Foto: Sten Porse, CC BY-SA 3.0 · bron
Bol- of knolgewas · Amaryllidaceae
Goudlook
Allium moly
In andere talen: Ail doré (Français) · Golden garlic (English)
Goudlook is een kleine sierui uit het zuidwesten van Europa, vooral Spanje en het zuiden van Frankrijk. Hij wordt zo’n 25 cm hoog en draagt in mei–juni losse schermen van heldergele, stervormige bloemen boven een paar brede, grijsgroene bladeren. Anders dan veel sieruien bloeit hij ook goed in lichte schaduw, bijvoorbeeld onder heesters of aan de rand van een border. Hij vermeerdert zich vlot via broedbolletjes en zaad, zodat er na een paar jaar een gouden tapijt staat. Het ras ‘Jeannine’ heeft grotere schermen en bloeit wat langer.
Let op: Alle delen, vooral de bolletjes, zijn giftig voor honden en katten, en in grotere hoeveelheden ook voor graasdieren zoals paarden. Hou losse bollen buiten bereik van kinderen en huisdieren. Hij breidt zich snel uit via broedbolletjes en zaad: plant hem niet tussen kwetsbare, trage planten.
Licht
Zon of halfschaduw
liefst wat zon
Vocht
Droog tot normaal
geen natte voeten
Grond
Zand, leem of klei
neutraal tot kalkrijk
Winterhard
Volledig winterhard
tot -25 °C
Grootte
0,25 m
hoog, 0,1 m breed
Bloei
mei–juni
| Hoogte | 0,25 m |
|---|---|
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor bijen |
| Giftig voor mens en huisdier | Ja, let op met kinderen en huisdieren |
| Bloei | mei–juni |
Herkennen
Hoe herken je een goudlook?
- Groeivorm
- Laag bolgewas van 20–25 cm hoog, dat in de loop van de jaren dichte groepen vormt.
- Blad
- Meestal twee brede, lancetvormige, grijsgroene bladeren per bol, die na de bloei afsterven.
- Bloem
- Losse, halfronde schermen van 5–7 cm met stervormige bloemen, in mei–juni.
- Kleur
- Helder goudgeel; de bloemen openen het mooist in de zon.
- Geur
- Gekneusd blad ruikt naar ui; de bloemen geuren licht.
- Bol
- Kleine, ronde bol die veel broedbolletjes maakt.
Bloei: mei–juni · Planten: september–november
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Heldergeel is een zeldzame kleur bij sieruien: hij fleurt de border op in mei–juni.
- Bloeit ook in lichte schaduw, waar andere sieruien het laten afweten.
- Bijen en zweefvliegen bezoeken de open sterbloemen graag.
- Laag en compact: ideaal voor de voorkant van de border, tussen vaste planten of in een rotstuin.
- Makkelijk en winterhard: hij breidt uit zonder dat je er iets voor hoeft te doen.
Waar staat een goudlook graag?
- Zon tot lichte halfschaduw; in diepe schaduw bloeit hij weinig.
- Goed doorlatende grond: zand, leem of klei, neutraal tot kalkrijk.
- Droog tot normaal vochtig; geen grond die in de winter nat blijft.
- Plant ongeveer 10 cm uit elkaar, in groepjes van tien of meer, op een plek waar hij mag uitbreiden.
- Licht
- Zon en halfschaduw
- Grondsoort
- Zand, leem of klei
- Zuurtegraad
- Neutraal of kalkrijk
- Vocht
- Droog of normaal
- Grootte
- 0,25 m hoog, 0,1 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -25 °C)
Mooi samen met
- Zenegroen: Blauwe bloemaren en een lage bodembedekker in dezelfde lichte schaduw.
- Vergeet-mij-nietje: Hemelsblauwe bloemwolkjes als frisse partner voor het geel.
- Ooievaarsbek: Groeit later uit en verbergt het afstervende blad.
- Paarse sieruien: Paarse bollen erboven en goudgeel eronder: een klassiek kleurcontrast.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een goudlook?
Planten in september–november.
- Plant in september–november, als de grond nog niet bevroren is.
- Maak de grond los en meng bij zware klei wat grof zand onder.
- Zet de bolletjes met de punt naar boven, 8 cm diep.
- Hou ongeveer 10 cm afstand; plant liever een groep dan een rij.
- Druk de grond aan en geef water als de grond erg droog is.
- Kies meteen een plek waar hij vrij mag uitbreiden, bijvoorbeeld onder heesters.
Verzorgen
- Water
- Zelden nodig; enkel in een erg droog voorjaar, zolang het blad groen is.
- Bemesten
- Niet nodig. Een dun laagje compost in maart volstaat.
- Blad
- Laat het blad na de bloei vanzelf afsterven, in juni–juli.
- Uitgebloeide bloemen
- Knip ze af in juni als je geen zaailingen wilt; anders gewoon laten staan.
- Uitbreiding
- Graaf om de paar jaar een deel van de groep weg als hij te veel plaats inneemt.
Tip: Plant goudlook onder bladverliezende heesters: daar krijgt hij in het voorjaar licht genoeg, mag hij vrij uitbreiden en verdwijnt het afstervende blad in de zomer uit het zicht.
Wanneer snoei je een goudlook?
Wanneer: Goudlook wordt niet gesnoeid. Je knipt hoogstens in juni de uitgebloeide schermen weg.
Hoe:
- Knip uitgebloeide schermen net boven het blad af als je zelfuitzaaien wilt beperken.
- Laat het blad staan tot het geel en verdroogd is en trek het dan los.
- Ruim in de zomer het afgestorven blad op, zodat de plek netjes blijft.
Let op: Knip het groene blad niet af, anders bloeit hij volgend jaar minder.
Vermeerderen
- Broedbolletjes
- Graaf een groep op in juli–augustus, als het blad is afgestorven, en plant de bolletjes in de herfst opnieuw uit, 8 cm diep.
- Zaad
- Hij zaait zich vlot zelf uit. Je kunt ook rijp zaad in de zomer meteen ter plaatse uitstrooien; zaailingen bloeien na twee à drie jaar.
Hoe komt een goudlook de winter door?
Winterhard tot −25 °C.
- Volledig winterhard, tot ongeveer −25 °C: in België blijft hij gewoon in de grond.
- Een goede afwatering is belangrijker dan bescherming tegen vorst.
- In een pot of bak: zet hem in de winter tegen een muur, zodat de grond niet doornat wordt.
Ziektes en plagen
- Slakken: Vreten in het voorjaar aan het jonge blad en de bloemknoppen. ’s Avonds wegrapen helpt het best.
- Bolrot: In natte, zware grond rotten de bolletjes. Verbeter de afwatering of plant op een drogere plek.
- Te veel uitbreiding: In een kleine border kan hij andere planten verdringen. Knip de bloemen af voor het zaad rijpt en graaf overtollige bolletjes weg.
- Weinig bloei: De groep staat te dicht of te donker. Opgraven, scheiden en verder uit elkaar planten.
Het jaar rond
- Maart: Het blad komt boven. Dun laagje compost geven.
- April: Bloemknoppen verschijnen. Letten op slakken.
- Mei: Bloei. Bijen en zweefvliegen op bezoek.
- Juni: Einde van de bloei. Uitgebloeide schermen afknippen als je geen zaailingen wilt.
- Juli: Het blad sterft af. Te dichte groepen opgraven.
- Augustus: Rust. Opgegraven bolletjes droog bewaren.
- September: Bollen planten, 8 cm diep.
- Oktober: Bollen planten.
- November: Laatste bollen planten.
Gebruiken
Eetbaar en bruikbaar
Niet eetbaar. Sieruien zijn echte uien (Allium), familie van ui, look, prei en bieslook, en net als die zijn ze giftig voor honden en katten: alle delen, vooral de bollen, bevatten zwavelverbindingen die de rode bloedcellen beschadigen en bloedarmoede kunnen geven. Katten zijn er gevoeliger voor dan honden, en de klachten (sufheid, bleek tandvlees, rode of bruine urine) komen soms pas na enkele dagen. Ook paarden, schapen en ander vee kunnen er ziek van worden. Al ruiken blad en bol naar ui, ze worden niet als groente gekweekt: eet ze niet en bewaar bloembollen nooit bij de uien in de keuken, want ze zijn niet bedoeld om te eten en kunnen met bestrijdingsmiddelen behandeld zijn. Plant ze niet waar je hond graaft, bewaar losse bollen buiten het bereik van huisdieren en kinderen, en zet een vaas met sieruien niet waar je kat aan de stengels knabbelt. Heeft je hond of kat van een bol of blad gegeten, bel dan je dierenarts, ook als hij nog niets laat merken. Bij inslikken: bel meteen het Antigifcentrum (in België 070 245 245) of je huisarts.
Goed voor dieren
- Bijen
- Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- De naam moly verwijst naar het toverkruid uit Homerus’ Odyssee, dat Hermes aan Odysseus gaf om hem te beschermen tegen de tovenares Circe.
- In het Engels heet hij ook lily leek, naar de brede bladeren die eerder op die van een lelie lijken dan op die van een ui.
- Goudlook is een van de weinige sieruien met heldergele bloemen.