
Foto: ghislain118 http://www.fleurs-des-montagnes.net, CC BY-SA 3.0 · bron
Bol- of knolgewas · Amaryllidaceae
Allium cernuum
In andere talen: Ail penché (Français) · Nodding onion (English)
Allium cernuum is een sierlook uit Noord-Amerika, waar hij in het wild groeit van Canada tot in Mexico, in prairies, bergweiden en op rotsige hellingen. Hij vormt kleine pollen van smalle bolletjes met grasachtig blad. In juni en juli staan daarboven losse schermen van roze tot lila klokjes, die aan een gebogen stengeltop naar beneden knikken. Daar dankt hij zijn naam aan: cernuum betekent ‘knikkend’. Tuiniers waarderen hem omdat hij sterk is, ook in gewone, wat vochtigere tuingrond groeit en jaar na jaar terugkomt. Er bestaan vormen in wit, lichtroze en dieproze.
Let op: Alle delen, en vooral de bollen, zijn giftig voor honden en katten, en ook voor paarden en ander vee. Bewaar losse bollen buiten het bereik van huisdieren en kinderen, en laat honden niet graven waar je ze geplant hebt. Bij gevoelige mensen kan het sap de huid irriteren.
Licht
Zon of halfschaduw
liefst wat zon
Vocht
Normaal
geen natte voeten
Grond
Zand, leem of klei
elke zuurtegraad
Winterhard
Volledig winterhard
tot -30 °C
Grootte
0,45 m
hoog, 0,15 m breed
Bloei
juni–juli
| Snoeimaanden | maart en augustus |
|---|---|
| Hoogte | 0,45 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor bijen en vlinders |
| Giftig voor mens en huisdier | Ja, let op met kinderen en huisdieren |
| Bloei | juni–juli |
Herkennen
Hoe herken je een Allium cernuum?
- Groeivorm
- Kleine pol van rechtopgaande stengels, 30–45 cm hoog en ongeveer 15 cm breed.
- Blad
- Smal, plat en grasachtig, tot ongeveer 30 cm lang; het ruikt naar ui als je het kneust.
- Bloem
- Losse schermen van kleine, klokvormige bloempjes aan een stengeltop die vlak onder het scherm omgebogen is, in juni en juli.
- Kleur
- Meestal roze tot lila, soms bijna wit of dieproze. De meeldraden steken buiten de bloem uit.
- Bol
- Smalle, langwerpige bolletjes die in groepjes aan een korte wortelstok zitten en zo een pol vormen.
Bloei: juni–juli · Planten: maart–april en september–oktober · Snoeien: maart en augustus
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Een sierlook die het ook goed doet in gewone, normaal vochtige grond, en niet alleen op droge, schrale plekken.
- Bijen, hommels en vlinders bezoeken de bloemen graag.
- De knikkende schermen geven in juni en juli een speels, natuurlijk effect in een border of prairietuin.
- Volledig winterhard en langlevend: de pollen worden elk jaar wat voller.
- Klein en smal genoeg voor de voorkant van de border, een rotstuin of een grote pot.
Waar staat een Allium cernuum graag?
- Volle zon of halfschaduw; in de zon bloeit hij het rijkst.
- Zand-, leem- of kleigrond; zuur, neutraal of kalkrijk is allemaal goed.
- Normaal vochtige grond is ideaal. Hij verdraagt meer vocht dan de meeste sierlooksoorten, maar staat liever niet in grond die in de winter onder water staat.
- Plant in groepjes van 5–10 bollen, op 10–15 cm van elkaar, vooraan in de border of tussen lage planten.
- Licht
- Zon en halfschaduw
- Grondsoort
- Zand, leem of klei
- Zuurtegraad
- Niet kieskeurig
- Vocht
- Normaal
- Grootte
- 0,45 m hoog, 0,15 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -30 °C)
Mooi samen met
- Zonnehoed: Grote, roze schijfbloemen in dezelfde zomer, ook prairieplanten uit Noord-Amerika.
- Kattenkruid: Blauwe wolken aan de voet en nog meer voedsel voor bijen.
- Ooievaarsbek: Bedekt de grond en verbergt het blad als het afsterft.
- Lampenpoetsersgras: Zachte pluimen die de luchtige sfeer van een prairietuin versterken.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een Allium cernuum?
Planten in maart–april en september–oktober.
- Plant losse bollen in september–oktober; planten in een pot kun je ook in maart–april zetten.
- Maak de grond los en meng er wat compost door; op zware klei helpt een handvol grof zand onder de bollen.
- Plant de bolletjes 5–8 cm diep met de punt naar boven, of zet een potplant even diep als in de pot.
- Hou 10–15 cm afstand en plant in groepjes: zo komen de knikkende schermen het best tot hun recht.
- Druk de grond aan en geef water, zeker bij potplanten en bij planten in het voorjaar.
- Markeer de plek, zodat je de bollen niet beschadigt als je later in de border werkt.
Verzorgen
- Water
- Normaal vochtige grond volstaat. Geef water bij lange droogte in het voorjaar of tijdens de bloei; in een pot regelmatig.
- Bemesten
- Een dun laagje compost in maart is genoeg. Te veel mest geeft slappe stengels.
- Mulchen
- Een lichte mulch van bladcompost houdt de grond koel en vochtig; leg ze niet te dik op de bollen.
- Uitgebloeide bloemen
- Knip de schermen in augustus weg als je geen zaailingen wil. Laat je ze staan, dan zaait hij zich matig uit.
- Blad
- Laat het blad na de bloei vanzelf afsterven: de bol haalt er reserves uit voor volgend jaar.
- Delen
- Om de 3–4 jaar, als de pol te dicht wordt en minder bloeit.
Tip: Plant hem in groepjes tussen lage vaste planten: de knikkende schermen vallen het best op als je er wat van bovenaf op kijkt, en het afstervende blad verdwijnt dan onopvallend tussen de buren.
Wanneer snoei je een Allium cernuum?
Snoeimaanden: maart en augustus.
Wanneer: Snoeien is eigenlijk niet nodig. Knip in augustus de uitgebloeide schermen weg en haal in maart de dode bladresten weg.
Hoe:
- Knip de bloemstengels na de bloei af tot net boven het blad, tenzij je zaad wil oogsten of de plant wil laten uitzaaien.
- Laat het groene blad staan tot het vanzelf geel wordt en verdort.
- Trek in maart de verdorde bladeren en stengels voorzichtig los of knip ze kort af.
Let op: Knip het blad nooit af zolang het groen is: dan verzwakt de bol en bloeit hij volgend jaar minder.
Vermeerderen
- Delen
- In maart–april of september–oktober de pol opgraven en in kleinere groepjes bolletjes verdelen. Meteen weer planten, 5–8 cm diep.
- Zaaien
- Rijp zaad in de herfst zaaien in een pot die buiten blijft staan; het kiemt in het voorjaar. Zaailingen bloeien na 2–3 jaar.
Hoe komt een Allium cernuum de winter door?
Winterhard tot −30 °C.
- Volledig winterhard, tot ongeveer −30 °C: in België is geen bescherming nodig.
- Bovengronds sterft hij in de herfst af; in het voorjaar loopt hij weer uit.
- Natte voeten in de winter zijn het grootste risico: zorg op zware grond voor een goede afwatering.
- In een pot: zet hem tegen een muur en hou de potgrond in de winter vrij droog.
Ziektes en plagen
- Slakken: Ze vreten in het voorjaar aan het jonge blad. Raap ze ’s avonds weg of leg een plankje neer waaronder ze zich verstoppen.
- Bolrot: De bolletjes worden zacht en de plant verdwijnt, in grond die in de winter te nat blijft. Plant op een beter doorlatende plek of iets hoger.
- Roest: Oranje puistjes op het blad, vooral in vochtige zomers. Knip aangetast blad weg en gooi het bij het restafval, niet op de composthoop.
- Weinig bloemen: Meestal een te schaduwrijke plek of een pol die te dicht is geworden. Geef hem meer licht of deel de pol.
Het jaar rond
- Maart: Dode bladresten weghalen. Compost geven. Potplanten planten of pollen delen.
- April: Planten uit pot zetten. Letten op slakken.
- Mei: Het blad groeit volop. Water geven bij droogte.
- Juni: Begin van de bloei. Bijen en vlinders op de bloemen.
- Juli: Volle bloei. Water geven bij lange droogte.
- Augustus: Uitgebloeide schermen wegknippen of laten uitzaaien.
- September: Bollen planten. Pollen delen.
- Oktober: Bollen planten. Rijp zaad zaaien in een pot.
- November: Rust: het blad sterft af.
Gebruiken
Eetbaar en bruikbaar
Niet eetbaar. Sieruien zijn echte uien (Allium), familie van ui, look, prei en bieslook, en net als die zijn ze giftig voor honden en katten: alle delen, vooral de bollen, bevatten zwavelverbindingen die de rode bloedcellen beschadigen en bloedarmoede kunnen geven. Katten zijn er gevoeliger voor dan honden, en de klachten (sufheid, bleek tandvlees, rode of bruine urine) komen soms pas na enkele dagen. Ook paarden, schapen en ander vee kunnen er ziek van worden. Al ruiken blad en bol naar ui, ze worden niet als groente gekweekt: eet ze niet en bewaar bloembollen nooit bij de uien in de keuken, want ze zijn niet bedoeld om te eten en kunnen met bestrijdingsmiddelen behandeld zijn. Plant ze niet waar je hond graaft, bewaar losse bollen buiten het bereik van huisdieren en kinderen, en zet een vaas met sieruien niet waar je kat aan de stengels knabbelt. Heeft je hond of kat van een bol of blad gegeten, bel dan je dierenarts, ook als hij nog niets laat merken. Bij inslikken: bel meteen het Antigifcentrum (in België 070 245 245) of je huisarts.
Goed voor dieren
- Bijen
- Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
- Vlinders
- Nectar voor dagvlinders.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De naam cernuum komt van het Latijnse cernuus, ‘voorovergebogen’ of ‘knikkend’: de stengel buigt vlak onder het scherm om.
- Het is een van de meest verspreide wilde uiensoorten van Noord-Amerika.
- Zoals bij alle sierlook ruikt het blad pas naar ui als je het kneust: de geur komt van zwavelverbindingen die vrijkomen als de cellen beschadigd worden.