
Foto: Didier Descouens, CC BY-SA 4.0 · bron
Vaste plant · Ranunculaceae
Grote anemoon
Anemone sylvestris
In andere talen: Anémone sauvage (Français) · Snowdrop anemone (English)
De grote anemoon komt uit Midden- en Oost-Europa tot in Siberië, waar hij groeit in lichte, droge bossen en op kalkrijke graslanden. Hij vormt een laag tapijt van zacht behaarde, handvormig ingesneden bladeren. Van april tot juni verschijnen op stengels van 30 cm zuiver witte, licht geurende bloemen van 4–7 cm met een hart van gele meeldraden, eerst knikkend en later wijd open. Daarna volgen wollige zaadpluizen, die even mooi zijn als de bloemen. Bekend is ‘Macrantha’, met nog grotere bloemen; hij is ideaal onder struiken en rozen op lichte grond.
Let op: Alle delen zijn giftig bij inslikken en het sap kan huid en mond irriteren. Gevaarlijk voor kinderen, katten, honden en grazers zoals paarden: plant hem niet waar huisdieren aan planten knabbelen en draag handschoenen bij het werk. Hij breidt zich bovendien stevig uit met uitlopers.
Licht
Zon of halfschaduw
liefst wat zon
Vocht
Droog tot normaal
geen natte voeten
Grond
Zand of leem
neutraal tot kalkrijk
Winterhard
Volledig winterhard
tot -35 °C
Grootte
0,3 m
hoog, 0,5 m breed
Bloei
april–juni
| Snoeimaanden | maart |
|---|---|
| Hoogte | 0,3 m |
| Inheems in België | Nee, aangeplant |
| Goed voor bijen, vlinders en vogels | Ja, voor bijen |
| Giftig voor mens en huisdier | Ja, let op met kinderen en huisdieren |
| Bloei | april–juni |
Herkennen
Hoe herken je een grote anemoon?
- Groeivorm
- Lage, tapijtvormende vaste plant van 30 cm hoog, die zich met uitlopers tot 50 cm en meer uitbreidt.
- Blad
- Handvormig, diep ingesneden in 3–5 lobben, zacht behaard, frisgroen.
- Bloem
- Schaalvormig, zuiver wit, 4–7 cm, met een krans van gele meeldraden; meestal één bloem per stengel.
- Geur
- Een lichte, zoete geur, vooral op warme dagen.
- Vrucht
- Wollige, witte zaadpluizen die door de wind verspreid worden.
Bloei: april–juni · Planten: maart–april en september–oktober · Snoeien: maart
In je tuin
Waarom in je tuin?
- Zuiver witte, licht geurende bloemen in het voorjaar, soms met een kleine nabloei in de nazomer.
- Na de bloei sierlijke, wollige zaadpluizen.
- Een sterke bodembedekker die met uitlopers een laag tapijt vormt onder struiken.
- Bijen bezoeken de open bloemen voor het vele stuifmeel.
- Verdraagt droogte en kalk, op lichte grond waar veel planten het moeilijk hebben.
Waar staat een grote anemoon graag?
- Zon of halfschaduw: onder struiken, tussen rozen of aan de rand van een border.
- Lichte, goed doorlatende zand- of leemgrond, neutraal tot kalkrijk.
- Droog tot normaal vochtig; natte, zware grond verdraagt hij slecht.
- Plant op 30–40 cm afstand voor een gesloten tapijt; daarna breidt hij zich vanzelf uit.
- Licht
- Zon en halfschaduw
- Grondsoort
- Zand of leem
- Zuurtegraad
- Neutraal of kalkrijk
- Vocht
- Droog of normaal
- Grootte
- 0,3 m hoog, 0,5 m breed
- Winterhard
- Winterhard (tot -35 °C)
Mooi samen met
- Akelei: Bloeit tegelijk, in blauw, roze of paars boven het witte tapijt.
- Ooievaarsbek: Neemt na de bloei het stokje over op dezelfde plek.
- Wildemanskruid: Houdt ook van kalkrijke, droge grond en heeft even wollige zaadpluizen.
- Blauwe druifjes: Blauwe bolletjes tussen het jonge blad in april.
- Rozen: De anemoon vormt een frisse, witte onderbeplanting rond de voet.
Onderhoud
Hoe en wanneer plant je een grote anemoon?
Planten in maart–april en september–oktober.
- Plant in maart–april of in september–oktober, als de grond niet bevroren is.
- Maak de grond goed los; op wat zwaardere grond helpt een schep grof zand.
- Zet de plant even diep als in de pot en druk de grond aan.
- Houd 30–40 cm tussen de planten.
- Geef meteen water en houd de grond de eerste weken licht vochtig.
- Een dun laagje bladcompost als mulch is genoeg.
Verzorgen
- Water
- Het eerste jaar water geven bij droogte; daarna alleen in heel droge periodes.
- Bemesten
- Een dun laagje compost in maart is genoeg.
- Uitgebloeide bloemen
- Laat ze staan voor de wollige zaadpluizen, of knip ze weg voor een nette plant.
- Uitlopers
- Steek uitlopers af die buiten hun plek groeien, liefst in het voorjaar.
- Handschoenen
- Draag handschoenen: het sap kan de huid irriteren.
Tip: Plant hem onder struiken of rozen op lichte grond en laat hem zijn gang gaan: binnen een paar jaar vormt hij een wit bloeiend tapijt dat weinig onkruid doorlaat.
Wanneer snoei je een grote anemoon?
Snoeimaanden: maart.
Wanneer: Hij wordt nauwelijks gesnoeid. In maart ruim je het oude, verdorde blad op.
Hoe:
- Knip in maart afgestorven bladeren en stengels weg, voor het nieuwe blad uitloopt.
- Na de bloei kun je de stengels wegknippen, of ze laten staan voor de wollige zaadpluizen.
- Steek uitlopers af die te ver gaan.
Let op: Draag handschoenen: het sap kan rode, jeukende plekken op de huid geven.
Vermeerderen
- Uitlopers
- In maart–april of in september–oktober: steek aan de rand van het tapijt een jonge plant met wortels los en plant hem meteen op zijn nieuwe plek.
- Scheuren
- Grote pollen kun je in het voorjaar of de herfst in stukken steken en herplanten.
Hoe komt een grote anemoon de winter door?
Winterhard tot −35 °C.
- Zeer winterhard, tot ongeveer −35 °C: in België is geen bescherming nodig.
- Het blad kan in de winter verdorren; in het voorjaar loopt hij weer uit.
- Natte voeten in de winter zijn gevaarlijker dan vorst: zorg voor goed doorlatende grond.
Ziektes en plagen
- Te sterke uitbreiding: De uitlopers duiken op tussen andere planten. Steek ze in het voorjaar af.
- Slakken: Ze vreten aan het jonge blad en de knoppen in april. Raap ze ’s avonds weg.
- Wortelrot: Gele bladeren en wegrottende pollen op natte, zware grond. Verplant naar een lichtere, drogere plek.
- Weinig bloemen: Op een te schaduwrijke plek geeft hij vooral blad. Geef hem meer licht.
Het jaar rond
- Maart: Oud blad opruimen. Planten of scheuren. Wat compost geven.
- April: Begin van de bloei. Letten op slakken.
- Mei: Volle bloei, met een lichte geur.
- Juni: Laatste bloemen. Wollige zaadpluizen.
- Juli: Water geven bij lange droogte.
- Augustus: Uitlopers laten groeien of afsteken.
- September: Soms een kleine nabloei. Planten of scheuren.
- Oktober: Planten. Uitlopers verplanten.
- December: Rust.
Gebruiken
Eetbaar en bruikbaar
Niet eetbaar. Alle delen van deze tuinanemonen zijn giftig: als de plant beschadigd wordt, komt protoanemonine vrij, een scherpe stof die ook in boterbloemen zit. In de mond geeft ze een brandend gevoel, kwijlen, braken en buikpijn, bij kinderen en ook bij honden, katten, konijnen en cavia’s; op de huid roodheid, jeuk en soms blaartjes. De scherpe smaak houdt de meeste mensen en dieren tegen, maar plant ze niet in een ren en gooi snoeiafval en uitgestoken stukken niet in een weide, ren of hok. Ze breiden zich uit met wortelstokken: draag handschoenen bij het afsteken, terugsnoeien en scheuren, en was daarna je handen. Bij inslikken: bel meteen het Antigifcentrum (in België 070 245 245) of je huisarts.
Goed voor dieren
- Bijen
- Nectar en stuifmeel voor honingbijen en wilde bijen.
Jij en deze soort
Wist je dat?
- Wat op bloemblaadjes lijkt, zijn eigenlijk kelkbladen: anemonen hebben geen echte kroonbladen.
- De zaden zitten in wollige pluizen en worden door de wind verspreid.
- De naam sylvestris betekent ‘van het bos’: in het wild groeit hij in lichte, droge bossen.