
Foto: KENPEI, CC BY-SA 3.0 · bron
Vaste plant · Lamiaceae
Kruipend zenegroen
Ajuga reptans
In andere talen: Bugle rampante (Français) · Bugle (English)
Kruipend zenegroen is een inheemse vaste plant van vochtige bossen, graslanden en bermen in heel Europa, ook bij ons. Hij vormt lage rozetten van glanzend blad die zich met bovengrondse uitlopers snel tot een dicht tapijt uitbreiden. Van april tot juni staan blauwviolette lipbloemen in kransen rond vierkante stengels van 10–15 cm, druk bezocht door hommels en bijen. Tuiniers waarderen vooral de rassen met gekleurd blad: ‘Atropurpurea’ met donkerpaars blad, ‘Catlin’s Giant’ met groot, bronskleurig blad en hoge aren, en ‘Burgundy Glow’ met blad in roze, wijnrood en crème.
Licht
Zon tot schaduw
niet kieskeurig
Vocht
Normaal tot nat
mag niet uitdrogen
Grond
Leem of klei
elke zuurtegraad
Winterhard
Volledig winterhard
tot -30 °C
Grootte
0,15 m
hoog, 0,6 m breed
Bloei
april–juni
| Snoeimaanden | juli |
|---|---|
| Hoogte | 0,15 m |
| Inheems in België | Ja |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor bijen |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | april–juni |
Herkennen
Hoe herken je een kruipend zenegroen?
- Groeivorm
- Lage rozetten van 10–15 cm hoog die zich met bovengrondse uitlopers tot 60 cm en meer uitbreiden.
- Blad
- Ovaal tot spatelvormig en glanzend, met een licht gegolfde rand; groen, of bij tuinvormen paars, bronskleurig of bont.
- Bloem
- Kransen van kleine lipbloemen rond vierkante, rechtopstaande stengels, van april tot juni.
- Kleur
- Meestal blauwviolet; er zijn ook roze en witte vormen.
- Wortels
- Ondiep; de uitlopers wortelen aan de knopen en vormen daar nieuwe rozetten.
Bloei: april–juni · Planten: maart–mei en september–oktober · Snoeien: juli
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Een snelle, lage bodembedekker voor vochtige plekken in zon, halfschaduw of schaduw.
- Blauwe bloemaren van april tot juni, een vroege bron van nectar voor hommels en bijen.
- Groenblijvend: het blad, bij veel rassen paars of bont, blijft in zachte winters gewoon staan.
- Inheems en dus thuis in een natuurlijke tuin, onder struiken of aan de rand van een vijver.
- Makkelijk te vermeerderen: elke uitloper maakt zelf een nieuwe plant.
Waar staat een kruipend zenegroen graag?
- Zon, halfschaduw of schaduw, maar het liefst vochtige halfschaduw; vermijd droge zon.
- Leem- of kleigrond die vocht vasthoudt, zuur, neutraal of kalkrijk.
- Gewone tot vochtige grond: droogte verdraagt hij slecht.
- Plant 8–10 planten per m², op ongeveer 30 cm van elkaar; het tapijt sluit vaak al na één seizoen.
- Licht
- Zon, halfschaduw en schaduw
- Grondsoort
- Leem of klei
- Zuurtegraad
- Niet kieskeurig
- Vocht
- Normaal of nat
- Grootte
- 0,15 m hoog, 0,6 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -30 °C)
Mooi samen met
- Varens: Fijn, hoger blad boven het lage tapijt, in dezelfde vochtige schaduw.
- Hosta: Grote bladeren boven het tapijt; het zenegroen bedekt de grond eronder.
- Longkruid: Ook een vroege bijenplant voor halfschaduw, met gevlekt blad.
- Vrouwenmantel: Zachtgroen blad en gele bloemschermen naast het donkere blad.
- Sneeuwklokje: Vroege, witte bloemen die door het tapijt prikken.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een kruipend zenegroen?
Planten in maart–mei en september–oktober.
- Plant in maart–mei of in september–oktober, als de grond niet bevroren of uitgedroogd is.
- Maak de grond los en meng er wat compost of bladcompost door.
- Zet de rozetten even diep als in de pot: het hart moet boven de grond blijven.
- Zet 8–10 planten per m², op ongeveer 30 cm van elkaar.
- Geef goed water en houd de grond de eerste weken vochtig.
Verzorgen
- Water
- Geef water bij droogte, vooral op zonnige plekken: uitgedroogde planten krijgen snel meeldauw.
- Bemesten
- Niet nodig; een dun laagje bladcompost in het voorjaar volstaat.
- Uitlopers
- Kruipt hij te ver, trek de uitlopers dan los of steek ze af. Houd hem uit het gazon.
- Uitgebloeide aren
- Knip of maai ze na de bloei weg; dan blijft het tapijt netjes.
- Verjongen
- Worden de pollen na een paar jaar kaal in het midden, plant dan jonge rozetten van de uitlopers opnieuw uit.
Tip: Zet hem waar de grond vochtig blijft en kies voor een zonnige plek een ras met donker blad: in droge zon blijft hij klein en krijgt hij meeldauw.
Wanneer snoei je een kruipend zenegroen?
Snoeimaanden: juli.
Wanneer: Na de bloei, in juli, knip of maai je de uitgebloeide aren weg. Verder hoeft er niet gesnoeid te worden.
Hoe:
- Knip de bloemstengels net boven het blad af, of maai het tapijt met de grasmaaier op de hoogste stand.
- Haal in maart bruin of door vorst beschadigd blad weg.
- Trek uitlopers die buiten het bed kruipen los.
Let op: Bontbladige rassen maken soms groene rozetten: haal die meteen weg, anders nemen ze het tapijt over.
Vermeerderen
- Uitlopers
- In het voorjaar of in september: steek bewortelde rozetten van de uitlopers af en plant ze elders. Dit lukt bijna altijd.
- Delen
- Grote pollen kan je in het voorjaar of de vroege herfst in stukken steken en opnieuw planten.
- Zaaien
- De wilde soort zaait zich soms uit; rassen met gekleurd blad komen meestal niet zuiver uit zaad.
Hoe komt een kruipend zenegroen de winter door?
Winterhard tot −30 °C.
- Volledig winterhard, tot ongeveer −30 °C: bescherming is niet nodig.
- In zachte winters blijft het blad groen of paars; in strenge winters kan het verkleuren of deels afsterven, maar de plant loopt in het voorjaar weer uit.
- In een pot of bak: zorg dat de grond in de winter niet volledig uitdroogt.
Ziektes en plagen
- Meeldauw: Wit poeder op het blad, vooral in droge grond en droge zon. Geef water, knip aangetast blad weg of verplaats hem naar een vochtiger plek.
- Wortelhalsrot: Rozetten worden bruin en rotten weg in een natte, te dichte aanplant. Dun uit, haal rotte delen weg en plant gezonde rozetten opnieuw.
- Slakken: Gaten in het jonge blad in het voorjaar. Raap ze ’s avonds weg.
- Te ver kruipen: De uitlopers kruipen in het gazon en tussen andere planten. Trek ze regelmatig los of leg een boordsteen als grens.
Het jaar rond
- Maart: Bruin winterblad weghalen. Wat bladcompost geven. Planten.
- April: Begin van de bloei. Planten en uitlopers afsteken.
- Mei: Volle bloei. Planten.
- Juni: Laatste bloei. Water geven bij droogte.
- Juli: Uitgebloeide aren wegknippen of maaien.
- Augustus: Water geven bij droogte. Uitlopers in toom houden.
- September: Uitlopers afsteken en planten. Delen.
- Oktober: Planten.
- December: Groenblijvend tapijt. Geen werk.
Gebruiken
Goed voor dieren
- Bijen
- Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De bovenlip van de bloem is zo kort dat het lijkt alsof hij ontbreekt: de bloem lijkt alleen een onderlip te hebben.
- Zenegroen is familie van munt, salie en dovenetel; net als bij hen zijn de stengels vierkant.
- Purperbladige rassen kleuren het donkerst in de zon; in diepe schaduw worden ze groener.