
Foto: Wikimedia Commons, CC BY-SA 3.0 · bron
Klimplant · Lardizabalaceae
Akebia
Akebia quinata
In andere talen: Akébie à cinq feuilles (Français) · Chocolate vine (English)
De akebia komt uit China, Korea en Japan. Het is een sterke, slingerende klimplant tot 10 m hoog, met sierlijk blad van vijf ovale blaadjes dat in zachte winters deels aan de plant blijft. In april–mei hangen er trosjes paarsbruine bloemen tussen het blad, die naar chocolade en vanille geuren: vandaar de Engelse naam chocolate vine. In elke tros zitten enkele grote vrouwelijke en veel kleinere mannelijke bloemen. Na een warme zomer en met twee verschillende planten krijg je opvallende, worstvormige paarse vruchten met eetbaar wit vruchtvlees. Er is ook een witbloeiende vorm, ‘Alba’.
Licht
Zon of halfschaduw
liefst wat zon
Vocht
Normaal
geen natte voeten
Grond
Zand, leem of klei
elke zuurtegraad
Winterhard
Volledig winterhard
tot -20 °C
Grootte
8 m
hoog, 3 m breed
Bloei
april–mei
| Snoeimaanden | juni |
|---|---|
| Hoogte | 8 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Giftig voor mens en huisdier | Niet als giftig bekend |
| Bloei | april–mei |
Herkennen
Hoe herken je een akebia?
- Groeivorm
- Krachtige, slingerende klimplant tot 10 m hoog en 3–4 m breed; de dunne stengels winden zich rond elke steun.
- Blad
- Handvormig, uit vijf ovale blaadjes van 3–6 cm met een ingedeukte top; onderaan blauwgroen. Halfwintergroen.
- Bloem
- Hangende trosjes in april–mei: aan de basis enkele grote vrouwelijke bloemen van zo’n 3 cm, aan de top veel kleine mannelijke. Paarsbruin en geurend.
- Vrucht
- Worstvormige, paarse vrucht van 5–10 cm die openbarst als ze rijp is; wit, zoet vruchtvlees met zwarte pitten.
- Wortels
- Breed vertakt en weinig veeleisend.
Bloei: april–mei · Oogst en vruchten: september–oktober · Planten: maart–mei en september–oktober · Snoeien: juni
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Vroege, bijzondere bloemen in april–mei met een geur van chocolade en vanille.
- Fijn, handvormig blad dat in zachte winters deels blijft hangen.
- Groeit snel en bekleedt in een paar jaar een pergola, hek of boog.
- Eetbare, opvallend paarse vruchten na een warme zomer.
- Weinig ziektes en weinig eisen aan de grond.
Waar staat een akebia graag?
- Zon of halfschaduw; in de zon bloeit hij het rijkst en geeft hij de meeste vruchten.
- Elke goed doorlatende tuingrond: zand, leem of klei, zuur tot kalkrijk.
- Normaal vochtige grond; laat hem het eerste jaar niet uitdrogen.
- Een beschutte plek, want de vroege bloemen zijn gevoelig voor late nachtvorst.
- Geef hem een stevige steun en ruimte: reken op 3–4 m breedte.
- Licht
- Zon en halfschaduw
- Grondsoort
- Zand, leem of klei
- Zuurtegraad
- Niet kieskeurig
- Vocht
- Normaal
- Grootte
- 8 m hoog, 3 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -20 °C)
Mooi samen met
- Italiaanse clematis: Bloeit van juli tot september door de akebia heen, als die zelf uitgebloeid is.
- Klimroos: Zomerbloemen op een grote pergola samen met de akebia.
- Tulp: Donkerpaarse tulpen aan de voet bloeien tegelijk in april.
- Lenteroos: Een schaduwverdragende onderbeplanting met bloemen vroeg in het voorjaar.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een akebia?
Planten in maart–mei en september–oktober.
- Plant in maart–mei of in september–oktober, als de grond niet bevroren of te nat is.
- Zorg vooraf voor een stevige steun: draden, een rek, een pergola of een boog.
- Graaf een plantgat twee keer zo breed als de kluit en meng er compost door.
- Zet de plant even diep als in de pot, op 30 cm van de muur, en leid de scheuten naar de steun.
- Geef meteen ruim water en leg een laag mulch rond de voet.
- Voor vruchten plant je twee verschillende planten op enkele meters van elkaar.
Verzorgen
- Water
- Het eerste jaar regelmatig bij droogte; daarna alleen in lange droge periodes.
- Bemesten
- In maart wat compost rond de voet. Meer is niet nodig.
- Aanbinden
- Leid jonge ranken in de goede richting voor ze in elkaar verstrengelen.
- Bestuiven
- Breng met een penseeltje stuifmeel van de kleine mannelijke bloemen over op de grote vrouwelijke van de andere plant: zo krijg je meer kans op vruchten.
- Mulchen
- Een laag compost of bladaarde in het voorjaar houdt de grond vochtig.
Tip: Plant twee verschillende planten naast elkaar en bestuif in april–mei met een penseeltje: zo maak je de meeste kans op de opvallende paarse vruchten.
Wanneer snoei je een akebia?
Snoeimaanden: juni.
Wanneer: Na de bloei, in juni. Dan heeft hij nog de hele zomer om nieuwe ranken te maken die volgend voorjaar bloeien.
Hoe:
- Knip te lange en verwarde ranken terug tot binnen de ruimte die je hem geeft.
- Haal dode en zwakke ranken weg.
- Een verwaarloosde, verstrengelde plant kun je na de bloei flink terugsnoeien; hij loopt vlot opnieuw uit.
- Snoei niet in de herfst of winter: dan verlies je de bloemen van het volgende voorjaar.
Let op: Wil je vruchten, spaar dan bij de snoei de ranken waaraan vruchtjes zetten.
Vermeerderen
- Halfhoutige stekken
- In juli–augustus stekken van 10–15 cm, in vochtige stekgrond onder plastic, op een lichte plek uit de zon.
- Afleggen
- In het voorjaar een lage rank in de grond vastpinnen; na een jaar loskoppelen en verplanten.
- Zaaien
- Zaad uit rijpe vruchten meteen in de herfst zaaien in een pot buiten of in een koude bak.
Hoe komt een akebia de winter door?
Winterhard tot −20 °C.
- Winterhard tot ongeveer −20 °C: in België is geen bescherming nodig.
- In zachte winters blijft een deel van het blad hangen; bij strenge vorst valt het af en loopt hij in het voorjaar opnieuw uit.
- De bloemknoppen in april zijn gevoelig voor late nachtvorst: een beschutte plek helpt.
- In een pot: wikkel de pot in jute en zet hem tegen een muur.
Ziektes en plagen
- Bevroren bloemen: Bruine, verschrompelde bloemen na een vorstnacht in april. Kies een beschutte plek en dek bij vorst af met vliesdoek.
- Geen vruchten: Eén plant, of twee planten van dezelfde stek, geeft zelden vruchten. Zet er een tweede, andere plant bij en bestuif met de hand.
- Verwarde groei: Een ondoordringbare kluwen van ranken. Snoei elk jaar na de bloei en leid jonge ranken op tijd.
- Weinig bloei: Te veel schaduw of een te jonge plant. Geef meer licht en wat geduld.
Het jaar rond
- Maart: Planten. Compost geven.
- April: Bloei. Bij nachtvorst afdekken met vliesdoek.
- Mei: Bloei. Met de hand bestuiven voor vruchten.
- Juni: Snoeien na de bloei. Jonge ranken leiden.
- Juli: Stekken nemen. Water geven bij droogte.
- Augustus: Water geven bij droogte. De vruchten zwellen.
- September: Vruchten oogsten zodra ze paars kleuren en openbarsten. Planten.
- Oktober: Vruchten oogsten. Zaad zaaien. Planten.
Gebruiken
Eetbaar en bruikbaar
- Vruchten (september–oktober)
- Vruchten krijg je bij ons enkel na een warme zomer, met twee verschillende planten en liefst met de hand bestoven, en dan nog meestal maar een paar. In september en oktober zijn ze rijp: ze kleuren paars en barsten in de lengte open. Pluk ze dan meteen. Binnenin zit wit, geleiachtig vruchtvlees vol zwarte zaadjes, dat zacht en mild zoet smaakt. Lepel het eruit en eet het vers: zuig het vruchtvlees van de zaadjes en spuug die uit of slik ze heel door, maar kauw ze niet stuk, want dan smaken ze bitter. De dikke paarse schil is bitter en eet je niet rauw; in Japan wordt ze gekookt gegeten, gebakken met miso of gevuld met gehakt.
- Bewaring
- Opengebarsten vruchten houden hooguit een à twee dagen in de koelkast: eet het vruchtvlees snel. De schil kan je een dag in de koelkast bewaren tot je ze bakt.
Let op: Eet enkel het vruchtvlees en, gekookt, de schil. Kauw de zaadjes niet stuk en maal ze niet. Eet de schil nooit rauw: kook ze eerst in water en giet dat weg, zoals in Japan; ook dan blijft ze wat bitter. Blad, stengels en wortels zijn niet om te eten, ook niet als thee. Verwacht geen grote oogst: één plant, of twee planten van dezelfde stek, geeft zelden vruchten.
Eten en gebruiken doe je op eigen risico: zie de gebruiksvoorwaarden.
Recepten
- Gebakken akebiaschil met miso (Gerecht · 2 personen als bijgerecht · 30 min)
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De naam quinata verwijst naar het blad, dat uit vijf blaadjes bestaat.
- In Japan heet de vrucht akebi; het zoete vruchtvlees wordt er gegeten en van de ranken worden manden gevlochten.
- In elke bloemtros zitten zowel mannelijke als vrouwelijke bloemen; de vrouwelijke zijn veel groter.