best op een windstille herfstdag.
- Vrucht
- Kleine, droge kokervruchtjes die tot in de winter aan de stengels blijven.
- Wortels
- Een stevige, traag groeiende wortelstok; hij houdt niet van verplanten.
Bloei: september–oktober · Planten: maart–april en oktober · Snoeien: maart
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Een van de laatste bloeiers van het jaar: geurende witte kaarsen in september en oktober.
- Bijen, hommels en vlinders vinden er in de herfst nog nectar en stuifmeel.
- Brengt licht en hoogte in een schaduwrijke border, waar weinig grote planten zo laat bloeien.
- Het fijn verdeelde blad is de hele zomer mooi; bij de donkerbladige rassen is het een blikvanger op zich.
- Lang levend en volledig winterhard: eenmaal ingegroeid kan hij jaren op dezelfde plek blijven staan.
Waar staat een zilverkaars graag?
- Halfschaduw of lichte schaduw, bijvoorbeeld onder hoge bomen of aan de oostkant van het huis. In volle zon verbrandt het blad.
- Humusrijke leem- of kleigrond, zuur tot neutraal, met veel organisch materiaal.
- De grond moet koel en altijd vochtig blijven; tijdelijk natte grond verdraagt hij beter dan droogte.
- Een beschutte plek voorkomt dat de hoge bloeistengels in herfststormen knakken.
- Plant op 50–60 cm afstand, liefst vlak bij een pad of terras, zodat je de geur ruikt.
- Licht
- Halfschaduw en schaduw
- Grondsoort
- Leem of klei
- Zuurtegraad
- Zuur of neutraal
- Vocht
- Normaal of nat
- Grootte
- 1,5 m hoog, 0,6 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -30 °C)
Mooi samen met
- Japanse anemoon: Bloeit in dezelfde periode, in roze of wit, op een vergelijkbare plek.
- Monnikskap: Diepblauwe herfstbloemen naast de witte kaarsen.
- Hosta: Grote bladeren aan de voet, in dezelfde koele, vochtige grond.
- Varens: Een fijne, groene onderbeplanting in de schaduw.
- Japans bosgras: Een zachte, overhangende rand vooraan, mooi gekleurd in de herfst.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een zilverkaars?
Planten in maart–april en oktober.
- Plant in maart–april of in oktober, als de grond niet bevroren of te nat is.
- Graaf een ruim plantgat en meng er flink wat bladcompost of goed verteerde stalmest door.
- Zet de plant even diep als hij in de pot stond, met de kroon op grondniveau.
- Houd 50–60 cm afstand tot de buren; in een groepje van drie komt hij het best tot zijn recht.
- Druk de grond aan en geef meteen een flinke gieter water.
- Leg een dikke laag bladcompost of mulch rond de plant, zodat de grond koel en vochtig blijft.
Verzorgen
- Water
- Bij droogte wekelijks ruim water geven, ook na het eerste jaar. Droge grond geeft bruine bladranden en minder bloemen.
- Bemesten
- Elk voorjaar een laag compost of wat organische mest; meer heeft hij niet nodig.
- Mulchen
- In het voorjaar een laag bladcompost of houtsnippers, zodat de wortels koel blijven.
- Steun
- Op een beschutte plek blijven de stengels meestal staan. Op een winderige plek zet je voor de bloei een paar stokken of een ring.
- Geduld
- Hij groeit traag in en bloeit vaak pas na 2–3 jaar volop. Verplant hem daarom liever niet.
Tip: Plant hem vlak bij een pad of terras: de geur van de kaarsen ruik je op een rustige herfstdag van ver. Bij donkerbladige rassen geeft wat ochtendzon de mooiste bladkleur.
Wanneer snoei je een zilverkaars?
Snoeimaanden: maart.
Wanneer: Snoeien is nauwelijks nodig. Knip de afgestorven stengels in maart weg, voor de nieuwe scheuten verschijnen.
Hoe:
- Laat de uitgebloeide stengels met de zaaddoosjes in de winter staan: ze zijn mooi met rijp en bieden insecten een schuilplaats.
- Knip in maart alle oude stengels en het dode blad tot vlak boven de grond weg.
- Wees voorzichtig met de jonge scheuten die in april uit de grond komen: ze zijn broos.
Let op: Ruim het snoeisel op en draag handschoenen als je een gevoelige huid hebt: alle delen zijn giftig bij inname.
Vermeerderen
- Scheuren
- In maart–april, als de eerste scheuten verschijnen: graaf de pol op en snijd hem met een scherpe spade in stukken met elk een paar knoppen en wortels. Plant meteen terug en houd vochtig; de plant heeft een jaar nodig om te herstellen.
- Zaaien
- Vers zaad in de herfst buiten in een pot zaaien en de winter laten doorbrengen. Het kiemt traag en onregelmatig, en rassen komen niet zuiver uit zaad.
Hoe komt een zilverkaars de winter door?
Winterhard tot −30 °C.
- Volledig winterhard, tot ongeveer −30 °C: in België is geen bescherming nodig.
- Het blad sterft in de herfst af; de plant overwintert ondergronds en loopt in april weer uit.
- Een vroege nachtvorst kan de laatste bloemen beschadigen, maar de plant zelf lijdt er niet onder.
- In een grote pot: zet hem beschut in de schaduw en zorg dat de potgrond niet uitdroogt en niet in het water staat.
Ziektes en plagen
- Bruine bladranden: Teken van droogte of te veel zon. Geef ruim water en mulch, of verplaats hem in het voorjaar naar een koelere plek.
- Slakken: Ze vreten in april–mei aan de jonge scheuten. Raap ze ’s avonds op of bescherm de scheuten met een slakkenkraag.
- Weinig bloei: Vaak een jonge plant, droge grond of te diepe schaduw. Geef hem tijd, water en compost.
- Omvallende stengels: Op een winderige plek of in diepe schaduw buigen de kaarsen om. Steun ze tijdig of kies een beschuttere, iets lichtere plek.
- Groen blad bij donkere rassen: In diepe schaduw kleurt het purperen blad groener. Geef wat meer licht, liefst ochtendzon.
Het jaar rond
- Maart: Oude stengels wegknippen. Scheuren en planten.
- April: Planten. Compost en mulch geven. Letten op slakken bij de jonge scheuten.
- Mei: Water geven bij droogte.
- Juni: De bladpol groeit. Water geven bij droogte.
- Juli: De bloeistengels groeien. Ruim water geven bij droogte.
- Augustus: Steun plaatsen op een winderige plek. Water geven bij droogte.
- September: Bloei: geurende witte kaarsen vol bijen en vlinders.
- Oktober: Bloei. Planten.
- November: Uitgebloeide stengels laten staan.
- December: Rust. De zaaddoosjes sieren de tuin.
Gebruiken
Eetbaar en bruikbaar
Niet eetbaar. Alle delen van de zilverkaars zijn giftig bij inname: ze geven braken, buikpijn en diarree. De verwante Actaea racemosa wordt verkocht als voedingssupplement bij overgangsklachten, maar dat is geen reden om zelf wortel of blad van je tuinplant te gebruiken: maak er geen thee of middeltjes van. Het inheemse christoffelkruid (Actaea spicata), een familielid, draagt glanzende zwarte bessen die zeer giftig zijn; de zilverkaars zelf maakt droge zaaddoosjes. Plant hem niet waar jonge kinderen spelen of katten en honden aan planten knagen, ruim snoeisel en zaaddoosjes op en was je handen na het werk. Bij inslikken: bel meteen het Antigifcentrum (in België 070 245 245) of je huisarts.
Goed voor dieren
- Bijen
- Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
- Vlinders
- Nectar voor dagvlinders.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De oude naam Cimicifuga betekent ‘wantsenverjager’: verwante soorten werden vroeger gebruikt om wantsen te verdrijven. Daarom heet hij in het Engels ‘bugbane’.
- Op basis van verwantschapsonderzoek rekenen botanici hem sinds eind vorige eeuw tot het geslacht Actaea, samen met het inheemse christoffelkruid.
- Het is een van de laatst bloeiende vaste planten: in koele jaren gaan de kaarsen soms pas in oktober open.